GEMAKKELIJK GEBRUIK VAN HET APPARAAT►DIT APPARAAT IN EEN NETWERKOMGEVING
GEBRUIKEN
VIRUSSCAN
Wanneer dit apparaat is verbonden met een netwerkomgeving, kan het worden blootgesteld aan virussen en andere
aanvullen van buitenaf. Het is ook mogelijk dat het wordt besmet met een virus via een USB-geheugentoestel. Het
gevaar bestaat dat een virus dat het toestel besmet,
zich kan verspreiden naar andere toestellen. Door een virusdetectiekit te installeren kunnen virussen worden
gedetecteerd en al vroeg worden verwijderd om te voorkomen dat de virusinfectie zich verspreidt.
• Het apparaat moet verbonden zijn met een netwerk en moet toegang hebben tot het Internet. Sluit aan op een LAN met
behulp van een LAN-aansluiting van het apparaat of de draadloze LAN-functie, en maak de nodige instellingen door te
verwijzen naar
"Netwerk- instellingen (pagina
moet ingesteld staan op "Ingeschakeld". Configureer daarnaast, indien nodig,
• De virusscaninstellingen zijn geconfigureerd in [Virusscaninstelling] in [Beveiligings- instellingen]. De eerste keer dat u in
[Virusscaninstelling] gaat, verschijnt de softwarelicentieovereenkomst op het scherm. Lees en ga akkoord met de
voorwaarden van de overeenkomst alvorens de virusdetectiekit te gebruiken.
TIJDSTIP EN DOELGEGEVENS VAN
VIRUSSCAN/UPDATE VIRUSDEFINITIE
Dit gedeelte beschrijft het tijdstip van de virusscan en de updates van het virusdefinitiebestand en de doelggegevens
voor scannen.
Tijdstip van virusscan
De virusscan start op de volgende tijdstippen.
Tijdens de virusscan verschijnt het pictogram
Systeeminformatiescherm.
Scan tijdens installatie en update
Scannen voor virussen tijdens updates van de firmware, toepassing van ingebedde toepassing en updates.
Scannen in real-time
Deze functie scant voor virussen tijdens het invoeren en verzenden van gegevens vanuit het apparaat. Deze functie kan
worden gebruikt wanneer [Voer virusscan uit op Input-Outputgegevens] is ingeschakeld in [Virusscaninstelling] van de
systeeminstellingen.
9-178)". Zie ook
"Poortregeling (pagina
in het Systeemgebied in de apparaatinformatie van het
8-52
9-205)", en de HTTPS-clientpoort
"Proxy-instelling (pagina
9-194)".