1. Maaimachine omhoog
brengen
Opmerking: De maaihoogte-instellingen zijn 25 mm,
38 mm, 51 mm, 64 mm, 76 mm, 89 mm en 102 mm.
De motor starten
1. Houd de bedieningsstang van het maaimes (Figuur 10)
tegen de handgreep.
1. Bedieningsstang voor maaimes
2. Draai het contactsleuteltje (Figuur 11) of trek aan de
handgreep van het startkoord (Figuur 12).
Figuur 9
2. Maaimachine omlaag
brengen
Figuur 10
G020140
Opmerking: Als de motor na enkele pogingen niet
wil starten, moet u contact opnemen met een erkende
Service Dealer.
De zelfaandrijving gebruiken
Om de zelfaandrijving te bedienen moet u de aandrijfstang
van de zelfaandrijving (Figuur 13) inknijpen in de richting
van de hendel en vasthouden.
1. Stang voor zelfaandrijving
Om de zelfaandrijving uit te schakelen laat u de stang los.
Opmerking: De zelfaandrijving heeft een vaste
maximumsnelheid. Om de snelheid te verminderen, moet
u de ruimte tussen de stang voor de zelfaandrijving en de
handgreep vergroten.
10
Figuur 11
Figuur 12
Figuur 13