Parkeerrem in werking stellen
1. Zet de rijhendels (Figuur 17) in de vergrendelde
neutraalstand.
2. Trek de parkeerrem naar achteren en omhoog
om deze in werking te stellen (Figuur 10). De
parkeerremhendel moet vast blijven staan op
Ingeschakeld.
De kans bestaat dat de parkeerrem de machine
niet in stilstaande toestand houdt als deze
op een helling is geparkeerd; hierdoor kan
lichamelijk letsel of materiële schade worden
veroorzaakt.
Parkeer nooit op een helling tenzij de wielen
zijn vastgezet of geblokkeerd.
Parkeerrem vrijzetten
Duw parkeerrenhendel naar voren en omlaag om de
parkeerrem in werking te stellen (Figuur 10).
Figuur 10
1. Parkeerrem – In werking
Starten en stoppen van de
motor
Motor starten
1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en zet de
schakelhendels in de neutraalstand.
2. Stel de parkeerrem in werking; zie Parkeerrem in
werking stellen.
3. Schakel de aftakas uit (Figuur 11).
2. Parkeerrem – Buiten
werking
1. Aftakas – Ingeschakeld
4. Zet de chokehendel op Aan voordat u een koude
motor start (Figuur 12).
Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft
u de choke niet te gebruiken. Zodra de motor start,
zet u de chokehendel op Lopen.
1. Choke – Aan
5. Zet de gashendel op Snel voordat u een koude
motor start (Figuur 13).
1. Gas – SNEL
18
Figuur 11
2. Aftakas – Uitgeschakeld
Figuur 12
2. Choke – Uit
Figuur 13
2. Gas – langzaam