Figuur 13
1. Contactschakelaar
2. Uit
Figuur 14
1. Gas – snel
De motor starten bij koud weer
(beneden -10 °C)
Gebruik de juiste motorolie voor de
starttemperatuur. Zie Motorolie controleren in
Onderhoud motor, blz. 37.
1. Start de motor met de gashendel op Snel.
2. Draai het contactsleuteltje naar rechts op
Lopen (Figuur 13). Het indicatielampje van de
gloeibougie gaat dan branden.
3. Als het indicatielampje van de gloeibougie
dooft, draait u het contactsleuteltje op Start.
Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat.
Belangrijk: Start de motor telkens niet
langer dan 30 seconden om te voorkomen
dat de startmotor oververhit raakt.
3. Lopen
4. Starten
2. Gas – langzaam
Motor afzetten
1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels
in de vergrendelde neutraalstand en stel de
parkeerrem in werking (Figuur 15).
2. Zet de gashendel halverwege tussen Langzaam
en Snel (Figuur 14).
3. Laat de motor 60 seconden stationair draaien.
4. Draai het contactsleuteltje op Uit (Figuur 13).
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens
de bedieningspositie te verlaten.
5. Verwijder het contactsleuteltje om te
voorkomen dat iemand per ongeluk de
machine start, alvorens deze te transporteren
of te stallen.
6. Sluit de brandstofafsluitklep voordat u de
machine transporteert of stalt.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de
brandstofafsluitklep is gesloten voordat u
de machine transporteert of stalt omdat
er brandstof kan lekken uit de machine.
Stel de parkeerrem in werking voordat u de
machine transporteert.
Belangrijk: Verwijder het sleuteltje
omdat de kans bestaat dat de
brandstofpomp in werking blijft waardoor
de accu kan ontladen.
Kinderen of omstanders kunnen letsel
oplopen als zij de machine verplaatsen
of proberen te bedienen terwijl deze
onbeheerd staat.
Verwijder altijd het sleuteltje uit het
contact en stel de parkeerrem in werking
wanneer u de machine onbeheerd
achterlaat, ook al is het slechts voor een
paar minuten.
Bedienen van de
maaikoppeling (aftakas)
Met de aftakasschakelaar kunt u de maaimessen en
aangedreven werktuigen in- en uitschakelen.
24