Garmin FORERUNNER 45 Handleiding

Inhoud

Inleiding


Raadpleeg de gids Important Safety and Product Information (Belangrijke veiligheids- en productinformatie) in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
Raadpleeg altijd uw arts voordat u met een trainingsprogramma begint of dit wijzigt.

Apparaatoverzicht

Apparaatoverzicht

1 LIGHT Selecteer deze optie om het toestel in te schakelen.
Selecteer deze optie om de achtergrondverlichting in en uit te schakelen.
Houd ingedrukt om het bedieningsmenu te openen.
2 START
STOP
Selecteer deze optie om de activiteiten timer te starten en stoppen.
Selecteer deze optie om een optie te kiezen of een bericht te bevestigen.
3 BACK Selecteer deze optie om terug te keren naar het vorige scherm.
Selecteer deze optie om een ronde vast te leggen tijdens een activiteit.
4 DOWN Selecteer deze optie om te bladeren door de widgets, gegevensschermen, opties en instellingen.
Houd ingedrukt om de muziekbediening te openen (Controlling Music Playback on a Connected Smartphone) (Muziek afspelen bedienen op een gekoppelde smartphone).
5 UP Selecteer deze optie om te bladeren door de widgets, gegevensschermen, opties en instellingen.
Houd ingedrukt om het menu te openen.

Status Pictogrammen

De GPS-statusring en -pictogrammen worden tijdelijk over elk gegevensscherm weergegeven. Voor buitenactiviteiten wordt de statusring groen wanneer GPS gereed is. Een knipperend pictogram betekent dat het toestel naar een signaal zoekt. Een ononderbroken pictogram betekent dat het signaal is gevonden of dat de sensor is verbonden.

GPS GPS status (GPS-status)
Batterijstatus
Verbindingsstatus smartphone
Hartslagstatus
Voetpodstatus
Snelheids- en cadanssensorstatus

Uw smartphone koppelen met uw toestel

Om de connected functies van het Forerunner toestel te gebruiken, moet het rechtstreeks via de Garmin Connect app worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth® instellingen op uw smartphone.

  1. Installeer en open de Garmin Connect app vanuit de app store op uw smartphone.
  2. Breng uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
  3. Selecteer LIGHT om het toestel in te schakelen.
    De eerste keer dat u het toestel inschakelt, bevindt het zich in de koppelmodus.
    TIP: U kunt LIGHT ingedrukt houden en selecteren om de koppelmodus handmatig te activeren.
  4. Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw Garmin Connect account:
    • Als dit de eerste keer is dat u een toestel koppelt met de Garmin Connect app, volgt u de instructies op het scherm.
    • Als u al een ander toestel hebt gekoppeld met de Garmin Connect app, selecteert u in het of menu de optie Garmin toestellen > Toestel toevoegen en volgt u de instructies op het scherm.

Het bedieningsmenu weergeven

Het bedieningsmenu bevat opties, zoals het inschakelen van de modus niet storen, het vergrendelen van de toetsen en het uitschakelen van het toestel.

  1. Houd LIGHT ingedrukt vanuit elk scherm.
    Het bedieningsmenu weergeven
  2. Selecteer UP of DOWN om door de opties te bladeren.

Trainen

Hardlopen

De eerste fitnessactiviteit die u op uw toestel vastlegt, kan een hardloopsessie, fietstocht of andere buitenactiviteit zijn. U moet het toestel mogelijk opladen voordat u de activiteit start (Het toestel opladen).

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft gevonden.
  4. Selecteer START om de activiteitentimer te starten.
  5. Ga hardlopen.
    Hardlopen Stap 1
  6. Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP om de timer te stoppen.
  7. Selecteer een optie:
    • Selecteer Resume (Hervatten) om de timer opnieuw te starten.
    • Selecteer Save (Opslaan) om de hardloopsessie op te slaan en de timer te resetten. U kunt een overzicht bekijken of DOWN (Omlaag) selecteren om meer gegevens te bekijken.
      Hardlopen Stap 2
    • Selecteer Discard (Verwijderen) > Yes (Ja) om de hardloopsessie te verwijderen.

Een activiteit starten

Wanneer u een activiteit start, wordt GPS automatisch ingeschakeld (indien vereist). Als u een optionele draadloze sensor hebt, kunt u deze koppelen met het Forerunner toestel (Uw ANT+ sensoren koppelen).

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
    NOTE: U kunt via uw Garmin Connect account verschillende activiteiten selecteren die op het toestel moeten worden weergegeven (De weergegeven activiteiten wijzigen).
  3. Als de activiteit GPS-signalen vereist, gaat u naar buiten naar een gebied met vrij zicht op de lucht.
  4. Wacht totdat de groene statusring verschijnt.
    Het toestel is gereed wanneer het uw hartslag heeft vastgesteld, GPS-signalen heeft ontvangen (indien vereist) en verbinding heeft gemaakt met uw draadloze sensoren (indien vereist).
  5. Selecteer START om de activiteitentimer te starten.
    Het toestel registreert alleen activiteitgegevens terwijl de activiteitentimer loopt.
    TIP: U kunt OMLAAG ingedrukt houden tijdens een activiteit om de muziekbediening te openen (Muziek afspelen op een gekoppelde smartphone bedienen).

Tips voor het vastleggen van activiteiten

  • Laad het toestel op voordat u een activiteit start (Het toestel opladen).
  • Selecteer BACK (Terug) om ronden vast te leggen.
  • Selecteer UP (Omhoog) of DOWN (Omlaag) om extra gegevenspagina's te bekijken.

Een activiteit stoppen

  1. Selecteer STOP.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Resume (Hervatten) om uw activiteit te hervatten.
    • Selecteer Save (Opslaan) om de activiteit op te slaan.
    • Selecteer Discard (Verwijderen) > Yes (Ja) om de activiteit te verwijderen.

Trainingen

U kunt aangepaste trainingen maken met doelen voor elke trainingsstap en voor verschillende afstanden, tijden en calorieën. U kunt trainingen maken met Garmin Connect of een trainingsplan selecteren met ingebouwde trainingen van Garmin Connect en deze overbrengen naar uw toestel.
U kunt trainingen plannen met Garmin Connect. U kunt trainingen van tevoren plannen en opslaan op uw toestel.

Een training volgen

Uw toestel kan u door meerdere stappen in een training leiden.

NOTE: Voordat u een trainingsplan of training kunt downloaden en gebruiken, moet u een Garmin Connect account hebben (Uw smartphone koppelen met uw toestel).

  1. Selecteer START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Options (Opties) > Workouts (Trainingen).
    NOTE: Deze optie verschijnt alleen als er trainingen op uw toestel zijn geladen voor de geselecteerde activiteit.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer Intervals (Intervals) om een intervaltraining te doen of te bewerken.
    • Selecteer My Workouts (Mijn trainingen) om trainingen te doen die zijn gedownload van Garmin Connect.
    • Selecteer Training Calendar (Trainingskalender) om uw geplande trainingen te doen of te bekijken.
  5. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Een aangepaste training maken op Garmin Connect

Voordat u een training kunt maken in de Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account hebben (Garmin Connect).

  1. Selecteer in de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Training > Workouts (Trainingen) > Create a Workout (Een training maken).
  3. Selecteer een activiteit.
  4. Maak uw aangepaste training.
  5. Selecteer Save (Opslaan).
  6. Voer een naam in voor uw training en selecteer Save (Opslaan).
    De nieuwe training wordt weergegeven in uw lijst met trainingen.
    NOTE: U kunt deze training naar uw toestel verzenden (Een aangepaste training naar uw toestel verzenden).
Een aangepaste training naar uw toestel verzenden

U kunt een aangepaste training die u hebt gemaakt met de Garmin Connect app naar uw toestel verzenden (Een aangepaste training maken op Garmin Connect).

  1. Selecteer in de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Training > Workouts (Trainingen).
  3. Selecteer een training in de lijst.
  4. Selecteer .
  5. Selecteer uw compatibele toestel.
  6. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Een training starten

Voordat u een training kunt starten, moet u de training downloaden van uw Garmin Connect account.

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Options (Opties) > Workouts (Trainingen) > My Workouts (Mijn trainingen).
  4. Selecteer een training.
    NOTE: Alleen trainingen die compatibel zijn met de geselecteerde activiteit worden in de lijst weergegeven.
  5. Selecteer Do Workout (Training doen).
  6. Selecteer START om de activiteitentimer te starten.

Nadat u een training bent begonnen, geeft het toestel elke stap van de training, stapnotities (optioneel), het doel (optioneel) en de huidige trainingsgegevens weer.

Over de trainingskalender

De trainingskalender op uw toestel is een uitbreiding van de trainingskalender of het schema dat u hebt ingesteld in Garmin Connect. Nadat u een paar trainingen aan de Garmin Connect kalender hebt toegevoegd, kunt u deze naar uw toestel verzenden. Alle geplande trainingen die naar het toestel worden verzonden, worden op datum weergegeven in de trainingskalenderlijst. Wanneer u een dag in de trainingskalender selecteert, kunt u de training bekijken of doen. De geplande training blijft op uw toestel staan, of u deze nu voltooit of overslaat. Wanneer u geplande trainingen van Garmin Connect verzendt, overschrijven deze de bestaande trainingskalender.

Geplande trainingen bekijken

U kunt trainingen bekijken die in uw trainingskalender zijn gepland en een training starten.

  1. Druk op START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Workouts (Trainingen) > Training Calendar (Trainingskalender).
    Uw geplande trainingen worden gesorteerd op datum weergegeven.
  4. Selecteer een training.
  5. Selecteer een optie:
    • Selecteer View (Bekijken) om de stappen voor de training te bekijken.
    • Selecteer Do Workout (Training doen) om de training te starten.

Adaptieve trainingsplannen

Uw Garmin Connect account heeft een adaptief trainingsplan en Garmin® coach die passen bij uw trainingsdoelen. U kunt bijvoorbeeld een paar vragen beantwoorden en een plan vinden om u te helpen een 5 km race te voltooien. Het plan wordt aangepast aan uw huidige fitnessniveau, coaching- en schema voorkeuren en de wedstrijddatum. Wanneer u een plan start, wordt de Garmin Coach widget toegevoegd aan de widgetloop op uw Forerunner toestel.

Garmin Connect trainingsplannen gebruiken

Voordat u een trainingsplan van Garmin Connect kunt downloaden en gebruiken, moet u een Garmin Connect account hebben (Garmin Connect) en moet u het Forerunner toestel koppelen met een compatibele smartphone.

  1. Selecteer in de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Training > Training Plans (Trainingsplannen).
  3. Selecteer en plan een trainingsplan.
  4. Volg de aanwijzingen op het scherm.
  5. Bekijk het trainingsplan in uw kalender.
De training van vandaag starten

Nadat u een Garmin Coach trainingsplan naar uw toestel hebt verzonden, verschijnt de Garmin Coach widget in uw widgetloop.

  1. Selecteer vanaf de watch face UP (Omhoog) of DOWN (Omlaag) om de Garmin Coach widget te bekijken.
    Als er voor vandaag een training voor deze activiteit is gepland, geeft het toestel de naam van de training weer en wordt u gevraagd om deze te starten.
    De training van vandaag starten
  2. Selecteer START.
  3. Selecteer View (Bekijken) om de trainingsstappen te bekijken (optioneel).
  4. Selecteer Do Workout (Training doen).
  5. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Intervaltrainingen

U kunt intervaltrainingen maken op basis van afstand of tijd. Het toestel slaat uw aangepaste intervaltraining op totdat u een andere intervaltraining maakt. U kunt open intervallen gebruiken voor baantrainingen en wanneer u een bekende afstand loopt.

Een intervaltraining maken

Intervaltrainingen zijn beschikbaar voor hardloop- en fietsactiviteiten.

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Options (Opties) > Workouts (Trainingen) > Intervals (Intervals) > Edit (Bewerken) > Interval > Type.
    NOTE: Deze optie verschijnt alleen als er trainingen op uw toestel zijn geladen voor de geselecteerde activiteit.
  4. Selecteer Distance (Afstand), Time (Tijd) of Open (Open).
    TIP: U kunt een open interval maken door de optie Open te selecteren.
  5. Selecteer indien nodig Duration (Duur), voer een waarde voor de afstand of het tijdsinterval voor de training in en selecteer .
  6. Selecteer BACK (Terug).
  7. Selecteer Rest (Rust) > Type.
  8. Selecteer Distance (Afstand), Time (Tijd) of Open (Open).
  9. Selecteer indien nodig Duration (Duur), voer een afstand of tijdswaarde in voor de rustperiode en selecteer .
  10. Selecteer BACK (Terug).
  11. Selecteer een of meer opties:
    • Als u het aantal herhalingen wilt instellen, selecteert u Repeat (Herhalen).
    • Als u een open warming-up aan uw training wilt toevoegen, selecteert u Warm Up (Warming-up) > On (Aan).
    • Als u een open cooling-down aan uw training wilt toevoegen, selecteert u Cool Down (Cooling-down) > On (Aan).

Een intervaltraining starten

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Options (Opties) > Workouts (Trainingen) > Intervals (Intervals) > Do Workout (Training doen).
  4. Selecteer START om de activiteitentimer te starten.
  5. Wanneer uw intervaltraining een warming-up heeft, selecteert u BACK (Terug) om aan het eerste interval te beginnen.
  6. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Nadat u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een bericht.

Een intervaltraining stoppen
  • Selecteer op elk gewenst moment BACK (Terug) om het huidige interval of de huidige rustperiode te stoppen en over te gaan naar het volgende interval of de volgende rustperiode.
  • Nadat alle intervallen en rustperioden zijn voltooid, selecteert u BACK (Terug) om de intervaltraining te beëindigen en over te gaan naar een timer die kan worden gebruikt voor cooling-down.
  • Selecteer op elk gewenst moment STOP om de activiteitentimer te stoppen. U kunt de timer hervatten of de intervaltraining beëindigen.

Intervals hardlopen en wandelen gebruiken

NOTE: U moet de hardloop-/wandelintervallen instellen voordat u met hardlopen begint. Nadat u de hardlooptimer hebt gestart, kunt u de instellingen niet meer wijzigen.

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een hardloopactiviteit.
    NOTE: Waarschuwingen voor wandelpauzes zijn alleen beschikbaar voor hardloopactiviteiten.
  3. Selecteer Options (Opties) > Alerts (Waarschuwingen) > Run/Walk (Hardlopen/wandelen).
  4. Stel de hardlooptijd in voor elk interval.
  5. Stel de wandeltijd in voor elk interval.
  6. Ga hardlopen.

Elke keer dat u een interval voltooit, verschijnt er een bericht. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (De toestelgeluiden instellen). Nadat u de hardloop-/wandelintervallen hebt ingeschakeld, worden deze telkens gebruikt wanneer u gaat hardlopen totdat u ze uitschakelt of een andere hardloopmodus inschakelt.

Binnenshuis trainen

U kunt GPS uitschakelen wanneer u binnenshuis traint of om de batterij te sparen. Wanneer u loopt of wandelt met GPS uitgeschakeld, worden snelheid en afstand berekend met behulp van de versnellingsmeter in het toestel. De versnellingsmeter is zelfkalibrerend. De nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens verbetert na een paar keer buiten hardlopen met GPS.
Wanneer u fietst met GPS uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u een optionele sensor hebt die snelheids- en afstandsgegevens naar het toestel verzendt, zoals een snelheidssensor of cadanssensor.

  1. Selecteer vanaf de watch face START.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Options (Opties) > GPS > Off (Uit).
    NOTE: Als u een activiteit selecteert die doorgaans binnenshuis wordt gedaan, wordt GPS automatisch uitgeschakeld.

De afstand op de loopband kalibreren

Als u nauwkeurigere afstanden wilt vastleggen voor uw loopbandsessies, kunt u de afstand op de loopband kalibreren nadat u minstens 1,5 km op een loopband hebt gelopen. Als u verschillende loopbanden gebruikt, kunt u de afstand op de loopband handmatig kalibreren op elke loopband of na elke hardloopsessie.

  1. Start een loopbandactiviteit (Een activiteit starten) en loop minstens 1,5 km op de loopband.
  2. Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u de afstand op de loopband voor de eerste keer wilt kalibreren, selecteert u Save (Opslaan).
    • Het toestel vraagt u om de loopbandkalibratie te voltooien.
    • Als u de afstand op de loopband handmatig wilt kalibreren na de eerste kalibratie, selecteert u Calibrate & Save (Kalibreren en opslaan) > Yes (Ja).
  4. Controleer het display van de loopband voor de afgelegde afstand en voer de afstand in op uw toestel.

Persoonlijke records

Wanneer u een activiteit voltooit, geeft het toestel eventuele nieuwe persoonlijke records weer die u tijdens die activiteit hebt behaald. Persoonlijke records omvatten uw snelste tijd over verschillende typische raceafstanden en de langste hardloopsessie of fietstocht.

Uw persoonlijke records bekijken

  1. Houd vanaf de watch face UP (Omhoog) ingedrukt.
  2. Selecteer History (Geschiedenis) > Records.
  3. Selecteer een sport.
  4. Selecteer een record.
  5. Selecteer View Record (Record bekijken).

Een persoonlijk record herstellen

U kunt elk persoonlijk record terugzetten naar het eerder geregistreerde record.

  1. Houd vanaf de watch face UP (Omhoog) ingedrukt.
  2. Selecteer History (Geschiedenis) > Records.
  3. Selecteer een sport.
  4. Selecteer een record om te herstellen.
  5. Selecteer Previous (Vorige) > Yes (Ja).
    NOTE: Hiermee worden geen opgeslagen activiteiten verwijderd.

Een persoonlijk record wissen

  1. Houd vanaf de watch face UP (Omhoog) ingedrukt.
  2. Selecteer History (Geschiedenis) > Records.
  3. Selecteer een sport.
  4. Selecteer een record om te verwijderen.
  5. Selecteer Clear Record (Record wissen) > Yes (Ja).
    NOTE: Hiermee worden geen opgeslagen activiteiten verwijderd.

Alle persoonlijke records wissen

  1. Houd vanaf de watch face UP (Omhoog) ingedrukt.
  2. Selecteer History (Geschiedenis) > Records.
  3. Selecteer een sport.
  4. Selecteer Clear All Records (Alle records wissen) > Yes (Ja).
    De records worden alleen voor die sport verwijderd.
    NOTE: Hiermee worden geen opgeslagen activiteiten verwijderd.

Activiteiten volgen

De functie voor het volgen van activiteiten registreert uw dagelijkse aantal stappen, afgelegde afstand, intensiteitsminuten, verbrande calorieën en slaapstatistieken voor elke geregistreerde dag. Uw verbrande calorieën omvatten uw basaal metabolisme plus activiteitcalorieën.
Het aantal stappen dat gedurende de dag is gezet, verschijnt in de stappenwidget. Het aantal stappen wordt periodiek bijgewerkt.
Ga voor meer informatie over het volgen van activiteiten en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens naar garmin.com/ataccuracy.

Automatisch doel

Uw toestel maakt automatisch een dagelijks stappendoel op basis van uw eerdere activiteitenniveaus. Terwijl u gedurende de dag beweegt, toont het toestel uw voortgang ten opzichte van uw dagelijkse doel 1.
Automatisch doel
Als u ervoor kiest om de functie voor automatische doelen niet te gebruiken, kunt u een persoonlijk stappendoel instellen op uw Garmin Connect account.

De bewegingswaarschuwing gebruiken

Langdurig zitten kan ongewenste veranderingen in de stofwisseling veroorzaken. De bewegingswaarschuwing herinnert u eraan om in beweging te blijven. Na een uur inactiviteit verschijnen Move! (Beweeg!) en de rode balk. Na elke 15 minuten inactiviteit verschijnen er extra segmenten. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (Het geluid van het toestel instellen).
Maak een korte wandeling (minstens een paar minuten) om de bewegingswaarschuwing te resetten.

De bewegingswaarschuwing inschakelen

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > Activity Tracking (Activiteiten volgen) > Move Alert (Bewegingswaarschuwing) > On (Aan).

Garmin Move IQ™ Events

De Move IQ functie detecteert automatisch activiteitspatronen, zoals fietsen of hardlopen, gedurende minstens 10 minuten. U kunt het type evenement en de duur bekijken op uw Garmin Connect tijdlijn, maar ze verschijnen niet in uw activiteitenlijst, snapshots of nieuwsfeed. Voor meer detail en nauwkeurigheid kunt u een getimede activiteit op uw toestel registreren.

Intensiteitsminuten

Om uw gezondheid te verbeteren, raden organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie minstens 150 minuten per week aan van matige intensiteit, zoals stevig wandelen, of 75 minuten per week van krachtige intensiteit, zoals hardlopen.
Het toestel houdt uw activiteitsintensiteit bij en registreert uw tijd besteed aan activiteiten met matige tot krachtige intensiteit (hartslaggegevens zijn vereist om krachtige intensiteit te kwantificeren). U kunt werken aan het bereiken van uw wekelijkse intensiteitsminutendoel door minstens 10 opeenvolgende minuten deel te nemen aan activiteiten met matige tot krachtige intensiteit. Het toestel telt het aantal minuten matige activiteit op bij het aantal minuten krachtige activiteit. Uw totale intensiteitsminuten met krachtige intensiteit worden verdubbeld bij het optellen.

Intensiteitsminuten verdienen

Uw Forerunner toestel berekent intensiteitsminuten door uw hartslaggegevens te vergelijken met uw gemiddelde rusthartslag. Als de hartslag is uitgeschakeld, berekent het toestel minuten met matige intensiteit door uw stappen per minuut te analyseren.

  • Start een getimede activiteit voor de meest accurate berekening van intensiteitsminuten.
  • Train minstens 10 opeenvolgende minuten op een matig of krachtig intensiteitsniveau.
  • Draag uw toestel de hele dag en nacht voor de meest accurate rusthartslag.

Slaap volgen

Terwijl u slaapt, detecteert het toestel automatisch uw slaap en houdt het uw bewegingen bij tijdens uw normale slaapuren. U kunt uw normale slaapuren instellen in de gebruikersinstellingen op uw Garmin Connect account. Slaapstatistieken omvatten het totale aantal uren slaap, slaapniveaus en slaapbewegingen. U kunt uw slaapstatistieken bekijken op uw Garmin Connect account.

NOTE: Dutjes worden niet toegevoegd aan uw slaapstatistieken. U kunt de modus niet storen gebruiken om meldingen en waarschuwingen uit te schakelen, met uitzondering van alarmen (De modus Niet storen gebruiken).

Automatische slaapregistratie gebruiken

  1. Draag uw toestel tijdens het slapen.
  2. Upload uw slaapregistratiegegevens naar de Garmin Connect site (Garmin Connect).
    U kunt uw slaapstatistieken bekijken op uw Garmin Connect account.

De modus Niet storen gebruiken

U kunt de modus niet storen gebruiken om de achtergrondverlichting, toonwaarschuwingen en trilwaarschuwingen uit te schakelen. U kunt deze modus bijvoorbeeld gebruiken tijdens het slapen of het bekijken van een film.

NOTE: U kunt uw normale slaapuren instellen in de gebruikersinstellingen op uw Garmin Connect account. U kunt de optie Slaaptijd inschakelen in de systeeminstellingen om automatisch de modus niet storen te activeren tijdens uw normale slaapuren (Systeeminstellingen).

  1. Houd LIGHT (LICHT) ingedrukt.
  2. Selecteer Do Not Disturb (Niet storen).

Slimme functies

Bluetooth-functies

Het Forerunner toestel heeft diverse Bluetooth-functies voor uw compatibele smartphone met behulp van de Garmin Connect app.
Activiteit uploads: Stuurt automatisch uw activiteit naar de Garmin Connect app zodra u klaar bent met de opname van de activiteit.
Audio prompts: Hiermee kan de Garmin Connect app status aankondigingen, zoals ronde tijden en andere gegevens, afspelen op uw smartphone tijdens een run of andere activiteit.
Find my phone: Lokaliseert uw verloren smartphone die is gekoppeld met uw Forerunner toestel en is momenteel binnen bereik.
Find my watch: Lokaliseert uw verloren Forerunner toestel die is gekoppeld met uw smartphone en is momenteel binnen bereik.
Music controls: Hiermee kunt u de muziekspeler op uw smartphone bedienen.
Phone notifications: Geeft telefoon meldingen en berichten weer op uw Forerunner toestel.
Safety and tracking features: Hiermee kunt u berichten en waarschuwingen naar vrienden en familie sturen, evenals hulp vragen van contactpersonen voor noodgevallen die zijn ingesteld in de Garmin Connect app. Voor meer informatie, ga naar Safety and Tracking Features (Veiligheids- en trackingfuncties).
Social media interactions: Hiermee kunt u een update plaatsen op uw favoriete social media website wanneer u een activiteit uploadt naar de Garmin Connect app.
Software updates: Hiermee kunt u uw toestelsoftware updaten.
Weather updates: Stuurt real-time weersomstandigheden en meldingen naar uw toestel.
Workout downloads: Hiermee kunt u bladeren naar workouts in de Garmin Connect app en draadloos naar uw toestel sturen.

Handmatig synchroniseren van gegevens met Garmin Connect

  1. Houd LIGHT (LICHT) ingedrukt om het bedieningsmenu te bekijken.
  2. Selecteer .

Widgets

Uw toestel wordt geleverd met voorgeladen widgets die in één oogopslag informatie geven. Sommige widgets vereisen een Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone.
Sommige widgets zijn niet standaard zichtbaar. U kunt ze handmatig toevoegen aan de widget loop (Customizing the Widget Loop) (De widget loop aanpassen).
Body Battery™: Geeft uw huidige Body Battery niveau en een grafiek van uw Body Battery niveaus voor de afgelopen uren weer.
Calendar: Geeft aankomende afspraken van uw smartphone kalender weer.
Calories: Geeft uw calorie informatie voor de huidige dag weer.
Garmin coach: Geeft geplande trainingen weer wanneer u een Garmin coach trainingsschema in uw Garmin Connect account selecteert.
Health stats: Geeft een dynamisch overzicht van uw huidige gezondheidsstatistieken weer. De metingen omvatten hartslag, Body Battery niveau, stress, en meer.
Heart rate: Geeft uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm) en een grafiek van uw hartslag weer.
History: Geeft uw activiteit geschiedenis en een grafiek van uw opgenomen activiteiten weer.
Intensity minutes: Houdt uw tijd bij die u besteedt aan matige tot intensieve activiteiten, uw wekelijkse doel voor intensiteitsminuten, en de voortgang naar uw doel.
Last activity: Geeft een korte samenvatting van uw laatst opgenomen activiteit weer, zoals uw laatste run, laatste rit, of laatste zwem.
Music controls: Biedt muziekspeler bedieningselementen voor uw smartphone.
My day: Geeft een dynamisch overzicht van uw activiteit van vandaag weer. De meetwaarden omvatten getimede activiteiten, intensiteitsminuten, stappen, verbrande calorieën, en meer.
Notifications: Waarschuwt u voor inkomende gesprekken, sms-berichten, social network updates, en meer, op basis van uw smartphone meldingsinstellingen.
Steps: Houdt uw dagelijkse aantal stappen, stappendoel, en gegevens voor voorgaande dagen bij.
Stress: Geeft uw huidige stressniveau en een grafiek van uw stressniveau weer. U kunt een ademhalingsoefening doen om u te helpen ontspannen.
Weather: Geeft de huidige temperatuur en weersvoorspelling weer.

De widgets bekijken

Uw toestel wordt geleverd met voorgeladen widgets die in één oogopslag informatie geven. Sommige widgets vereisen een Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone.

  • Selecteer vanaf de watch face UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de widgets te bekijken.
    Beschikbare widgets omvatten hartslag en activiteit tracking.
  • Selecteer START om extra opties en functies voor een widget te bekijken.
Over Mijn Dag

De Mijn Dag widget is een dagelijkse momentopname van uw activiteit. Dit is een dynamische samenvatting die de hele dag wordt bijgewerkt. De meetwaarden omvatten uw laatst opgenomen sport, intensiteitsminuten voor de week, stappen, verbrande calorieën, en meer. U kunt START selecteren om extra meetwaarden te bekijken.

Gezondheidsstatistieken Widget

De Gezondheidsstatistieken widget geeft een overzicht in één oogopslag van uw gezondheidsgegevens. Dit is een dynamische samenvatting die de hele dag wordt bijgewerkt. De meetwaarden omvatten uw hartslag, stressniveau en Body Battery niveau. U kunt START selecteren om extra meetwaarden te bekijken.

De Weer Widget Bekijken

Weer vereist een Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone.

  1. Selecteer vanaf de watch face UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de weer widget te bekijken.
  2. Selecteer START om uurlijkse weer gegevens te bekijken.
  3. Selecteer DOWN (OMLAAG) om dagelijkse weer gegevens te bekijken.

Een verloren mobiel toestel lokaliseren

U kunt deze functie gebruiken om een verloren mobiel toestel te lokaliseren die is gekoppeld met behulp van Bluetooth draadloze technologie en momenteel binnen bereik is.

  1. Houd LIGHT (LICHT) ingedrukt om het bedieningsmenu te bekijken.
  2. Selecteer .
    De Forerunner toestel begint te zoeken naar uw gekoppelde mobiele toestel. Een hoorbare waarschuwing klinkt op uw mobiele toestel, en de Bluetooth signaalsterkte wordt weergegeven op het Forerunner toestel scherm. De Bluetooth signaalsterkte neemt toe naarmate u dichter bij uw mobiele toestel komt.
  3. Selecteer BACK (TERUG) om het zoeken te stoppen.

Muziek afspelen bedienen op een aangesloten smartphone

  1. Start op uw smartphone een nummer of afspeellijst.
  2. Houd DOWN (OMLAAG) ingedrukt vanuit een willekeurig scherm om de muziek bedieningselementen te openen.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer om de huidige muziektrack af te spelen en te pauzeren ("play" (afspelen) en "pause" (pauze)).
    • Selecteer om naar de volgende muziektrack te gaan ("skip" (overslaan)).
    • Selecteer om meer muziek bedieningselementen te openen, zoals volume en vorige track.

Bluetooth Meldingen Inschakelen

Voordat u meldingen kunt inschakelen, moet u de Forerunner toestel koppelen met een compatibele mobiel toestel (Pairing Your Smartphone with Your Device) (Uw smartphone koppelen met uw toestel).

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > Phone (Telefoon) > Notifications (Meldingen) > Status > On (Aan).
  3. Selecteer During Activity (Tijdens Activiteit).
  4. Selecteer een meldingsvoorkeur.
  5. Selecteer een geluidsvoorkeur.
  6. Selecteer Not During Activity (Niet Tijdens Activiteit).
  7. Selecteer een meldingsvoorkeur.
  8. Selecteer een geluidsvoorkeur.

Meldingen Bekijken

  1. Selecteer vanaf de watch face UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de meldingen widget te bekijken.
  2. Selecteer START.
  3. Selecteer een melding.
  4. Selecteer DOWN (OMLAAG) voor meer opties.
  5. Selecteer BACK (TERUG) om terug te keren naar het vorige scherm.

Meldingen Beheren

U kunt uw compatibele smartphone gebruiken om meldingen te beheren die op uw Forerunner toestel verschijnen.

Selecteer een optie:

  • Als u een iPhone® toestel gebruikt, ga dan naar de meldingsinstellingen om de items te selecteren die op het toestel moeten worden weergegeven.
  • Als u een Android™ smartphone gebruikt, selecteer dan vanuit de Garmin Connect app Settings (Instellingen) > Smart Notifications (Slimme Meldingen).

De Bluetooth Smartphone Verbinding Uitschakelen

  1. Houd LIGHT (LICHT) ingedrukt om het bedieningsmenu te bekijken.
  2. Selecteer om de Bluetooth smartphone verbinding op uw Forerunner toestel uit te schakelen.
    Raadpleeg de handleiding van uw mobiele toestel om Bluetooth draadloze technologie op uw mobiele toestel uit te schakelen.

Smartphone Verbindingswaarschuwingen In- en Uitschakelen

U kunt de Forerunner toestel instellen om u te waarschuwen wanneer uw gekoppelde smartphone verbinding maakt en verbreekt met behulp van Bluetooth technologie.

NOTE: Smartphone verbindingswaarschuwingen zijn standaard uitgeschakeld.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > Phone (Telefoon) > Connected Alerts (Verbonden Waarschuwingen) > On (Aan).

Activiteiten Synchroniseren

U kunt activiteiten van andere Garmin toestellen synchroniseren met uw Forerunner toestel met behulp van uw Garmin Connect account. Hierdoor kan uw toestel uw trainingsstatus en fitness nauwkeuriger weergeven. U kunt bijvoorbeeld een rit opnemen met een Edge® toestel, en uw activiteit details bekijken op uw Forerunner toestel.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > User Profile (Gebruikersprofiel) > Physio TrueUp.

Wanneer u uw toestel synchroniseert met uw smartphone, verschijnen recente activiteiten van uw andere Garmin toestellen op uw Forerunner toestel.

Audio Prompts Afspelen Tijdens Uw Activiteit

Voordat u audio prompts kunt instellen, moet u een smartphone hebben met de Garmin Connect app gekoppeld aan uw Forerunner toestel.
U kunt de Garmin Connect app instellen om motiverende status aankondigingen en trainingswaarschuwingen af te spelen op uw smartphone tijdens een run of andere activiteit. Tijdens een audio prompt, dempt de Garmin Connect app de primaire audio van de smartphone om de aankondiging af te spelen. U kunt de volume niveaus aanpassen in de Garmin Connect app.

  1. Selecteer vanuit de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Garmin Devices (Garmin Toestellen).
  3. Selecteer uw toestel.
  4. Selecteer Activity Options (Activiteit Opties) > Audio Prompts.
  5. Selecteer een optie.

Veiligheids- en trackingfuncties

Let op
Incidentdetectie en assistentie zijn aanvullende functies en mogen niet worden beschouwd als een primaire methode om noodhulp te verkrijgen. De Garmin Connect app neemt niet namens u contact op met hulpdiensten.
Het Forerunner toestel heeft veiligheids- en trackingfuncties die moeten worden ingesteld met de Garmin Connect app.

KENNISGEVING
Om deze functies te gebruiken, moet u verbonden zijn met de Garmin Connect app met behulp van Bluetooth technologie. U kunt contactpersonen voor noodgevallen invoeren in uw Garmin Connect account.

Assistance (Assistentie): Hiermee kunt u een sms-bericht met uw naam en GPS-locatie naar uw contactpersonen voor noodgevallen sturen.
Incident detection (Incidentdetectie): Hiermee kan de Garmin Connect app een bericht sturen naar uw contactpersonen voor noodgevallen wanneer het Forerunner toestel een incident detecteert.
LiveTrack: Hiermee kunnen vrienden en familie uw wedstrijden en trainingsactiviteiten in real time volgen. U kunt volgers uitnodigen via e-mail of social media, zodat ze uw live data kunnen bekijken op een Garmin Connect trackingpagina.
Live Event Sharing (Live evenement delen): Hiermee kunt u berichten sturen naar vrienden en familie tijdens een evenement, waardoor real-time updates worden verstrekt.

NOTE: Deze functie is alleen beschikbaar als uw toestel is verbonden met een Android smartphone.

Contactpersonen Voor Noodgevallen Toevoegen

Telefoonnummers van contactpersonen voor noodgevallen worden gebruikt voor de incidentdetectie en assistentie functies.

  1. Selecteer vanuit de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Safety & Tracking (Veiligheid & Tracking) > Incident Detection & Assistance (Incidentdetectie & Assistentie) > Add Emergency Contact (Contactpersoon Voor Noodgevallen Toevoegen).
  3. Volg de instructies op het scherm.

Incidentdetectie In- en Uitschakelen

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > Safety (Veiligheid) > Incident Detection (Incidentdetectie).
  3. Selecteer een activiteit.
    NOTE: Incidentdetectie is alleen beschikbaar voor outdoor wandelen, hardlopen en fietsen activiteiten.

Wanneer een incident wordt gedetecteerd door uw Forerunner toestel met GPS ingeschakeld, kan de Garmin Connect app een automatisch sms-bericht en e-mail met uw naam en GPS-locatie naar uw contactpersonen voor noodgevallen sturen. Er verschijnt een bericht dat aangeeft dat uw contactpersonen na 30 seconden op de hoogte worden gebracht. U kunt Cancel (Annuleren) selecteren voordat het aftellen is voltooid om het bericht te annuleren.

Assistentie Aanvragen

Voordat u assistentie kunt aanvragen, moet u contactpersonen voor noodgevallen instellen (Adding Emergency Contacts) (Contactpersonen voor noodgevallen toevoegen).

  1. Houd de LIGHT (LICHT) toets ingedrukt.
  2. Wanneer u drie trillingen voelt, laat u de toets los om de assistentie functie te activeren.
    Het aftelscherm verschijnt.
    TIP: U kunt Cancel (Annuleren) selecteren voordat het aftellen is voltooid om het bericht te annuleren.

Hartslagfuncties

Het Forerunner-toestel heeft een polshartslagmeter en is ook compatibel met ANT+®-borsthartslagmeters. Je kunt polshartslaggegevens bekijken in de hartslagwidget. Als zowel polshartslag- als ANT+ hartslaggegevens beschikbaar zijn, gebruikt je toestel de ANT+ hartslaggegevens.

Polshartslagmeter

Het toestel dragen

  • Draag het toestel boven je polsbot.
    OPMERKING: Het toestel moet strak maar comfortabel zitten. Voor nauwkeurigere hartslagmetingen mag het toestel niet bewegen tijdens het hardlopen of trainen.
    Het toestel dragen
    OPMERKING: De optische sensor bevindt zich aan de achterkant van het toestel.
  • Zie Tips voor onregelmatige hartslaggegevens voor meer informatie over polshartslagmeting.
  • Ga voor meer informatie over nauwkeurigheid naar garmin.com/ataccuracy.

Tips voor onregelmatige hartslaggegevens

Als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden weergegeven, kun je deze tips proberen.

  • Maak je arm schoon en droog voordat je het toestel omdoet.
  • Vermijd het dragen van zonnebrandcrème, lotion en insectenspray onder het toestel.
  • Vermijd krassen op de hartslagsensor aan de achterkant van het toestel.
  • Draag het toestel boven je polsbot. Het toestel moet strak maar comfortabel zitten.
  • Warm 5 tot 10 minuten op en meet je hartslag voordat je met je activiteit begint.
    OPMERKING: Warm in koude omgevingen binnenshuis op.
  • Spoel het toestel na elke training af met schoon water.

De hartslagwidget weergeven

De widget geeft je huidige hartslag in slagen per minuut (bpm) en een grafiek van je hartslag van de afgelopen 4 uur weer.

  1. Selecteer op de watch face UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de hartslagwidget te bekijken.
    OPMERKING: Mogelijk moet je de widget toevoegen aan je widgetloop (De widgetloop aanpassen).
  2. Selecteer START om je gemiddelde hartslagwaarden in rust van de afgelopen 7 dagen te bekijken.
    De hartslagwidget weergeven

Hartslaggegevens uitzenden naar Garmin toestellen

Je kunt je hartslaggegevens uitzenden vanaf je Forerunner toestel en deze bekijken op gekoppelde Garmin toestellen.

OPMERKING: Het uitzenden van hartslaggegevens verkort de batterijduur.

  1. Houd in de hartslagwidget UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Options (Opties) > Broadcast Heart Rate (Hartslag uitzenden).
    Het Forerunner toestel begint met het uitzenden van je hartslaggegevens en wordt weergegeven.
    OPMERKING: Je kunt alleen de hartslagwidget bekijken tijdens het uitzenden van hartslaggegevens vanuit de hartslagwidget.
  3. Koppel je Forerunner toestel met je Garmin ANT+ compatibele toestel.
    OPMERKING: De koppelingsinstructies verschillen per Garmin compatibel toestel. Raadpleeg de gebruikershandleiding.
    TIP: Als je het uitzenden van je hartslaggegevens wilt stoppen, selecteer je een willekeurige toets en selecteer je Ja.
Hartslaggegevens uitzenden tijdens een activiteit

Je kunt je Forerunner toestel zo instellen dat je hartslaggegevens automatisch worden uitgezonden wanneer je een activiteit start. Je kunt bijvoorbeeld je hartslaggegevens uitzenden naar een Edge toestel tijdens het fietsen, of naar een VIRB®-actiecamera tijdens een activiteit.

OPMERKING: Het uitzenden van hartslaggegevens verkort de batterijduur.

  1. Houd in de hartslagwidget UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Options (Opties) > Broadcast During Activity (Uitzenden tijdens activiteit).
  3. Start een activiteit (Een activiteit starten).
    Het Forerunner toestel begint op de achtergrond met het uitzenden van je hartslaggegevens.
    OPMERKING: Er is geen indicatie dat het toestel je hartslaggegevens uitzendt tijdens een activiteit.
  4. Koppel indien nodig je Forerunner toestel met je Garmin ANT+ compatibele toestel.
    OPMERKING: De koppelingsinstructies verschillen per Garmin compatibel toestel. Raadpleeg de gebruikershandleiding.
    TIP: Stop de activiteit om het uitzenden van je hartslaggegevens te stoppen.

Een waarschuwing voor een afwijkende hartslag instellen

Je kunt het toestel zo instellen dat het je waarschuwt wanneer je hartslag een bepaald aantal slagen per minuut (bpm) overschrijdt na een periode van inactiviteit.

  1. Houd in de hartslagwidget UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Options (Opties) > Abnormal HR Alert (Waarschuwing afwijkende hartslag) > Status (Status) > On (Aan).
  3. Selecteer Alert Threshold (Waarschuwingsdrempel).
  4. Selecteer een drempelwaarde voor de hartslag.

Elke keer dat je de drempelwaarde overschrijdt, verschijnt er een bericht en trilt het toestel.

De polshartslagmeter uitschakelen

De standaardwaarde voor de instelling Wrist Heart Rate (Polshartslag) is Auto (Automatisch). Het toestel gebruikt automatisch de polshartslagmeter, tenzij je een ANT+ hartslagmeter aan het toestel koppelt.

  1. Houd in de hartslagwidget UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Options (Opties) > Status (Status) > Off (Uit).

Over hartslagzones

Veel sporters gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire kracht te meten en te vergroten en hun fitnessniveau te verbeteren. Een hartslagzone is een ingesteld bereik van hartslagen per minuut. De vijf algemeen aanvaarde hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van toenemende intensiteit. Hartslagzones worden over het algemeen berekend op basis van percentages van je maximale hartslag.

Fitnessdoelen

Door je hartslagzones te kennen, kun je je fitness meten en verbeteren door deze principes te begrijpen en toe te passen.

  • Je hartslag is een goede maatstaf voor trainingsintensiteit.
  • Trainen in bepaalde hartslagzones kan je helpen je cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.

Als je je maximale hartslag kent, kun je de tabel (Berekeningen van hartslagzones) gebruiken om de beste hartslagzone voor je fitnessdoelen te bepalen.
Als je je maximale hartslag niet kent, kun je een van de calculators op internet gebruiken. Sommige sportscholen en gezondheidscentra kunnen een test aanbieden die de maximale hartslag meet. De standaard maximale hartslag is 220 minus je leeftijd.

Het toestel je hartslagzones laten instellen

Met de standaardinstellingen kan het toestel je maximale hartslag detecteren en je hartslagzones instellen als een percentage van je maximale hartslag.

  • Controleer of de instellingen van je gebruikersprofiel nauwkeurig zijn (Je gebruikersprofiel instellen).
  • Ga regelmatig hardlopen met de pols- of borsthartslagmeter.
  • Bekijk je hartslagtrends met je Garmin Connect account.

Je maximale hartslag instellen

Het toestel gebruikt de gegevens van je gebruikersprofiel van de eerste installatie om je maximale hartslag te schatten en je standaardhartslagzones te bepalen. De standaard maximale hartslag is 220 minus je leeftijd. Voor de meest nauwkeurige caloriegegevens tijdens je activiteit moet je je maximale hartslag instellen (indien bekend).

  1. Houd op de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > User Profile (Gebruikersprofiel) > Max. HR (Max. HS).
  3. Voer je maximale hartslag in.

Je hartslagzones en maximale hartslag aanpassen

Je kunt je hartslagzones aanpassen op basis van je trainingsdoelen. Het toestel gebruikt de gegevens van je gebruikersprofiel van de eerste installatie om je maximale hartslag te schatten en je standaardhartslagzones te bepalen. De standaard maximale hartslag is 220 minus je leeftijd. Voor de meest nauwkeurige caloriegegevens tijdens je activiteit moet je je maximale hartslag instellen (indien bekend).

  1. Selecteer in de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Garmin Devices (Garmin toestellen).
  3. Selecteer je toestel.
  4. Selecteer User Settings (Gebruikersinstellingen) > Heart Rate Zones (Hartslagzones) > Running Zones (Hardloopzones).
  5. Voer je hartslagwaarden voor elke zone in.
  6. Voer je maximale hartslag in.
  7. Selecteer Save (Opslaan).

Berekeningen van hartslagzones

Zone % van maximale hartslag Ervaren inspanning Voordelen
1 50–60% Ontspannen, gemakkelijk tempo, ritmische ademhaling Aerobe training voor beginners, vermindert stress
2 60–70% Comfortabel tempo, iets diepere ademhaling, gesprek mogelijk Basale cardiovasculaire training, goed hersteltempo
3 70–80% Gematigd tempo, moeilijker om een gesprek te voeren Verbeterde aerobe capaciteit, optimale cardiovasculaire training
4 80–90% Snel tempo en een beetje oncomfortabel, geforceerde ademhaling Verbeterde anaërobe capaciteit en drempel, verbeterde snelheid
5 90–100% Sprinttempo, niet lang vol te houden, moeizame ademhaling Anaëroob en spieruithoudingsvermogen, meer kracht

Je VO2 max. schatting voor hardlopen ontvangen

Voor deze functie is een polshartslagmeter vereist.
Voltooi de installatie van het gebruikersprofiel (Je gebruikersprofiel instellen) en stel je maximale hartslag in (Je maximale hartslag instellen) voor de meest nauwkeurige schatting. De schatting lijkt in eerste instantie mogelijk onnauwkeurig. Het toestel heeft een paar runs nodig om meer te weten te komen over je hardloopprestaties.

  1. Loop minstens 10 minuten buiten hard.
  2. Selecteer na je run Save (Opslaan).
    Er verschijnt een melding om je eerste VO2 max. schatting weer te geven en elke keer dat je VO2 max. toeneemt.

Over VO2 max. schattingen

VO2 max. is het maximale volume zuurstof (in milliliter) dat je per minuut per kilogram lichaamsgewicht kunt verbruiken bij maximale prestaties. Simpel gezegd is VO2 max. een indicatie van atletische prestaties en zou deze moeten toenemen naarmate je fitnessniveau verbetert. Het Forerunner toestel vereist polshartslagmeting of een compatibele borsthartslagmeter om je VO2 max. schatting weer te geven.
Op het toestel wordt je VO2 max. schatting weergegeven als een getal, beschrijving en positie op de kleurenbalk. In je Garmin Connect account kun je aanvullende details over je VO2 max. schatting bekijken, inclusief je fitnessleeftijd. Je fitnessleeftijd geeft je een idee van hoe je fitness zich verhoudt tot een persoon van hetzelfde geslacht en een andere leeftijd. Naarmate je traint, kan je fitnessleeftijd na verloop van tijd afnemen.
Over VO2 max. schattingen

Paars Superieur
Blauw Uitstekend
Groen Goed
Oranje Redelijk
Rood Slecht

VO2 max.-gegevens worden geleverd door FirstBeat. VO2 max.-analyse wordt geleverd met toestemming van The Cooper Institute®. Zie de bijlage (Standaardwaarden VO2 max.) en ga naar www.CooperInstitute.org.

Hartslagwisseling en stressniveau

Het stressniveau is het resultaat van een test van drie minuten die wordt uitgevoerd terwijl je stilstaat, waarbij het Forerunner toestel de hartslagwisseling analyseert om je algehele stress te bepalen. Training, slaap, voeding en algemene levensstress hebben allemaal invloed op de prestaties van een hardloper. Het stressniveau varieert van 1 tot 100, waarbij 1 een zeer lage stressstatus is en 100 een zeer hoge stressstatus. Door je stressniveau te kennen, kun je beslissen of je lichaam klaar is voor een zware training of yoga.

De stressniveauwidget gebruiken

De stressniveauwidget geeft je huidige stressniveau weer en een grafiek van je stressniveau van de afgelopen uren. Het kan je ook begeleiden bij een ademhalingsoefening om je te helpen ontspannen.

  1. Terwijl je zit of inactief bent, selecteer je UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de stressniveauwidget te bekijken.
  2. Selecteer START (START).
    • Als je stressniveau in het lage of gemiddelde bereik ligt, verschijnt er een grafiek met je stressniveau van de afgelopen vier uur.
      TIP: Als je een ontspanningsoefening vanuit de grafiek wilt starten, selecteer je DOWN (OMLAAG) > START (START) en voer je een duur in minuten in.
    • Als je stressniveau in het hoge bereik ligt, verschijnt er een bericht waarin je wordt gevraagd een ontspanningsoefening te starten.
  3. Selecteer een optie:
    • Bekijk je stressniveau grafiek.
      OPMERKING: Blauwe balken geven rustperioden aan. Gele balken geven stressperioden aan. Grijze balken geven tijden aan waarop je te actief was om je stressniveau te bepalen.
    • Selecteer Yes (Ja) om de ontspanningsoefening te starten en voer een duur in minuten in.
    • Selecteer No (Nee) om de ontspanningsoefening over te slaan en de stressniveau grafiek te bekijken.

Body Battery

Je toestel analyseert je hartslagwisseling, stressniveau, slaapkwaliteit en activiteitgegevens om je algehele Body Battery niveau te bepalen. Net als een brandstofmeter in een auto geeft het de hoeveelheid beschikbare reserve-energie aan. Het Body Battery niveau varieert van 0 tot 100, waarbij 0 tot 25 een lage reserve-energie is, 26 tot 50 een gemiddelde reserve-energie, 51 tot 75 een hoge reserve-energie en 76 tot 100 een zeer hoge reserve-energie.
Je kunt je toestel synchroniseren met je Garmin Connect account om je meest actuele Body Battery niveau, trends op lange termijn en aanvullende details te bekijken (Tips voor verbeterde Body Battery gegevens).

De Body Battery widget weergeven

De Body Battery widget geeft je huidige Body Battery niveau en een grafiek van je Body Battery niveau van de afgelopen uren weer.

  1. Selecteer UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om de Body Battery widget te bekijken.
    OPMERKING: Mogelijk moet je de widget toevoegen aan je widgetloop (De widgetloop aanpassen).
    De Body Battery widget weergeven stap 1
  2. Selecteer START (START) om een gecombineerde grafiek van je Body Battery en stressniveau te bekijken.
    Blauwe balken geven rustperioden aan. Oranje balken geven stressperioden aan. Grijze balken geven tijden aan waarop je te actief was om je stressniveau te bepalen.
    De Body Battery widget weergeven stap 2
  3. Selecteer DOWN (OMLAAG) om je Body Battery gegevens sinds middernacht te bekijken.
    De Body Battery widget weergeven stap 3

Tips voor verbeterde Body Battery gegevens

  • Je Body Battery niveau wordt bijgewerkt wanneer je je toestel synchroniseert met je Garmin Connect account.
  • Draag het toestel tijdens het slapen voor nauwkeurigere resultaten.
  • Rust en goede slaap laden je Body Battery op.
  • Intense activiteit, hoge stress en slechte slaap kunnen ervoor zorgen dat je Body Battery leegraakt.
  • Voedselinname en stimulerende middelen zoals cafeïne hebben geen invloed op je Body Battery.

Geschiedenis

De geschiedenis omvat tijd, afstand, calorieën, gemiddeld tempo of snelheid, rondetijden en optionele sensorinformatie.

LET OP: Wanneer het apparaatgeheugen vol is, worden uw oudste gegevens overschreven.

Geschiedenis bekijken

De geschiedenis bevat eerdere activiteiten die u op uw toestel hebt opgeslagen.
Het toestel heeft een geschiedeniswidget voor snelle toegang tot uw activiteiteninformatie (De widgetloop aanpassen).

  1. Houd op de watch face OMHOOG ingedrukt.
  2. Selecteer Geschiedenis.
  3. Selecteer Deze week of Vorige weken.
  4. Selecteer een activiteit.
  5. Selecteer OMLAAG om extra details over de activiteit te bekijken.

Geschiedenis verwijderen

  1. Houd op de watch face OMHOOG ingedrukt.
  2. Selecteer Geschiedenis > Opties.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer Alle activiteiten verwijderen om alle activiteiten uit de geschiedenis te verwijderen.
    • Selecteer Totalen opnieuw instellen om alle totalen voor afstand en tijd opnieuw in te stellen.
      LET OP: Hiermee worden geen opgeslagen activiteiten verwijderd.

Gegevenstotalen bekijken

U kunt de verzamelde afstand- en tijdgegevens bekijken die op uw toestel zijn opgeslagen.

  1. Houd op de watch face OMHOOG ingedrukt.
  2. Selecteer Geschiedenis > Totalen.
  3. Selecteer indien nodig een activiteit.
  4. Selecteer een optie om wekelijkse of maandelijkse totalen te bekijken.

Gegevensbeheer

LET OP: Het toestel is niet compatibel met Windows® 95, 98, Me, Windows NT® en Mac® OS 10.3 en eerder.

Bestanden verwijderen

LET OP
Als u het doel van een bestand niet weet, verwijder het dan niet. Het geheugen van uw toestel bevat belangrijke systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.

  1. Open de Garmin schijf of het volume.
  2. Open indien nodig een map of volume.
  3. Selecteer een bestand.
  4. Druk op de Delete (Verwijderen) toets op uw toetsenbord.
    LET OP: Als u een Apple® computer gebruikt, moet u de prullenmand legen om de bestanden volledig te verwijderen.

De USB-kabel loskoppelen

Als uw toestel met uw computer is verbonden als een verwisselbare schijf of volume, moet u uw toestel veilig loskoppelen van uw computer om gegevensverlies te voorkomen. Als uw toestel met uw Windows-computer is verbonden als een draagbaar apparaat, is het niet nodig om het toestel veilig los te koppelen.

  1. Voer een handeling uit:
    • Selecteer voor Windows-computers het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en selecteer uw toestel.
    • Selecteer voor Apple-computers het toestel en selecteer Bestand > Eject (Verwijderen).
  2. Koppel de kabel los van uw computer.

Garmin Connect

U kunt contact maken met uw vrienden op Garmin Connect. Garmin Connect geeft u de tools om elkaar te volgen, analyseren, delen en aan te moedigen. Leg de gebeurtenissen van uw actieve levensstijl vast, inclusief hardlopen, wandelen, fietstochten, trektochten en meer. Ga naar www.garminconnect.com om u aan te melden voor een gratis account.
Sla uw activiteiten op: Nadat u een activiteit met uw toestel hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden naar uw Garmin Connect account en deze zo lang bewaren als u wilt.
Analyseer uw gegevens: U kunt meer gedetailleerde informatie over uw activiteit bekijken, inclusief tijd, afstand, hoogte, hartslag, verbrande calorieën, een kaartweergave van bovenaf, tempo- en snelheidsgrafieken en aanpasbare rapporten.
Garmin Connect
Plan uw training: U kunt een fitnessdoel kiezen en een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
Volg uw voortgang: U kunt uw dagelijkse stappen volgen, deelnemen aan een vriendschappelijke wedstrijd met uw connecties en uw doelen bereiken.
Deel uw activiteiten: U kunt contact maken met vrienden om elkaars activiteiten te volgen of links naar uw activiteiten op uw favoriete sociale netwerksites plaatsen.
Beheer uw instellingen: U kunt uw toestel- en gebruikersinstellingen aanpassen in uw Garmin Connect account.

Uw gegevens synchroniseren met de Garmin Connect app

Uw toestel synchroniseert periodiek automatisch gegevens met de Garmin Connect app. U kunt uw gegevens ook op elk gewenst moment handmatig synchroniseren.

  1. Houd het toestel binnen 3 m (10 ft.) van uw smartphone.
  2. Houd op een willekeurig scherm LIGHT (LICHT) ingedrukt om het bedieningsmenu te bekijken.
  3. Selecteer .
  4. Bekijk uw huidige gegevens in de Garmin Connect app.

Garmin Connect gebruiken op uw computer

De Garmin Express™ applicatie verbindt uw toestel met uw Garmin Connect account via een computer. U kunt de Garmin Express applicatie gebruiken om uw activiteiteninformatie naar uw Garmin Connect account te uploaden en om gegevens, zoals workouts of trainingsplannen, van de Garmin Connect website naar uw toestel te verzenden.

  1. Sluit het toestel met de USB-kabel aan op uw computer.
  2. Ga naar www.garmin.com/express.
  3. Download en installeer de Garmin Express applicatie.
  4. Open de Garmin Express applicatie en selecteer Toestel toevoegen (Add Device).
  5. Volg de instructies op het scherm.

ANT+ sensoren

Uw toestel kan worden gebruikt met draadloze ANT+ sensoren. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en het kopen van optionele sensoren naar http://buy.garmin.com.

Uw ANT+ sensoren koppelen

De eerste keer dat u een draadloze sensor met behulp van ANT+ technologie met uw toestel verbindt, moet u het toestel en de sensor koppelen. Nadat ze zijn gekoppeld, maakt het toestel automatisch verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief is en binnen bereik is.

  1. Installeer de sensor of doe de hartslagmeter om. De hartslagmeter verzendt of ontvangt pas gegevens wanneer u deze omdoet.
  2. Houd het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
    LET OP: Blijf tijdens het koppelen op 10 m (33 ft.) afstand van andere ANT+ sensoren.
  3. Houd op de watch face OMHOOG ingedrukt.
  4. Selecteer > Sensoren en accessoires > Nieuwe toevoegen (Add New).
  5. Selecteer een optie:
    • Selecteer Alles zoeken (Search All).
    • Selecteer uw sensortype.
      Nadat de sensor is gekoppeld met uw toestel, verandert de sensorstatus van Bezig met zoeken in Verbonden. Sensorinformatie wordt weergegeven in de gegevensschermloop of een aangepast gegevensveld.

Voetpod

Uw toestel is compatibel met de voetpod. U kunt de voetpod gebruiken om tempo en afstand vast te leggen in plaats van GPS te gebruiken wanneer u binnenshuis traint of wanneer uw GPS-signaal zwak is. De voetpod staat stand-by en is klaar om gegevens te verzenden (net als de hartslagmeter).
Na 30 minuten inactiviteit schakelt de voetpod uit om de batterij te sparen. Wanneer de batterij bijna leeg is, verschijnt er een bericht op uw toestel. Er is dan nog ongeveer vijf uur batterijduur over.

Hardlopen met een voetpod

Voordat u gaat hardlopen, moet u de voetpod koppelen met uw Forerunner toestel (Uw ANT+ sensoren koppelen).
U kunt binnenshuis hardlopen met een voetpod om tempo, afstand en cadans vast te leggen. U kunt ook buitenshuis hardlopen met een voetpod om cadansgegevens vast te leggen met uw GPS-tempo en -afstand.

  1. Installeer uw voetpod volgens de instructies van de accessoire.
  2. Selecteer een hardloopactiviteit.
  3. Ga hardlopen.

Voetpod kalibratie

De voetpod wordt automatisch gekalibreerd. De nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens verbetert na een paar keer buitenshuis hardlopen met GPS.

Voetpodkalibratie verbeteren

Voordat u uw toestel kunt kalibreren, moet u GPS-signalen ontvangen en uw toestel koppelen met de voetpod (Uw ANT+ sensoren koppelen).
De voetpod wordt automatisch gekalibreerd, maar u kunt de nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens verbeteren door een paar keer buitenshuis te hardlopen met GPS.

  1. Ga 5 minuten naar buiten met vrij zicht op de lucht.
  2. Start een hardloopactiviteit.
  3. Ren 10 minuten op een baan zonder te stoppen.
  4. Stop uw activiteit en sla deze op.
    Op basis van de geregistreerde gegevens verandert de kalibratiewaarde van de voetpod, indien nodig. U hoeft de voetpod niet opnieuw te kalibreren, tenzij uw hardloopstijl verandert.
Uw voetpod handmatig kalibreren

Voordat u uw toestel kunt kalibreren, moet u uw toestel koppelen met de voetpodsensor (Uw ANT+ sensoren koppelen).
Handmatige kalibratie wordt aanbevolen als u uw kalibratiefactor kent. Als u een voetpod hebt gekalibreerd met een ander Garmin product, kent u mogelijk uw kalibratiefactor.

  1. Houd OMHOOG ingedrukt.
  2. Selecteer Sensoren en accessoires.
  3. Selecteer uw voetpod.
  4. Selecteer Cal. factor (Cal. Factor) > Waarde instellen (Set Value).
  5. Pas de kalibratiefactor aan:
    • Verhoog de kalibratiefactor als uw afstand te laag is.
    • Verlaag de kalibratiefactor als uw afstand te hoog is.

Snelheid en afstand van de voetpod instellen

Voordat u de snelheid en afstand van de voetpod kunt aanpassen, moet u uw toestel koppelen met de voetpodsensor (Uw ANT+ sensoren koppelen).
U kunt uw toestel zo instellen dat de snelheid en afstand worden berekend met behulp van uw voetpodgegevens in plaats van GPS-gegevens.

  1. Houd op de watch face OMHOOG ingedrukt.
  2. Selecteer > Sensoren en accessoires.
  3. Selecteer uw voetpod.
  4. Selecteer Snelheid (Speed) of Afstand (Distance).
  5. Selecteer een optie:
    • Selecteer Indoor als u traint met GPS uitgeschakeld, meestal binnenshuis.
    • Selecteer Altijd (Always) om uw voetpodgegevens te gebruiken, ongeacht de GPS-instelling.

Een optionele fiets snelheids- of cadanssensor gebruiken

U kunt een compatibele fiets snelheids- of cadanssensor gebruiken om gegevens naar uw toestel te verzenden.

  • Koppel de sensor met uw toestel (Uw ANT+ sensoren koppelen).
  • Stel uw wielmaat in (Wielmaat en omtrek).
  • Ga fietsen (Een activiteit starten).

Je toestel aanpassen

Je gebruikersprofiel instellen

Je kunt je instellingen voor lengte, gewicht, geboortejaar, geslacht en maximale hartslag bijwerken (Je maximale hartslag instellen). Het toestel gebruikt deze informatie om trainingsgegevens te berekenen.

  1. Houd UP vanaf de watch face ingedrukt.
  2. Selecteer > Gebruikersprofiel.
  3. Selecteer een optie.

Opties voor activiteiten

Activiteitopties zijn een verzameling instellingen waarmee je je toestel kunt optimaliseren op basis van hoe je het gebruikt. De instellingen en gegevensschermen zijn bijvoorbeeld anders wanneer je het toestel gebruikt om te hardlopen dan wanneer je fietst.
Wanneer je een activiteit gebruikt en instellingen wijzigt, zoals gegevensvelden of waarschuwingen, worden de wijzigingen automatisch opgeslagen als onderdeel van de activiteit.

Je activiteitopties aanpassen

Je kunt je instellingen, gegevensvelden en meer aanpassen voor een bepaalde activiteit.

  1. Selecteer START vanaf de watch face.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties.
  4. Selecteer een optie:
    LET OP: Niet alle opties zijn beschikbaar voor alle activiteiten.
    • Selecteer Workouts om een workout uit te voeren, te bekijken of te bewerken (Een workout volgen).
    • Selecteer Gegevensschermen om de gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen (De gegevensvelden aanpassen).
    • Selecteer Waarschuwingen om je trainingswaarschuwingen aan te passen (Waarschuwingen).
    • Selecteer Ronden om in te stellen hoe ronden worden geactiveerd (Ronden markeren op afstand).
    • Selecteer Auto Pause (Automatische pauze) om te wijzigen wanneer de activiteitentimer automatisch wordt gepauzeerd (De functie Auto Pause® gebruiken).
    • Selecteer GPS om GPS uit te schakelen (Binnenshuis trainen) of om de satellietinstelling te wijzigen (De GPS-instelling wijzigen).
      Alle wijzigingen worden opgeslagen in de activiteit.

Je weergegeven activiteiten wijzigen

Je toestel heeft standaardactiviteiten, zoals Hardlopen en Fietsen. Je kunt extra activiteiten selecteren om op het toestel weer te geven.

  1. Selecteer in de Garmin Connect app Menu of Menu.
  2. Selecteer Garmin-toestellen.
  3. Selecteer je toestel.
  4. Selecteer Activiteitopties > Weergegeven activiteiten > Bewerken.
  5. Selecteer de activiteiten die je op je toestel wilt weergeven.
  6. Selecteer Gereed.

Synchroniseer je toestel met de Garmin Connect app om de bijgewerkte activiteiten te bekijken (Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect).

De gegevensvelden aanpassen

Je kunt gegevensvelden aanpassen op basis van je trainingsdoelen of optionele accessoires. Je kunt bijvoorbeeld gegevensvelden aanpassen om je rondetempo en hartslagzone weer te geven.

  1. Selecteer START en selecteer een activiteitenprofiel.
  2. Selecteer Opties > Gegevensschermen.
  3. Selecteer een pagina.
  4. Selecteer een gegevensveld om dit te wijzigen.

De widgetloop aanpassen

Je kunt de volgorde van widgets in de widgetloop wijzigen, widgets verwijderen en nieuwe widgets toevoegen.

  1. Houd UP vanaf de watch face ingedrukt.
  2. Selecteer > Widgets.
  3. Selecteer een widget.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer Volgorde wijzigen om de locatie van de widget in de widgetloop te wijzigen.
    • Selecteer Verwijderen om de widget uit de widgetloop te verwijderen.
  5. Selecteer Widgets toevoegen.
  6. Selecteer een widget.
    De widget wordt aan de widgetloop toegevoegd.

Waarschuwingen

Je kunt waarschuwingen gebruiken om te trainen voor specifieke doelen voor hartslag, tijd, afstand, calorieën en tempo, en om intervaltrainingen in te stellen.

Een terugkerende waarschuwing instellen

Een terugkerende waarschuwing geeft je een melding telkens wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval registreert. Je kunt het toestel bijvoorbeeld zo instellen dat je elke 30 minuten een waarschuwing ontvangt.

  1. Selecteer START vanaf de watch face.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties > Waarschuwingen > Nieuwe toevoegen.
  4. Selecteer Tijd, Afstand of Calorieën.
  5. Schakel de waarschuwing in.
  6. Selecteer of voer een waarde in.

Telkens wanneer je de waarschuwingswaarde bereikt, verschijnt er een bericht. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (De geluiden van het toestel instellen).

Je hartslagwaarschuwingen instellen

Je kunt het toestel zo instellen dat het je waarschuwt wanneer je hartslag boven of onder een doelzone of een aangepast bereik komt. Je kunt het toestel bijvoorbeeld zo instellen dat het je waarschuwt wanneer je hartslag onder de 150 slagen per minuut (bpm) komt.

  1. Selecteer START vanaf de watch face.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties > Waarschuwingen > Nieuwe toevoegen > Hartslag.
  4. Selecteer een optie:
    • Als je het bereik van een bestaande hartslagzone wilt gebruiken, selecteer je een hartslagzone.
    • Als je de maximumwaarde wilt aanpassen, selecteer je Aangepast > Hoog en voer je een waarde in.
    • Als je de minimumwaarde wilt aanpassen, selecteer je Aangepast > Laag en voer je een waarde in.

Telkens wanneer je het opgegeven bereik of de aangepaste waarde overschrijdt of eronder komt, verschijnt er een bericht. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (De geluiden van het toestel instellen).

Ronden markeren op afstand

Je kunt je toestel instellen om de functie Auto Lap® te gebruiken, waarmee automatisch een ronde wordt gemarkeerd per kilometer of mijl. Je kunt ook handmatig ronden markeren. Deze functie is handig om je prestaties tijdens verschillende delen van een activiteit te vergelijken.

  1. Selecteer START vanaf de watch face.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties > Ronden > Auto Lap.

Telkens wanneer je een ronde voltooit, verschijnt er een bericht met de tijd voor die ronde. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (De geluiden van het toestel instellen). De functie Auto Lap blijft ingeschakeld voor het geselecteerde activiteitenprofiel totdat je deze uitschakelt.
Indien nodig kun je de gegevensschermen aanpassen om extra rondegegevens weer te geven (De gegevensvelden aanpassen).

De rondetoets inschakelen

Je kunt BACK (Terug) aanpassen om te functioneren als een rondetoets tijdens getimede activiteiten.

  1. Selecteer START en selecteer een activiteitenprofiel.
  2. Selecteer Opties > Ronden > Rondetoets.

De rondetoets blijft ingeschakeld voor het geselecteerde activiteitenprofiel totdat je de rondetoets uitschakelt.

De functie Auto Pause® gebruiken

Je kunt de functie Auto Pause (Automatische pauze) gebruiken om de activiteitentimer automatisch te pauzeren wanneer je stopt met bewegen. Deze functie is handig als je activiteit stoplichten of andere plaatsen omvat waar je moet stoppen.

LET OP: Er wordt geen geschiedenis vastgelegd terwijl de timer is gestopt of gepauzeerd.

  1. Selecteer START vanaf de watch face.
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties > Auto Pause (Automatische pauze) > Indien gestopt.

De functie Auto Pause (Automatische pauze) blijft ingeschakeld voor de geselecteerde activiteit totdat je deze uitschakelt.

De GPS-instelling wijzigen

Standaard gebruikt het toestel GPS om satellieten te lokaliseren. Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com/aboutGPS.

  1. Selecteer vanaf de watch face START (START).
  2. Selecteer een activiteit.
  3. Selecteer Opties > GPS.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen GPS om het GPS-satellietsysteem in te schakelen.
    • Selecteer GPS + GLONASS (Russisch satellietsysteem) voor nauwkeurigere positie-informatie in situaties met slecht zicht op de lucht.
    • Selecteer GPS + GALILEO (satellietsysteem van de Europese Unie) voor nauwkeurigere positie-informatie in situaties met slecht zicht op de lucht.
      OPMERKING: Het gebruik van GPS en een andere satelliet tegelijk kan de levensduur van de batterij sneller verkorten dan het gebruik van alleen GPS (GPS en andere satellietsystemen).

GPS en andere satellietsystemen

De opties GPS + GLONASS of GPS + GALILEO bieden betere prestaties in uitdagende omgevingen en een snellere positiebepaling dan wanneer u alleen GPS gebruikt. Het gebruik van GPS en een ander satellietsysteem tegelijk kan de levensduur van de batterij echter sneller verkorten dan het gebruik van alleen GPS.

Instellingen voor activiteiten volgen

Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt en selecteer pictogram menu > Activiteiten volgen.
Status: Schakelt de functies voor het volgen van activiteiten uit.
Move Alert (Bewegingswaarschuwing): Toont een bericht en de bewegingsbalk op de digitale watch face en het stappenscherm. Het toestel piept of trilt ook als er geluidstonen zijn ingeschakeld (De geluiden van het toestel instellen).
Goal Alerts (Doelwaarschuwingen): Hiermee kunt u doelwaarschuwingen in- en uitschakelen, of ze alleen uitschakelen tijdens activiteiten. Er verschijnen doelwaarschuwingen voor uw dagelijkse stappendoel en wekelijkse doel voor intensieve minuten.
Move IQ: Hiermee kan uw toestel automatisch een getimede wandel- of hardloopactiviteit starten en opslaan wanneer de Move IQ functie bekende bewegingspatronen detecteert.

Activiteiten volgen uitschakelen

Wanneer u activiteiten volgen uitschakelt, worden uw stappen, intensieve minuten, slaap volgen en Move IQ evenementen niet geregistreerd.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer pictogram menu > Activiteiten volgen > Status > Uit.

Watch Face instellingen

U kunt het uiterlijk van de watch face aanpassen door de lay-out en accentkleur te selecteren. U kunt ook aangepaste watch faces downloaden uit de Connect IQ™ store.

De Watch Face aanpassen

U kunt de informatie en het uiterlijk van de watch face aanpassen.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Watch Face (Watch Face).
  3. Selecteer UP (OMHOOG) of DOWN (OMLAAG) om een voorbeeld van de watch face opties te bekijken.
  4. Selecteer START (START).
  5. Selecteer Accentkleur om de accentkleur te wijzigen (optioneel).
  6. Selecteer Toepassen.

Connect IQ functies downloaden met uw computer

  1. Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
  2. Ga naar apps.garmin.com, en meld u aan.
  3. Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
  4. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Systeeminstellingen

Houd UP (OMHOOG) ingedrukt en selecteer pictogram menu > Systeem.
Language (Taal): Stelt de taal in die op het toestel wordt weergegeven.
Time (Tijd): Past de tijdinstellingen aan (Tijdinstellingen).
Backlight (Achtergrondverlichting): Past de instellingen voor de achtergrondverlichting aan (De instellingen voor de achtergrondverlichting wijzigen).
Sounds (Geluiden): Stelt de geluiden van het toestel in, zoals toetsgeluiden, waarschuwingen en trillingen (De geluiden van het toestel instellen).
Do Not Disturb (Niet storen): Schakelt de modus niet storen in of uit. U kunt de optie Slaaptijd gebruiken om de modus niet storen automatisch in te schakelen tijdens uw normale slaapuren. U kunt uw normale slaapuren instellen in uw Garmin Connect account (De modus Niet storen gebruiken).
Pace/Speed Preference (Voorkeur tempo/snelheid): Stelt het toestel in om snelheid of tempo weer te geven voor hardlopen, fietsen of andere activiteiten. Deze voorkeur is van invloed op verschillende trainingsopties, geschiedenis en waarschuwingen (Tempo of snelheid weergeven).
Units (Eenheden): Stelt de maateenheden in die op het toestel worden gebruikt (De maateenheden wijzigen).
Software Update (Software-update): Hiermee kunt u software-updates installeren die zijn gedownload met Garmin Express of de Garmin Connect app (De software bijwerken met de Garmin Connect app).
Reset (Resetten): Hiermee kunt u gebruikersgegevens en instellingen resetten (Alle standaardinstellingen resetten).

Tijdinstellingen

Houd UP (OMHOOG) ingedrukt en selecteer pictogram menu > Systeem > Tijd.
Time Format (Tijdnotatie): Stelt het toestel in om de tijd weer te geven in een 12-uurs of een 24-uurs notatie.
Set Time (Tijd instellen): Hiermee kunt u de tijd handmatig of automatisch instellen op basis van uw gekoppelde mobiele toestel of GPS-locatie.

Tijdzones

Telkens wanneer u het toestel inschakelt en satellieten zoekt of synchroniseert met uw smartphone, detecteert het toestel automatisch uw tijdzone en de huidige tijd.

De instellingen voor de achtergrondverlichting wijzigen

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer pictogram menu > Systeem > Achtergrondverlichting.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer Tijdens activiteit.
    • Selecteer Niet tijdens activiteit.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer Toetsen om de achtergrondverlichting in te schakelen voor toetsaanslagen.
    • Selecteer Waarschuwingen om de achtergrondverlichting in te schakelen voor waarschuwingen.
    • Selecteer Gebaar om de achtergrondverlichting in te schakelen door uw arm op te tillen en te draaien om naar uw pols te kijken.
    • Selecteer Time-out om de tijdsduur in te stellen voordat de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld.

De geluiden van het toestel instellen

U kunt het toestel zo instellen dat er een geluidstoon of trilling klinkt wanneer er toetsen worden geselecteerd of wanneer er een waarschuwing wordt geactiveerd.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer pictogram menu > Systeem > Geluiden.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer Toetsgeluiden om de toetsgeluiden in en uit te schakelen.
    • Selecteer Waarschuwingstonen om de instellingen voor waarschuwingstonen in te schakelen.
    • Selecteer Trilling om de trilling van het toestel in en uit te schakelen.
    • Selecteer Toetsvibe om trilling in te schakelen wanneer u een toets selecteert.

Tempo of snelheid weergeven

U kunt het type informatie wijzigen dat in het gegevensveld voor tempo of snelheid wordt weergegeven.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer pictogram menu > Systeem > Voorkeur tempo/snelheid.
  3. Selecteer een activiteit.

De maateenheden wijzigen

U kunt maateenheden voor afstand aanpassen.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer pictogram menu > Systeem > Eenheden.
  3. Selecteer Mijl of Kilometers.

Klok

De tijd handmatig instellen

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > System (Systeem) > Time (Tijd) > Set Time (Tijd instellen) > Manual (Handmatig).
  3. Selecteer Time (Tijd) en voer de tijd van de dag in.

Een alarm instellen

U kunt maximaal tien afzonderlijke alarmen instellen. U kunt elk alarm instellen om eenmaal af te gaan of om regelmatig te herhalen.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Alarm Clock (Wekker) > Add Alarm (Alarm toevoegen).
  3. Selecteer Time (Tijd) en voer de alarmtijd in.
  4. Selecteer Repeat (Herhalen) en selecteer wanneer het alarm moet worden herhaald (optioneel).
  5. Selecteer Sounds (Geluiden) en selecteer een type melding (optioneel).
  6. Selecteer Backlight (Achtergrondverlichting) > On (Aan) om de achtergrondverlichting in te schakelen bij het alarm.
  7. Selecteer Label (Label) en selecteer een beschrijving voor het alarm (optioneel).

Een alarm verwijderen

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer Alarm Clock (Wekker).
  3. Selecteer een alarm.
  4. Selecteer Delete (Verwijderen).

De countdown-timer starten

  1. Houd vanaf elk scherm LIGHT (LICHT) ingedrukt.
  2. Selecteer Timer (Timer).
  3. Voer de tijd in.
  4. Selecteer indien nodig Restart (Opnieuw starten) > On (Aan) om de timer automatisch opnieuw te starten nadat deze is verlopen.
  5. Selecteer indien nodig Sounds (Geluiden) en selecteer een type melding.
  6. Selecteer Start Timer (Timer starten).

De stopwatch gebruiken

  1. Houd vanaf elk scherm LIGHT (LICHT) ingedrukt.
  2. Selecteer Stopwatch (Stopwatch).
  3. Selecteer START (STARTEN) om de timer te starten.
  4. Selecteer BACK (TERUG) om de rondetimer opnieuw te starten 1.
    De stopwatch gebruiken
    De totale stopwatch-tijd 2 blijft doorlopen.
  5. Selecteer START (STARTEN) om beide timers te stoppen.
  6. Selecteer een optie.
  7. Sla de opgenomen tijd op als een activiteit in uw geschiedenis (optioneel).

Apparaatinformatie

Apparaatinformatie bekijken

U kunt apparaatinformatie bekijken, zoals de toestel-ID, softwareversie, wettelijke informatie en licentieovereenkomst.

  1. Houd UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > About (Over).

Het toestel opladen

Waarschuwing
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Raadpleeg de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

LET OP
Om corrosie te voorkomen, moet u de contactpunten en het omliggende gebied grondig reinigen en drogen voordat u het toestel oplaadt of op een computer aansluit. Raadpleeg de reinigingsinstructies in de bijlage.

  1. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de oplaadpoort van uw toestel.
    Het toestel opladen
  2. Sluit het grote uiteinde van de USB-kabel aan op een USB-oplaadpoort.
  3. Laad het toestel volledig op.

Tips voor het opladen van het toestel

  1. Sluit de oplader stevig aan op het toestel om het op te laden met de USB-kabel (Het toestel opladen).
    U kunt het toestel opladen door de USB-kabel aan te sluiten op een door Garmin goedgekeurde AC-adapter met een standaard stopcontact of een USB-poort op uw computer. Het duurt tot twee uur om een volledig lege batterij op te laden.
  2. Verwijder de oplader van het toestel nadat het batterijniveau 100% heeft bereikt.

Toestelonderhoud

LET OP
Vermijd extreme schokken en ruwe behandeling, omdat dit de levensduur van het product kan verkorten.
Vermijd het indrukken van de toetsen onder water.
Gebruik geen scherp voorwerp om het toestel te reinigen.
Vermijd chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en insectenwerende middelen die plastic onderdelen en afwerkingen kunnen beschadigen.
Spoel het toestel grondig af met zoet water na blootstelling aan chloor, zout water, zonnebrandcrème, cosmetica, alcohol of andere agressieve chemicaliën. Langdurige blootstelling aan deze stoffen kan de behuizing beschadigen.
Bewaar het toestel niet op plaatsen waar langdurige blootstelling aan extreme temperaturen kan optreden, omdat dit permanente schade kan veroorzaken.

Het toestel reinigen

LET OP
Zelfs kleine hoeveelheden zweet of vocht kunnen corrosie van de elektrische contactpunten veroorzaken wanneer ze op een oplader worden aangesloten. Corrosie kan opladen en gegevensoverdracht voorkomen.

  1. Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met een milde reinigingsmiddeloplossing.
  2. Veeg het droog.

Laat het toestel na het reinigen volledig drogen.

TIP: Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/fitandcare.

De banden verwisselen

U kunt de banden vervangen door nieuwe Forerunner banden.

  1. Gebruik een schroevendraaier om de schroeven los te draaien.
    De banden verwisselen
  2. Verwijder de schroeven.
  3. Verwijder voorzichtig de banden.
  4. Lijn de nieuwe banden uit.
  5. Plaats de schroeven terug met de schroevendraaier.

Specificaties

Batterijtype Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij
Batterijduur Maximaal 7 dagen voor horlogemodus met smartphone meldingen, activiteitentracking en hartslagmeting op de pols. Maximaal 13 uur in GPS-modus
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20 º tot 60 ºC (van -4 º tot 140 ºF)
Oplaadtemperatuurbereik Van 0 º tot 45 ºC (van 32 º tot 113 ºF)
Draadloze frequentie 2,4 GHz @ +6 dBm nominaal
Waterbestendigheid Zwemmen, 5 ATM*

*Het toestel is bestand tegen een druk die gelijk is aan een diepte van 50 m. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

Probleemoplossing

Productupdates

Installeer Garmin Express op uw computer (www.garmin.com/express). Installeer de Garmin Connect app op uw smartphone.

Dit biedt eenvoudige toegang tot deze services voor Garmin toestellen:

  • Gegevens uploaden naar Garmin Connect
  • Productregistratie

De software bijwerken met de Garmin Connect app

Voordat u uw toestelsoftware kunt bijwerken met de Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account hebben en het toestel koppelen met een compatibele smartphone (Uw smartphone koppelen met uw toestel).
Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app (Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect).
Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, stuurt de Garmin Connect app de update automatisch naar uw toestel. De update wordt toegepast wanneer u het toestel niet actief gebruikt. Wanneer de update is voltooid, start uw toestel opnieuw op.

Garmin Express instellen

  1. Sluit het toestel aan op uw computer met een USB-kabel.
  2. Ga naar www.garmin.com/express.
  3. Volg de instructies op het scherm.

De software bijwerken met Garmin Express

Voordat u uw toestelsoftware kunt bijwerken, moet u een Garmin Connect account hebben en de Garmin Express applicatie downloaden.

  1. Sluit het toestel aan op uw computer met de USB-kabel.
    Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, stuurt Garmin Express deze naar uw toestel.
  2. Volg de instructies op het scherm.
  3. Verbreek de verbinding met uw toestel niet tijdens het updateproces.

Meer informatie verkrijgen

  • Ga naar support.garmin.com voor extra handleidingen, artikelen en software-updates.
  • Ga naar buy.garmin.com, of neem contact op met uw Garmin dealer voor informatie over optionele accessoires en vervangingsonderdelen.

Activiteitentracking

Ga voor meer informatie over de nauwkeurigheid van activiteitentracking naar garmin.com/ataccuracy.

Mijn dagelijkse aantal stappen wordt niet weergegeven

Het dagelijkse aantal stappen wordt elke nacht om middernacht opnieuw ingesteld. Als er streepjes in plaats van uw aantal stappen worden weergegeven, laat het toestel dan satellietsignalen ontvangen en de tijd automatisch instellen.

Mijn aantal stappen lijkt niet nauwkeurig

Als uw aantal stappen niet nauwkeurig lijkt, kunt u deze tips proberen.

  • Draag het toestel om uw niet-dominante pols.
  • Draag het toestel in uw zak bij het duwen van een kinderwagen of grasmaaier.
  • Draag het toestel in uw zak wanneer u alleen uw handen of armen actief gebruikt.
    OPMERKING: Het toestel kan sommige repetitieve bewegingen, zoals afwassen, was opvouwen of in uw handen klappen, interpreteren als stappen.

Het aantal stappen op mijn toestel en mijn Garmin Connect account komen niet overeen

Het aantal stappen op uw Garmin Connect account wordt bijgewerkt wanneer u uw toestel synchroniseert.

  1. Selecteer een optie:
    • Synchroniseer uw aantal stappen met de Garmin Connect applicatie (Garmin Connect gebruiken op uw computer).
    • Synchroniseer uw aantal stappen met de Garmin Connect app (Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect).
  2. Wacht terwijl het toestel uw gegevens synchroniseert.
    Het synchroniseren kan enkele minuten duren.
    OPMERKING: Het vernieuwen van de Garmin Connect app of de Garmin Connect applicatie synchroniseert uw gegevens niet en werkt uw aantal stappen niet bij.

Mijn intensieve minuten knipperen

Wanneer u traint op een intensiteitsniveau dat in aanmerking komt voor uw doel voor intensieve minuten, knipperen de intensieve minuten. Train minimaal 10 opeenvolgende minuten op een matig of hoog intensiteitsniveau.

Satellietsignalen ontvangen

Het toestel heeft mogelijk vrij zicht op de hemel nodig om satellietsignalen te ontvangen. De tijd en datum worden automatisch ingesteld op basis van de GPS-positie.

TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com/aboutGPS.

  1. Ga naar buiten naar een open plek.
    De voorkant van het toestel moet naar de hemel zijn gericht.
  2. Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
    Het kan 30–60 seconden duren om satellietsignalen te vinden.

GPS-satellietontvangst verbeteren

  • Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin Connect account:
    • Sluit uw toestel aan op een computer met de USB-kabel en de Garmin Express applicatie.
    • Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app met behulp van uw smartphone met Bluetooth technologie.
      Wanneer het toestel is verbonden met uw Garmin Connect account, downloadt het enkele dagen aan satellietgegevens, waardoor het snel satellietsignalen kan vinden.
  • Neem uw toestel mee naar buiten naar een open plek, uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
  • Blijf een paar minuten stilstaan.

Het toestel opnieuw opstarten

Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk opnieuw opstarten.

OPMERKING: Het opnieuw opstarten van het toestel kan uw gegevens of instellingen wissen.

  1. Houd LIGHT (LICHT) 15 seconden ingedrukt.
    Het toestel wordt uitgeschakeld.
  2. Houd LIGHT (LICHT) één seconde ingedrukt om het toestel in te schakelen.

Alle standaardinstellingen herstellen

OPMERKING: Hiermee verwijdert u alle door de gebruiker ingevoerde informatie en activiteiten geschiedenis.

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Selecteer > System (Systeem) > Reset (Opnieuw instellen).
  3. Selecteer een optie:
    • Als u alle toestelinstellingen wilt terugzetten naar de standaard fabrieksinstellingen en alle activiteitsinformatie wilt opslaan, selecteert u Reset Settings (Instellingen opnieuw instellen).
    • Als u alle activiteiten uit uw geschiedenis wilt verwijderen, selecteert u Delete All (Alles verwijderen).

Mijn toestel staat in de verkeerde taal

  1. Houd vanaf de watch face UP (OMHOOG) ingedrukt.
  2. Scrol omlaag naar het voorlaatste item in de lijst en selecteer het.
  3. Selecteer het eerste item in de lijst.
  4. Selecteer uw taal.

Is mijn smartphone compatibel met mijn toestel?

Het Forerunner toestel is compatibel met smartphones die Bluetooth draadloze technologie gebruiken. Ga naar www.garmin.com/ble voor compatibiliteitsinformatie.

Mijn telefoon maakt geen verbinding met het toestel

Als uw telefoon geen verbinding maakt met het toestel, kunt u deze tips proberen.

  • Schakel uw smartphone en uw toestel uit en weer in.
  • Schakel Bluetooth technologie in op uw smartphone.
  • Update de Garmin Connect app naar de nieuwste versie.
  • Verwijder uw toestel uit de Garmin Connect app om het koppelingsproces opnieuw te proberen.
  • Als u een Apple toestel gebruikt, moet u uw toestel ook verwijderen uit de Bluetooth instellingen op uw smartphone.
  • Als u een nieuwe smartphone hebt gekocht, verwijdert u uw toestel uit de Garmin Connect app op de smartphone die u niet meer wilt gebruiken.
  • Breng uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van het toestel.
  • Open op uw smartphone de Garmin Connect app, selecteer of , en selecteer Garmin Devices (Garmin toestellen) > Add Device (Toestel toevoegen) om de koppelmodus te openen.
  • Selecteer UP (OMHOOG) > > Phone (Telefoon) > Pair Phone (Telefoon koppelen).

Kan ik de cardio activiteit buitenshuis gebruiken?

U kunt de cardio activiteit gebruiken en GPS inschakelen voor gebruik buitenshuis.

  1. Selecteer START (STARTEN) > Cardio > Options (Opties) > GPS.
  2. Selecteer een optie.
  3. Ga naar buiten en wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
  4. Selecteer START (STARTEN) om de activiteitentimer te starten.

GPS blijft ingeschakeld voor de geselecteerde activiteit totdat u deze uitschakelt.

Tips voor bestaande Garmin Connect gebruikers

  1. Selecteer in de Garmin Connect app of .
  2. Selecteer Garmin Devices (Garmin toestellen) > Add Device (Toestel toevoegen).

De batterijduur maximaliseren

U kunt verschillende dingen doen om de levensduur van de batterij te verlengen.

  • Verkort de time-out van de achtergrondverlichting (De instellingen voor de achtergrondverlichting wijzigen).
  • Schakel Bluetooth draadloze technologie uit wanneer u geen verbonden functies gebruikt (De Bluetooth smartphoneverbinding uitschakelen).
  • Schakel activiteitentracking uit (Instellingen voor activiteitentracking).
  • Gebruik een watch face die niet elke seconde wordt bijgewerkt.
    Gebruik bijvoorbeeld een watch face zonder secondewijzer (De watch face aanpassen).
  • Beperk de smartphone meldingen die het toestel weergeeft (Meldingen beheren).
  • Stop met het uitzenden van hartslaggegevens naar gekoppelde Garmin toestellen (Hartslaggegevens uitzenden naar Garmin toestellen).
  • Schakel polshartslagmeting uit (De polshartslagmeter uitschakelen).
    OPMERKING: Polshartslagmeting wordt gebruikt om intensieve minuten en verbrande calorieën te berekenen.

Hoe kan ik ANT+ sensoren handmatig koppelen?

U kunt de toestelinstellingen gebruiken om ANT+ sensoren handmatig te koppelen. De eerste keer dat u een sensor op uw toestel aansluit met behulp van ANT+ draadloze technologie, moet u het toestel en de sensor koppelen. Nadat ze zijn gekoppeld, maakt het toestel automatisch verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief en binnen bereik is.

  1. Blijf tijdens het koppelen op 10 m (33 ft.) afstand van andere ANT+ sensoren.
  2. Als u een hartslagmeter koppelt, doe dan de hartslagmeter om.
    De hartslagmeter verzendt of ontvangt geen gegevens totdat u hem omdoet.
  3. Houd UP (OMHOOG) ingedrukt.
  4. Selecteer > Sensors & Accessories (Sensoren en accessoires) > Add New (Nieuwe toevoegen).
  5. Selecteer een optie:
    • Selecteer Search All (Alles zoeken).
    • Selecteer uw sensortype.
      Nadat de sensor met uw toestel is gekoppeld, verschijnt er een bericht. Sensorgegevens verschijnen in de gegevenspaginaloop of in een aangepast gegevensveld.

Data Fields

Sommige gegevensvelden vereisen ANT+ accessoires om gegevens weer te geven.
Average Pace: De gemiddelde snelheid voor de huidige activiteit.
Average Speed: De gemiddelde snelheid voor de huidige activiteit.
Cadence: Hardlopen. Het aantal stappen per minuut (rechts en links).
Cadence: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de crankarm. Uw toestel moet verbonden zijn met een cadansaccessoire om deze gegevens te kunnen zien.
Calories: Het aantal totaal verbrande calorieën.
Distance: De afgelegde afstand voor de huidige track of activiteit.
Heart Rate: Uw hartslag in slagen per minuut (bpm). Uw toestel moet beschikken over een polshartslagmeter of verbonden zijn met een compatibele hartslagmeter.
HR Zone: Het huidige bereik van uw hartslag (1 tot 5). De standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Lap Distance: De afgelegde afstand voor de huidige ronde.
Lap Pace: De gemiddelde snelheid voor de huidige ronde.
Lap Speed: De gemiddelde snelheid voor de huidige ronde.
Lap Time: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Pace: De huidige snelheid.
Speed: De huidige reissnelheid.
Steps: Het aantal stappen tijdens de huidige activiteit.
Time of Day: De tijd van de dag op basis van uw huidige locatie- en tijdinstellingen (indeling, tijdzone, zomertijd).
Timer: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.

VO2 Max. Standaard beoordelingen

Deze tabellen bevatten gestandaardiseerde classificaties voor VO2 max. schattingen per leeftijd en geslacht.

Males Percentile 20–29 30–39 40–49 50–59 60–69 70–79
Superior 95 55.4 54 52.5 48.9 45.7 42.1
Excellent 80 51.1 48.3 46.4 43.4 39.5 36.7
Good 60 45.4 44 42.4 39.2 35.5 32.3
Fair 40 41.7 40.5 38.5 35.6 32.3 29.4
Poor 0–40 <41.7 <40.5 <38.5 <35.6 <32.3 <29.4
Females Percentile 20–29 30–39 40–49 50–59 60–69 70–79
Superior 95 49.6 47.4 45.3 41.1 37.8 36.7
Excellent 80 43.9 42.4 39.7 36.7 33 30.9
Good 60 39.5 37.8 36.3 33 30 28.1
Fair 40 36.1 34.4 33 30.1 27.5 25.9
Poor 0–40 <36.1 <34.4 <33 <30.1 <27.5 <25.9

Data herdrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.

Wielmaat en -omtrek

Uw snelheidssensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien nodig kunt u de wielomtrek handmatig invoeren in de instellingen van de snelheidssensor.
De bandenmaat staat op beide zijden van de band. Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel meten of een van de beschikbare rekenmachines op internet gebruiken.

Tire Size Wheel Circumference (mm)
20 × 1.75 1515
20 × 1-3/8 1615
22 × 1-3/8 1770
22 × 1-1/2 1785
24 × 1 1753
24 × 3/4 Tubular 1785
24 × 1-1/8 1795
24 × 1.75 1890
24 × 1-1/4 1905
24 × 2.00 1925
24 × 2.125 1965
26 × 7/8 1920
26 × 1-1.0 1913
26 × 1 1952
26 × 1.25 1953
26 × 1-1/8 1970
26 × 1.40 2005
26 × 1.50 2010
26 × 1.75 2023
26 × 1.95 2050
26 × 2.00 2055
26 × 1-3/8 2068
26 × 2.10 2068
26 × 2.125 2070
26 × 2.35 2083
26 × 1-1/2 2100
26 × 3.00 2170
27 × 1 2145
27 × 1-1/8 2155
27 × 1-1/4 2161
27 × 1-3/8 2169
29 x 2.1 2288
29 x 2.2 2298
29 x 2.3 2326
650 x 20C 1938
650 x 23C 1944
650 × 35A 2090
650 × 38B 2105
650 × 38A 2125
700 × 18C 2070
700 × 19C 2080
700 × 20C 2086
700 × 23C 2096
700 × 25C 2105
700C Tubular 2130
700 × 28C 2136
700 × 30C 2146
700 × 32C 2155
700 × 35C 2168
700 × 38C 2180
700 × 40C 2200
700 × 44C 2235
700 × 45C 2242
700 × 47C 2268

support.garmin.com

Alle rechten voorbehouden. Op grond van de auteursrechtwetten mag deze handleiding niet geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder de schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of te verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder enige verplichting om een persoon of organisatie van dergelijke wijzigingen of verbeteringen op de hoogte te stellen. Ga naar www.garmin.com voor de meest recente updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin®, het Garmin logo, ANT+®, Auto Lap®, Auto Pause®, Edge®, Forerunner® en VIRB® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochterondernemingen, geregistreerd in de VS en andere landen. Body Battery™, Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Garmin Move IQ™ en TrueUp™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochterondernemingen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple®, iPhone® en Mac® zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen. Het Bluetooth® woordmerk en de logo's zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en elk gebruik van dergelijke merken door Garmin is onder licentie. The Cooper Institute®, evenals alle gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Advance heartbeat analytics by Firstbeat. Windows® en Windows NT® zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn van hun respectieve eigenaars.
Dit product is ANT+® gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.

© 2019 Garmin Ltd. of haar dochterondernemingen

Merk

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Garmin FORERUNNER 45 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave