Frequentie-softkeys
x
Duty
Pulse
y
Cycle
Width
Met 1 kiest u de negatieve puls x of positieve puls
y voor frequentie-, periode-, duty cycle- en
pulsbreedtemetingen. De standaardinstelling is positief.
Met 2 kiest u duty cycle-meting voor de negatieve of
positieve puls die met 1 is gekozen.
Met 3 (Pulse Width) kiest u pulsbreedtemetingen
voor de negatieve of positieve puls die met 1 is
gekozen.
Met 4 (Period) kiest u periodemetingen van het
volledige negatieve of positieve signaal.
Met 5 (Exit) keert u terug naar de weergave-mode-
softkeys.
Frequentie-uitlezing
Het type frequentiemeting (Hz, duty cycle, pulsbreedte of
periode) verschijnt gewoonlijk in het secundaire
uitleesveld. Met F verwisselt u de primaire en
secundaire uitleesvelden en krijgt u toegang tot de
frequentie-softkeys. U kunt vervolgens een nieuw
frequentietype kiezen.
Period
Exit
Druk nogmaals op F om de schakelaarfunctie
opnieuw in het primaire uitleesveld en de frequentie-
uitlezing in het secundaire veld weer te geven.
Druk op F op elk willekeurig moment om de waarden
in de uitleesvelden met elkaar te verwisselen.
Opmerkingen over frequentie
F werkt op verschillende manieren samen met andere
functies. Over het algemeen blijven functies die actief zijn
in de schakelaarfunctie bewaard als u op F drukt. Zo
blijven bijvoorbeeld functies die actief zijn in
wisselspanning, zoals Peak Hold (piek vasthouden), rms
(effectieve waarde), Average (gemiddelde) of dB, van
kracht.
Als u een andere toets indrukt terwijl de frequentie-
softkeys actief zijn, gaan de frequentie-softkeys uit en
blijft het frequentietype bewaard.
Met F kunt u de functies Min Max, Touch Hold
(uitlezing vasthouden), Rel en Continuity annuleren en
de curve in de weergave-mode Trend opnieuw laten
beginnen.
Als u de draaischakelaar in een andere stand zet, wordt
de frequentiemeting opnieuw op Hz ingesteld in het
secundaire uitleesveld. De instellingen voor duty cycle,
pulsbreedte en periode blijven niet bewaard.
Metingen uitvoeren
2
FREQUENTIEMETING
2-23