Bij Single triggering is een vast triggerpunt voor de
weergave van de golfvorm vastgelegd. Het is voldoende
dat het ingangssignaal de door het triggerniveau
ingestelde triggeramplitude in de juiste richting (slope)
passeert. In de mode Single triggering zijn door het
triggercircuit van de frequentieteller twee vooraf bepaalde
niveaus ingesteld, die niet kunnen worden bijgesteld.
Hierdoor wordt een stabiele frequentie-uitlezing verkregen
terwijl de golfvorm met één enkele trigger wordt
getriggerd.
Bij Dual triggering (standaardwaarde) moet het signaal
door zowel de hoge als de lage triggerpunten gaan om de
golfvorm en de frequentieteller te triggeren. Deze punten
zijn aanvankelijk vastgelegd op basis van percentages
van de amplitude van het ingangssignaal. U kunt beide
niveaus wijzigen met de trigger-softkeys. Dual triggering
geeft een meer stabiele golfvormweergave in omgevingen
met storingen.
De weergave-modes View en Trend
KIEZEN HOE DE WEERGAVE WORDT VERKREGEN
KIEZEN HOE DE WEERGAVE WORDT
VERKREGEN
Time >
>
Single >
Base
Trigger
In plaats van gebruik te maken van een continue interne
trigger, kunt u aan de multimeter opdragen het display
maar een keer bij te werken; dit geeft een bevroren
plaatje (Single Shot) van een ingangssignaal dat voldoet
aan de triggervereisten. Druk op 3 vanuit de View-
softkeys.
U kunt ook uitsluitend willekeurige of snel voorbijgaande
gebeurtenissen of pieken die voldoen aan uw
triggerinstellingen, weergeven en volgen. De
triggerniveaus zijn van tevoren ingesteld en kunnen niet
worden gewijzigd. De Glitch moet een wijzigingssnelheid
hebben van meer dan 1 kHz en een amplitude > 20% van
het gekozen bereik van de multimeter.
Single Shot en Glitch Capture maken gebruik van
hetzelfde softkey-submenu dat in de volgende alinea's is
beschreven.
Glitch >
Full
Shot
Capture
Auto
5
5-7