867B/863
Gebruiksaanwijzingen
TREND-WEERGAVE-MODE–
GRONDBEGINSELEN
Trend kan worden gebruikt in de functies wisselspanning,
gelijkspanning, gelijkstroom-mV, weerstand, stroom,
mAµA en frequentie. In deze mode wordt het grafisch
display gebruikt om 120 datapunten uit te zetten over een
te selecteren tijdsperiode van 1 seconde tot 15 minuten.
Elk datapunt kan een werkelijke meting voorstellen, een
gemiddelde van metingen of een paar werkelijke (of
gemiddelde) hoge en lage metingen. U kunt ook de
seriële uitvoer van de datapunten activeren.
DE TREND-SOFTKEYS GEBRUIKEN
Enable
Time
Time
RS232
Longer
Shorter
Als u 1 (Enable RS232) de eerste maal indrukt, kunt u
metingen (met tijdaanduiding) beginnen door te sturen;
als u nogmaals op de toets drukt stopt u met het
doorsturen van de metingen. U kunt het doorsturen ook
stoppen door op F te drukken. De tijdaanduiding
(uur:min:sec) start bij de beginwaarde telkens als RS232
wordt geactiveerd. De tijd start opnieuw na 24 uur. Zie
hoofdstuk 6 voor beschrijvingen van de seriële
interfaceaansluiting.
5-10
Trend >
Restart
Type
Trend
Met 2 of 3 (Time Longer, Time Shorter)
(langer/korter) kiest u het interval dat wordt gebruikt op de
horizontale schaalverdeling bij het uitzetten van
datapunten op de trendcurve. (Seconden: 1, 2, 5, 10, 15,
30, 45; minuten: 1, 2, 5, 10, 15.)
Voor de trendtype-instellingen Sampled en Average
(gemiddelde) zet u de multimeter de meest recente 120
datapunten uit. Voor het trendtype High Low worden 120
datapuntparen uitgezet (high en low). Voorgaande
datapunten worden niet bewaard.
Met 4 (Trend Type) krijgt u toegang tot de Trend
Type-softkeys, waarmee u de gemiddelde meetwaarde,
de bemonsterde meetwaarde en uitwijkingen naar boven
en naar beneden kunt uitzetten.
Met 5 (Restart Trend) kunt een nieuwe curve
beginnen uit te zetten wanneer nieuwe metingen worden
verkregen. Primaire uitlezingen worden weergegeven en
uitgezet; er zijn geen secundaire uitlezingen in Trend-
mode.