Aanbevolen onderhoudsschema ............................. 27
Smering.................................................................. 28
Smering.............................................................. 28
Maaidek en riemspanpoelies smeren.................... 28
Zwenkwielnaven smeren .................................... 29
Onderhoud motor.................................................. 31
Onderhoud van het luchtfilter............................. 31
Motoroliepeil controleren. .................................. 31
Onderhoud van de bougies ................................. 33
Onderhoud brandstofsysteem ................................ 34
Brandstoffilter vervangen ................................... 34
Onderhoud van de brandstoftank ....................... 35
Onderhoud elektrisch systeem ................................ 35
Onderhoud van de accu...................................... 35
Onderhoud van de zekeringen ............................ 37
Onderhoud aandrijfsysteem.................................... 38
De sporing afstellen............................................ 38
Bandenspanning controleren .............................. 38
Gleufmoer van wielnaaf controleren ................... 38
Lager van draaipunt van zwenkwiel
afstellen.......................................................... 39
Onderhoud koelsysteem......................................... 40
Luchtinlaatrooster reinigen................................. 40
Het koelsysteem reinigen .................................... 40
Onderhouden remmen ........................................... 41
Parkeerrem afstellen ........................................... 41
Onderhoud riemen................................................. 41
Riemen controleren............................................ 41
Drijfriem van maaidek vervangen........................ 41
Aandrijfriem van pomp vervangen...................... 42
Duwarmen afstellen ........................................... 42
Onderhoud bedieningsysteem ................................ 43
Neutraalstand van rijhendel afstellen ................... 43
Onderhoud hydraulisch systeem ............................. 44
Onderhoud van het hydraulische systeem ............ 44
Neutraalstand hydraulische pomp
afstellen.......................................................... 46
Onderhoud van het maaidek................................... 48
Maaidek horizontaal stellen in drie
standen........................................................... 48
Onderhoud van de maaimessen .......................... 49
Grasgeleider vervangen ...................................... 52
Reiniging ................................................................ 53
Onderkant van het maaidek reinigen ................... 53
Afvalverwijdering ............................................... 53
Stalling ....................................................................... 53
Problemen, oorzaak en remedie .................................. 55
Schema's .................................................................... 57
Veiligheid
Deze machine voldoet ten minste aan de Europese
normen, van kracht op het moment van productie.
Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker
of eigenaar kan echter letsel veroorzaken. Om het
risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de
volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd
op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent
VOORZICHTIG, WAARSCHUWING of GEVAAR –
"instructie voor persoonlijke veiligheid". Niet-naleving
van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk
letsel.
Veilige bediening
De volgende instructies zijn ontleend aan de
CEN norm EN 836:1997.
Dit product kan handen of voeten afsnijden
en voorwerpen uitwerpen. Volg altijd alle
veiligheidsinstructies op om ernstig of mogelijk dodelijk
letsel te voorkomen.
Instructie
• Lees deze handleiding aandachtig door voordat u
de maaimachine gaat gebruiken. Zorg ervoor dat u
vertrouwd raakt met bedieningsorganen en weet hoe
u de machine moet gebruiken.
• U dient erop toe te zien dat de machine niet door
kinderen wordt bediend of door volwassenen die
niet van de instructies op de hoogte zijn. Voor
de bestuurder kan een wettelijke minimumleeftijd
gelden.
• Houd iedereen weg uit het gebied waarin u de
machine gebruikt, met name kinderen en huisdieren.
• Onthoud dat de bestuurder verantwoordelijk is voor
ongevallen of schade aan andere personen of hun
eigendommen.
• Het is niet toegestaan passagiers te vervoeren.
• Elke bestuurder moet ervoor zorgen dat hij of zij
professionele en praktische instructie krijgt. Bij een
dergelijke instructie moet de nadruk liggen op:
– zorgvuldigheid en concentratie bij het werken
met zitmaaiers;
– als de maaimachine op een helling begint te
glijden, kan dat niet met de rijhendels worden
gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het
verliezen van de controle zijn:
◊ onvoldoende grip van de wielen, in het
bijzonder op nat gras,
◊ te snel rijden,
3