Onderhoud
aandrijfsysteem
De sporing afstellen
Opmerking: Bepaal vanuit de normale
bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de
machine.
Onder de stoel zit een knop waarmee de sporing van de
machine kan worden afgesteld.
Belangrijk: U moet eerst de neutraalstand van
de hendel en de neutraalstand van de hydraulische
pomp afstellen alvorens de sporing af te stellen. Zie
Neutraalstand van hendel afstellen in Onderhoud
bedieningsysteem , bladz. 43 en Neutraalstand
van hydraulische pomp afstellen in Onderhoud
hydraulisch systeem , bladz. 44.
1. Duw beide rijhendels even ver naar voren.
2. Ga na of de machine naar een kant trekt. Indien
dit het geval is, moet u de machine stoppen en de
parkeerrem in werking stellen.
3. Ontgrendel de stoel en kantel deze naar voren zodat
u bij de sporingsknop kunt komen.
4. Als de machine naar links trekt, draait u de knop naar
de rechterkant van de machine. Zie Figuur 45.
5. Als de machine naar rechts trekt, draait u de knop
naar de linkerkant van de machine. Zie Figuur 45.
6. Stel net zo lang af totdat de sporing correct is.
Figuur 45
1. Pompstang
2. Draai in deze richting als
de machine naar rechts
trekt.
3. Sporingsknop
4. Draai in deze richting als
de machine naar links
trekt.
Bandenspanning controleren
Controleer de spanning bij het ventiel om de
50 bedrijfsuren of maandelijks, waarbij de kortste
periode moet worden aangehouden (Figuur 46).
De juiste bandenspanning voor de achterbanden
is 90 kPa (13 psi). Een ongelijke bandenspanning
kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. De
bandenspanning kan het best bij koude banden worden
gecontroleerd.
Opmerking: De voorbanden zijn semi-pneumatisch
en hoeven niet op spanning te worden gehouden.
Gleufmoer van wielnaaf
controleren
Om de 500 bedrijfsuren controleren.
De gleufmoer moet worden aangedraaid met een torsie
van 170 Nm.
1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de
vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in
werking.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en
wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand
zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te
verlaten.
3. Verwijder de borgpen.
4. Draai de gleufmoer aan met een torsie van 170 Nm
(Figuur 47).
38
Figuur 46