2
tare
tare
238 •
Het apparaat beschikt over drie geheugenplaatsen
voor lichaamsgroottes. U kunt de lichaamsgrootte van
bepaalde patiënten invullen en opslaan. Alternatief kunt
u hierbij verschillende startwaarden opslaan en zo de
daadwerkelijke lichaamsgrootte van een patiënt sneller
instellen.
1. Controleer of de weegschaal onbelast is.
2. Schakel de weegschaal in.
3. Druk kort op de pijltoets (bmi/menu).
De melding "BMI" verschijnt.
BMI
De laatste gebruikte geheugenplaats wordt
weergegeven (hier geheugenplaats 2).
4. U kunt de weergegeven geheugenplaats overne-
men of met de pijltoetsen een andere geheugen-
plaats selecteren.
5. Bevestig de instelling met de entertoets (send/
print).
In het display knipperen pijlen.
De laatste lichaamsgrootte die op de geselecteerde
geheugenplaats werd opgeslagen, wordt
weergegeven.
6. U kunt de weergegeven lichaamsgrootte over-
nemen of met de pijltoetsen een andere
lichaamsgrootte instellen.
7. Bevestig de instelling met de entertoets (send/
print).
De ingevoerde lichaamsgrootte wordt opgeslagen
en is weer beschikbaar voor de volgende BMI-
berekening.
AANWIJZING:
Noteer de geheugenplaats om de lichaams-
grootte voor een hernieuwde BMI-berekening
weer te kunnen oproepen.
8. Weeg de patiënt zoals is beschreven in paragraaf
„Weegprocedure starten" .
De BMI van de patiënt wordt automatisch berekend
en weergegeven.
9. Lees de BMI af en vergelijk deze met de hieronder
aangegeven categorieën.