Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Configuratievoorbeelden Voor Installaties Met Meerdere Pompen; Ay: Anti Cycling - Dab Esybox Mini3 Instructies Voor Installatie En Onderhoud

Inhoudsopgave
aan het normale pompen. Als er daarentegen een defect is op een van de werkende pompen (bv. geen elektrische voeding, inschakeling van een
beveiliging enz.), start ook het reserveapparaat.
De configuratiestatus "reserve" is op de volgende manieren zichtbaar: op de pagina Systeem met meerdere pompen is het bovenste deel van het
pictogram gekleurd; op de hoofdpagina verschijnt het communicatiepictogram met het adres van het apparaat met het nummer op een gekleurde
achtergrond. Er kan ook meer dan één apparaat geconfigureerd zijn als reserve binnen een pompsysteem. Ook als als reserve geconfigureerde apparaten
niet betrokken zijn bij het normale pompen, worden ze echter efficiënt gehouden door het algoritme dat stagnering verhindert. Het algoritme dat stagnering
tegengaat zorgt er eenmaal per 23 uur voor dat de startprioriteit wordt verwisseld, en laat minstens één minuut achtereen een stroming leveren door elk
apparaat. Dit algoritme is bedoeld om kwaliteitsverslechtering van het water in de rotor te voorkomen en om de bewegende delen efficiënt te houden; het
is nuttig voor alle apparaten en in het bijzonder voor de als reserve geconfigureerde apparaten die in normale omstandigheden niet werken.
5.6.8 - ET: Max uitwisselingstijd
Hiermee wordt de maximale continue werktijd ingesteld van een apparaat binnen een groep. Dit heeft alleen betekenis voor pompgroepen met
onderling verbonden apparaten. De tijd kan worden ingesteld tussen 0 min en 9 uur; de fabrieksinstelling is 2 uur. Wanneer de tijd ET van een
apparaat verstreken is, wordt de startvolgorde van het systeem opnieuw toegewezen, zodanig dat het apparaat waarvan de tijd verstreken is de
laagste prioriteit krijgt. Deze strategie heeft tot doel het apparaat dat al gewerkt heeft het minst te gebruiken en de werktijd van de verschillende
machines van een groep in evenwicht te houden. Als ondanks het feit dat het apparaat op de laatste plaats is gezet voor de startvolgorde de
hydraulische belasting toch inzet van het apparaat in kwestie vereist, zal deze starten om de drukvorming in de installatie te waarborgen.
De startprioriteit wordt opnieuw toegewezen in twee omstandigheden, in basis van de ET-tijd:
1. Wisseling tijdens het pompen: wanneer de pomp ononderbroken ingeschakeld blijft totdat de maximale absolute pomptijd wordt overschreden.
2. Wisseling in standby: wanneer de pomp in standby is maar 50% van de ET-tijd overschreden is.
Als ET wordt ingesteld op 0, volgt wisseling in standby. Telkens wanneer een pomp van de groep stopt, start bij de volgende herstart een andere pomp.
Als de parameter ET (Max uitwisselingstijd) op 0 is gezet, volgt een wisseling bij iedere herstart, ongeacht de effectieve werktijd
van de pomp.

5.6.9 - Configuratievoorbeelden voor installaties met meerdere pompen

Voorbeeld 1:
Een pompenset bestaande uit 2 apparaten. Op beide apparaten zijn de parameters IC en NC ingesteld op Automatisch. Dit heeft het volgende
effect: als eerste start altijd het prioritaire apparaat en als de gerealiseerde druk te laag is start ter ondersteuning ook het tweede apparaat. De
werking van de 2 apparaten is roulerend, zodat de maximale afwisselingstijd (ET) van elk apparaat in acht wordt genomen en de apparaten
gelijkmatig slijten.
Voorbeeld 2:
Een pompenset bestaande uit 2 apparaten. Op beide apparaten is de parameter NC ingesteld op 1. Op een van de apparaten is de parameter
IC ingesteld op Automatisch, en op de andere op Reserve. Dit heeft het volgende effect: het apparaat dat niet als reserve is geconfigureerd start
en werkt alleen (ook als het niet in staat is de hydraulische belasting te ondersteunen en de gerealiseerde druk te laag is). Indien er in dit apparaat
een storing ontstaat, treedt het reserveapparaat in werking.
Voorbeeld 3:
Een pompenset bestaande uit 2 apparaten. Op beide apparaten is de parameter NC ingesteld op Automatisch. Op een van de pompen is de parameter
IC ingesteld op Automatisch, terwijl de andere is ingesteld op Reserve. Dit heeft het volgende effect: als eerste start altijd het apparaat dat niet
geconfigureerd is als reserve, als de gerealiseerde druk te laag is start ook het tweede, als reserve geconfigureerde, apparaat. Op deze manier wordt
geprobeerd om altijd hoe dan ook te voorkomen dat één apparaat in het bijzonder (het als reserve geconfigureerde apparaat) wordt gebruikt, dat echter
in geval van nood te hulp kan schieten als er een grotere hydraulische belasting nodig is.

5.6.10 - AY: Anti Cycling

Zoals beschreven in paragraaf 9 dient deze functie om veelvuldige in- en uitschakelingen te voorkomen in het geval van lekken in de installatie. De
functie kan op 2 verschillende manieren worden geactiveerd: normaal en smart. In de normale modus blokkeert de elektronische besturing de motor
na N identieke start/stopcycli. In de smartmodus daarentegen werkt hij op de parameter RP om de negatieve effecten van lekken te verminderen. Als
de functie wordt ingesteld op "Gedeactiveerd", grijpt hij niet in.
5.6.11 - AE: activering blokkeringverhindering
Deze functie dient om mechanische blokkeringen te voorkomen in het geval van langdurige inactiviteit; hij werkt door de pomp periodiek te laten
draaien. Wanneer de functie geactiveerd is, voert de pomp elke 23 uur een cyclus die blokkering voorkomt uit met een duur van 1 min.
5.6.12 - AF: activering antibevriezingsfunctie
Als deze functie geactiveerd is, wordt de pomp automatisch aan het draaien gebracht wanneer de temperatuur in de buurt van het vriespunt komt,
om te voorkomen dat de pomp zelf kapot gaat.
5.7-
Instelling van de detectie van lage druk aan de aanzuigzijde
(gewoonlijk gebruikt bij pompsystemen die verbonden zijn met de waterleiding)
Alleen aanwezig op de modellen met Kiwa-functie.
De detectiefunctie van lage druk genereert een blokkering van het systeem na de tijd T1 (zie 5.5.6 - T1: Vertraging lage druk).
(4)
Van toepassing op firmwareversies ≥ 4.4. x met geïntegreerde connectiviteit en functies voor meerdere groepen
(4)
NEDERLANDS
(4)
214
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave