2. Plaats het display op afstand maar let erop dat de signaalkabel
niet gespannen wordt en koppel het display los van de
signaalkabel;
3. Verwijder het plastic beschermdeksel van het display;
4. Maak de displaykaart los uit de plastic basis;
11. OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Alvorens te beginnen met het opsporen van storingen moet de elektrische verbinding van de elektropomp worden losgemaakt
(stekker uit het stopcontact halen).
Storing
LED
Rood: uit
De pomp start niet.
Wit: uit
Blauw: uit
Rood: brandt
De pomp start niet.
Wit: brandt
Blauw: uit
Rood: uit
De pomp start niet.
Wit: brandt
Blauw: uit
Rood: uit
De pomp stopt niet.
Wit: brandt
Blauw: uit
Rood: uit
Persing onvoldoende
Wit: brandt
Blauw: uit
Rood: uit
De pomp start zonder
Wit: brandt
vraag door een
Blauw: uit
NEDERLANDS
Waarschijnlijke oorzaken
Geen elektrische voeding.
As geblokkeerd.
Gebruikspunt op een hoger
niveau dan het niveau dat
gelijk is aan de herstartdruk
van het systeem, (par. 3.2).
1. Lek in de installatie.
2. Rotor of hydraulisch
onderdeel verstopt.
3. Intrede van lucht in de
aanzuigleiding.
4. Stromingssensor defect.
1. Te hoge aanzuigdiepte.
2. Aanzuigleiding verstopt of
met te kleine diameter.
3. Rotor of hydraulisch
onderdeel verstopt.
1. Lek in de installatie.
2. Terugslagklep defect.
227
8. Schroef het display weer vast op de voorwand van de pomp, met
de 4 schroeven.
Oplossingen
Controleren of er spanning op het stopcontact staat en de stekker er
opnieuw in steken.
Zie paragraaf 9.4 (onderhoud motoras).
Verhoog de waarde van de herstartdruk van het systeem door SP te
verhogen of RP te verlagen.
1. Controleer de installatie, zoek het lek en hef het op.
2. Demonteer het systeem en hef de verstoppingen op
(assistentiedienst).
3. Controleer de aanzuigleiding, spoor de oorzaak van de luchtintrede
op en hef deze op.
4. Contacteer het assistentiecentrum.
1. Naarmate de aanzuigdiepte hoger is, nemen de hydraulische prestaties
van het product af. Controleer of de aanzuigdiepte kan worden
gereduceerd. Gebruik een aanzuigleiding met grotere diameter (nooit
kleiner dan 1").
2. Controleer de aanzuigleiding, spoor de oorzaak van de geringere
stroming op (verstopping, scherpe bocht, stijgend gedeelte ...) en hef
hem op.
3. Demonteer het systeem en hef de verstoppingen op (assistentiedienst).
1. Controleer de installatie, zoek het lek en hef het op.
2. Pleeg onderhoud op de terugslagklep zoals beschreven in paragraaf 9.3.