ECdrive T2 Productserie
5
Voormontage
Voor het uitvoeren van de voormontagewerkzaamheden is de actuele aandrijvingstekening maatgevend. Alle
bouwelementen moeten volgens de tekening van de aandrijving vastgelegd en gemonteerd worden.
5. 1
Looprail en kap bewerken
Profielen controleren op beschadigingen.
X
Looprail en kap op de gewenste lengte maken
X
(zie bewerkingstekeningen, hoofdstuk 4.1)
Controleren of extra bevestigingsboringen
X
nodig zijn (zie bewerkingstekening looprail).
De wandbevestigingsboringen altijd per paar
X
boven elkaar in de boorgroef boren.
Looprail en kap na de bewerking reinigen.
X
5.2
Looprail voorbereiden
Vls
U
1
x
UPL
2
Positie (UPL) voor de buffer links (2) en (UPR) buffer rechts (4) volgens de tekeningen van de aandrijving markeren.
X
Positie (Ux) voor moduledrager links (1) en (Uy) moduledrager rechts (3) conform aandrijvingstekening markeren.
X
5.3
Aanslagbuffer monteren
Aanslagbuffer, links en rechts (1) op de looprail
X
opschuiven.
Vervolgens een draadstift M6×6 (2) er zover in-
X
schroeven dat deze tegen de looprail aankomt.
Draadstiften niet vastdraaien.
X
De precieze positie van de aanslagbuffer (1)
wordt bij de montage van de schuifdeuren
vastgelegd.
U
y
3
1
2
Voormontage
Vrs
4
UPR
9