3.
Ontspan uw wijsvinger en oefen lichte druk uit.
4.
Zodra het apparaat stabiele curven heeft gedetecteerd, begint het
automatisch te meten. De tellerbalk loopt van links naar rechts.
5.
Nadat de balk volledig gevuld is, analyseert het apparaat uw gegevens
en geeft vervolgens het meetresultaat weer.
Metingen met kabel (optioneel)
1.
Sluit de externe SpO2-sensor aan op de multifunctionele connector.
2.
Steek uw wijs- of middelvinger in de externe SpO2-sensor. Zorg ervoor
dat de kabel op de top van de hand zit en de vingernagel in de
hieronder getoonde positie staat.
3.
Druk op het pictogram <pulsoximeter>.
4.
Uw PLETH-curve en uw SpO2- en polswaarden verschijnen dan op het
scherm.
Het toestel voert de bewaking continu uit. De gegevens worden echter
pas opgeslagen nadat u op de
5.
Druk op de toets
1.
Positie van de vingernagel
om de opname van de SpO2-gegevens te starten.
87
-toets hebt gedrukt.
NL