#
$ % *
G3
A3
B3
C4
D4
E4
F4
G4
# Knoppen [L PAGE] en [PAGE R] (zie pagina 24)
Wanneer een instelscherm uit meerdere pagina's bestaat,
kunt u met deze knoppen links en rechts tussen de
pagina's navigeren.
$ Knop [EXIT/jump to edit] (zie pagina's 26 en 33)
Druk op deze knop om het instelscherm voor het
geselecteerde blok (zie pagina 19), het scherm
Utility of het scherm File (file) te verlaten en terug te
keren naar het scherm Performance. Bovendien kunt u
ook rechtstreeks van het huidige scherm naar een specifiek
parameterinstelscherm voor een blok springen door de
knop [EXIT/jump to edit] ingedrukt te houden en op de
knop [PIANO 1], [PIANO 2], [PRE-AMPLIFIER 1],
[PREAMPLIFIER 2], [MODULATION EFFECT 1],
[MODULATION EFFECT 2], [POWER-AMPLIFIER/
COMPRESSOR 1], [POWER-AMPLIFIER/COMPRESSOR 2],
[REVERB] of [MASTER EQUALIZER] te drukken.
% Knop [ENTER/EXECUTE]
Druk op deze knop om instellingen te bewaren en een
aantal andere taken uit te voeren.
^ Knop [UTILITY] (zie pagina 56)
Druk op deze knop om het scherm Utility op te roepen.
& Knop [FILE] (zie pagina 60)
Druk op deze knop om het scherm File op te roepen.
^ &
(
A4
B4
C5
D5
E5
F5
G5
A5
A
B
B5
C6
D6
E6
F6
G6
A6
B6
* Knop [STORE/ASSIGN] (zie pagina's 29 en 40)
Gebruik deze knop om een scherm op te roepen om
Performance-instellingen, Master Equalizer-instellingen
of Utility-instellingen op te slaan. Door de knop [STORE/
ASSIGN] ingedrukt te houden (minstens één seconde)
in het scherm Performance of een instelscherm (voor een
ander blok dan de Master Equalizer), kunt u een scherm
oproepen om de knoppen 1 tot 6 rechtstreeks toe te wijzen
aan blokparameters.
( Nummerknoppen (zie pagina 27)
Gebruik de nummerknoppen [1] tot [16] om de
verschillende performances in de geselecteerde
geheugenbank te selecteren.
A Geheugenknoppen (zie pagina 27)
Druk op de knop [PRESET], [USER] of [EXTERNAL] om
respectievelijk het vooringestelde performancegeheugen,
het gebruikersperformancegeheugen of een extern
performancegeheugen te selecteren.
B Bankknoppen (zie pagina's 21 en 27)
Druk op de knop [A], [B] of [C] om de overeenkomstige
bank in het huidige performancegeheugen te selecteren.
C [USB TO DEVICE]-poort (zie pagina 23)
USB-flashgeheugenapparaten kunnen via deze poort
worden aangesloten op de CP1.
Bedieningsoppervlak
C
C7
CP1 Gebruikershandleiding
17