Namen instellen
U kunt vrij een naam toewijzen aan elke performance die u aanmaakt of wijzigt op de CP1 (zie pagina 51). Bovendien
kunt u ook namen opgeven voor files opgeslagen van de CP1 op een USB-flashgeheugenapparaat en voor directory's
aangemaakt op deze geheugenapparaten (zie pagina 60). Met de knop die is toegewezen aan de parameter Cursor op
het desbetreffende scherm kunt u de cursor binnen het naamveld verplaatsen. Vervolgens gebruikt u de knop die is
toegewezen aan de parameter Data om het teken op de cursorpositie te wijzigen.
E
Name
[
C
F
G
rand]
Knop 1
Nootnummers invoeren
Terwijl u elke parameter waarvoor een noot moet worden ingesteld op de normale manier kunt wijzigen door aan de
toegewezen knop te draaien, kunt u ook een noot selecteren door die knop ingedrukt te houden en de noot op het
toetsenbord te spelen.
Zone
Z
o
n
e1
Knop 1
Cursor
Data
Knop 2
Knop 3
Wijzigt het teken op de cursorpositie.
Wijzigt de cursorpositie.
Note Limi
t
C 2 --
G 8
[
Knop 2
Knop 3
KbdMode
layer
Knop 4
Knop 5
BankMSB- ankLSB
B
o
n
]
0
0
[
Knop 4
Knop 5
Basisbediening van de CP1
1
Knop 6
PCNum
R
o
n
]
1
Knop 6
CP1 Gebruikershandleiding
25