Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Yamaha CP1 Gebruikershandleiding pagina 22

Inhoudsopgave
Toongenerator
TIP
Externe performancegeheugens gebruiken
Als u performance-data wilt opslaan in een extern performancegeheugen of een extern performancegeheugen opgeslagen op
een USB-flashgeheugenapparaat wilt gebruiken, moet u het desbetreffende USB-flashgeheugenapparaat aansluiten op de CP1.
Als u dat doet, zal het instrument zich op verschillende manieren gedragen, afhankelijk van het feit of het al een extern
performancegeheugen bevat en wanneer het de laatste keer werd aangesloten. Elk van deze handelingen wordt hieronder
beschreven.
De hoofddirectory bevat geen extern performancegeheugen:
Zodra u een USB-flashgeheugenapparaat aansluit, controleert de CP1 of de hoofddirectory een extern performancegeheugen
bevat. Als dat niet het geval is, wordt er een aangemaakt in de vorm van een file met de naam EXTBANK.C1E.
<<
<<
De hoofddirectory bevat een extern performancegeheugen:
Als de hoofddirectory van het USB-flashgeheugenapparaat al een extern performancegeheugen bevat, hangt de handeling
uitgevoerd door de CP1 – zoals hieronder beschreven – af van het feit of het apparaat al eerder werd aangesloten en verwijderd
nadat het instrument werd ingeschakeld.
• Niet eerder aangesloten na het inschakelen van de CP1:
Wanneer het desbetreffende USB-flashgeheugenapparaat voor de eerste keer wordt aangesloten na het inschakelen van de CP1,
worden de data uit het externe performancegeheugen automatisch in het DRAM van het instrument geladen.
<<
<<
OPMERKING
Als al een ander USB-flashgeheugenapparaat werd aangesloten en verwijderd na het inschakelen van de CP1, reageert het
instrument volgens de beschrijving onder Eerder aangesloten na het inschakelen van de CP1 hieronder.
LET OP
Wanneer een extern performancegeheugen van een USB-flashgeheugenapparaat in de CP1 wordt geladen, worden de externe
performance-data die zich al in het DRAM van het instrument bevinden (zie pagina 39) en performances in de bewerkingsbuffer
overschreven. Voordat u een USB-flashgeheugenapparaat aansluit, moet u belangrijke, onvervangbare externe performances in
het interne DRAM of de bewerkingsbuffer opslaan.
• Eerder aangesloten na het inschakelen van de CP1:
Wanneer u een USB-flashgeheugenapparaat aansluit dat al minstens één keer eerder werd aangesloten en verwijderd na het
inschakelen van de CP1, wordt u gevraagd of het externe performancegeheugen al dan niet in de bewerkingsbuffer moet worden
geladen. Als het externe performancegeheugen dat in de CP1 is geladen, werd gewijzigd of onvervangbare performances met
niet-opgeslagen wijzigingen bevat, drukt u op knop 5 (NO [PUSH]).
<<
<<
22
CP1 Gebruikershandleiding
@
@
@
@
-
Making external memory...
@
@
@
@
-
Loading...
Load?
(
E
XT perf)
-
----
40%
-
----
40%
(EXT performance)
YES
/
NO
[PUSH]
[PUSH]
>>
>>
>>
>>
>>
>>
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave