Originele performances maken
U kunt met de CP1 eenvoudig originele pianogeluiden maken door de verschillende blokken waaruit het gedeelte met
performances en Common Settings bestaat te configureren. De volgende procedure kan worden gebruikt om elk van deze
performance-elementen te wijzigen, terwijl u luistert hoe de parameterwijzigingen het geproduceerde geluid beïnvloeden.
De blokken Piano, Modulation Effect en Power-Amplifier/Compressor worden ingesteld voor Part A en Part B. Daarna wordt
de performance zelf voltooid door het blok Reverb en het gedeelte Common Settings te configureren. Ten slotte wordt de
Master Equalizer overeenkomstig het totaalgeluid van de CP1 aangepast aan de instelling waarin het wordt gespeeld.
OPMERKING
Voor meer informatie over de individuele blokken waaruit performances worden opgebouwd, zie Toongenerator in het gedeelte Intern
ontwerp van de CP1 (pagina 19).
1
Selecteer de performance die u wilt gebruiken als beginpunt om uw eigen geluid te maken (zie pagina 27).
LET OP
Als u uw performance in een extern performancegeheugen wilt maken, moet u het USB-flashgeheugenapparaat met de data voor dat
performancegeheugen eerst aansluiten op de CP1. Wanneer een USB-flashgeheugenapparaat dat al een extern performancegeheugen
bevat op de CP1 wordt aangesloten, wordt dat performancegeheugen automatisch geladen. Bovendien worden performances die zich
op dat moment in het externe geheugen van de CP1 bevinden, overschreven.
2
Selecteer een blok dat u wilt configureren door de knop [PIANO 1], [PIANO 2], [PRE-AMPLIFIER 1], [PRE-AMPLIFIER
2], [MODULATION EFFECT 1], [MODULATION EFFECT 2], [POWER-AMPLIFIER/COMPRESSOR 1] of [POWER-
AMPLIFIER/COMPRESSOR 2] ingedrukt te houden (minstens één seconde).
Het overeenkomstige parameterinstelscherm wordt weergegeven.
OPMERKING
U kunt ook een parameterinstelscherm oproepen door de knop [EXIT/jump to edit] ingedrukt te houden en op de overeenkomstige
blokknop te drukken.
3
Draai aan knop 1 om een type piano, modulatie-effect of vermogensversterker/compressor te selecteren (op basis
van het blok dat wordt bewerkt). Houd er rekening mee dat het type voorversterker automatisch wordt ingesteld op
basis van het geselecteerde pianotype.
E
Piano
C
F
3
Band
Knop 1
4
Draai aan knoppen 2 t/m 6 (of knoppen 1 t/m 6 voor een blok Pre-Amplifier) om de parameters naar wens in te stellen.
Voor meer informatie over de parameters die u kunt instellen in elk parameterinstelscherm, zie de beschrijving van
het overeenkomstige blok in het gedeelte Referentie (pagina's 44 t/m 49).
5
Herhaal de bovenstaande procedure vanaf stap 2 voor andere blokken Piano, Modulation Effect en Power-Amplifier/
Compressor die u wilt instellen. Wanneer alle vereiste instellingen zijn gemaakt, gaat u verder naar de volgende stap.
6
Houd de knop [REVERB] ingedrukt (minstens één seconde).
Het scherm Reverb wordt weergegeven.
OPMERKING
U kunt naar het scherm Reverb springen door de knop [EXIT/jump to edit] ingedrukt te houden en op de knop [REVERB] te drukken.
7
Draai aan knop 1 om het gewenste type reverb te selecteren.
D
ecay
Release
Key-off
+
0
+
0
Knop 2
Knop 3
Originele performances maken
DampReso
Hammer
+
0
+
0
No
Knop 4
Knop 5
CP1 Gebruikershandleiding
rmal
Knop 6
33