Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Het Geluid Aanpassen Met De Knoppen 1 T/M 6; Functie Van Toewijsbare Knoppen - Yamaha Cp1 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave
Performances op de CP1 gebruiken
4
Druk op een van de nummerknoppen [1] t/m [16].
Zodra de performance geselecteerd is, stoppen de overeenkomstige geheugen-, bank- en nummerknoppen met
knipperen en blijven ze branden.
OPMERKING
Raadpleeg het boekje Data List voor een lijst van alle vooraf ingestelde performances.
5
Speel de geselecteerde performance af met het toetsenbord.
TIP
De procedure om een extern performancegeheugen dat werd opgeslagen op een USB-flashgeheugenapparaat te gebruiken,
wordt hieronder beschreven.
1
Zorg ervoor dat het externe performancegeheugen zich in de hoofddirectory van het USB-flashgeheugenapparaat bevindt.
2
Sluit het USB-flashgeheugenapparaat aan op de [USB TO DEVICE]-poort van de CP1.
De data van het externe performancegeheugen worden automatisch in het instrument geladen. Voor meer informatie zie
Externe performancegeheugens gebruiken in het gedeelte Intern ontwerp van de CP1 (pagina 22).
3
Wanneer het scherm Performance wordt weergegeven, drukt u op de knop [EXTERNAL] en selecteert u een performance.
Om een selectie te maken, volgt u de procedure beschreven in Een performance selecteren hierboven vanaf stap 3.

Het geluid aanpassen met de knoppen 1 t/m 6

Functie van toewijsbare knoppen

Knoppen 1 t/m 6 op het besturingspaneel van de CP1 kunnen worden toegewezen aan verschillende parameters van de
individuele blokken waaruit een performance bestaat. Meer bepaald kunnen parameters van elk blok Piano Type, Pre-
Amplifier, Modulation Effect en Power-Amplifier/Compressor en van het blok Reverb vrij worden toegewezen aan deze
knoppen. Bovendien kunnen voor elke performance verschillende toewijzingen worden uitgevoerd. U kunt bevestigen
welke parameters aan elke knop in het scherm Performance worden toegewezen. Hier kan een getal 1 of 2 worden
weergegeven links van de parameternamen. Dit duidt aan of de desbetreffende parameter van Part 1 of Part 2 is. Als
bijvoorbeeld een toegewezen parameter wordt geïdentificeerd als 1Decay, zou de overeenkomstige knop de parameter
Decay (i.e. decaytijd) voor Part 1 besturen. In gevallen waar de toegewezen parameter op zowel Part 1 als Part 2 van
toepassing is, wordt geen getal weergegeven.
Door aan knoppen 1 t/m 6 te draaien, kunt u de ingestelde waarden voor de overeenkomstige parameters wijzigen om het
geluid van de geselecteerde performance aan te passen.
Scherm Performance (eerste pagina)
Geselecteerde performance
PREA:01:[
O
B
ass
Knop 1
Op de eerste pagina van het scherm Performance kunt u ook op een knop drukken op de weergave van de huidige
ingestelde waarde voor de toegewezen parameter in en uit te schakelen.
28
CP1 Gebruikershandleiding
CF
Gr
and
]
O
Mid
O
Tr ble
e
Knop 2
Knop 3
Pianotype geselecteerd
Pianotype geselecteerd
voor Part 1
O[C
F 3Band
]
T
[
DXEP 2
O
H
ammer
O
Key-off
Knop 4
Knop 5
voor Part 2
]
ORevSend
Functies toegewezen
aan knoppen 1 t/m 6
Partnummer
Knop 6
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave