Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Utility; Eerste Pagina: Toetsgerelateerde Instellingen - Yamaha Cp1 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Utility

Q (Resonance)
Utility
Het scherm Utility wordt gebruikt om parameters in te stellen die het volledige CP1-systeem beïnvloeden en bestaat in
totaal uit vijf pagina's.

Eerste pagina: toetsgerelateerde instellingen

Bewerkingsvolgorde:
Trnspose (Transpose)
Tune (Master Tuning)
VelCurve (Velocity Curve)
TunCurve (Piano Tuning Curve)
56
CP1 Gebruikershandleiding
Met deze parameter kunt u een aantal verschillende frequentiecurvekenmerken in de buurt van de frequentie
ingesteld met de parameter Freq aanmaken. Als u een hoge waarde instelt, wordt een beperktere
frequentieband versterkt of verzwakt, en verandert de klank opvallend rond de middenfrequentie. Als u een
kleinere waarde instelt, wordt een bredere frequentieband versterkt of verzwakt, en verandert de klank
geleidelijk rond de middenfrequentie.
Instelwaarden: 0,1 tot 12,0
OPMERKING
De parameter Q kan niet worden ingesteld voor de Low- en High-banden wanneer hun respectieve
parameters Shape zijn ingesteld op "shelv".
Druk op de knop [UTILITY]
Navigeer naar de eerste pagina met de knop [L PAGE]
knoppen 2 t/m 6
Met deze parameter kunt u de toonhoogte van het toetsenbord aanpassen, in stappen van een halve noot.
Instelwaarden: -12 tot +12 (halve noten)
Met deze parameter kunt u de stemming van alle geluiden geproduceerd door de interne toongenerator
van de CP1 aanpassen, in eenheden van één cent.
OPMERKING
De standaardinstelling van dit instrument is 440 Hz (A3) en 4 cents komen ongeveer overeen met 1
Hz.
Instelwaarden: -102,4 tot +102,3 (cents)
Met deze parameter kunt u een curve selecteren om te bepalen hoe de werkelijke aanslagsnelheden
worden gegenereerd en verzonden afhankelijk van de kracht waarmee u de noten op het toetsenbord
speelt.
Instelwaarden: norm (Normal), soft, hard, wide of fixed
norm .............De Normal-curve produceert aanslagsnelheden in rechtstreekse verhouding met de kracht
waarmee u het toetsenbord bespeelt.
soft ...............De Soft-curve maakt het makkelijker om hoge aanslagsnelheden over het hele toetsenbord
te produceren.
hard ..............De Hard-curve maakt het moeilijker om hoge aanslagsnelheden over het hele toetsenbord te
produceren.
wide..............De Wide-curve benadrukt uw speelkracht door lagere aanslagsnelheden te produceren bij
zachter spelen en hogere aanslagsnelheden bij harder spelen. U kunt deze instelling dus
gebruiken om uw dynamisch bereik uit te breiden.
fixed .............De Fixed-curve kan worden gebruikt om een vaste aanslagsnelheid naar de toongenerator
te sturen, ongeacht hoe hard of zacht u op het toetsenbord speelt. Wanneer u deze optie
selecteert, kunt u de verzonden aanslagsnelheid instellen tussen 1 en 127 door aan knop 5
te draaien.
Met deze parameter kunt u een of twee stemkarakteristieken voor het volledige toetsenbord selecteren.
Instelwaarden: flat of stretch
flat ................Met de Flat-curve verdubbelt de frequentie (in Hertz) voor elke verhoging of verlaging met
een octaaf tussen toetsen voor het volledige toetsenbord.
stretch ..........De Stretch-curve modelleert de karakteristieke reactie van een akoestische piano. In
vergelijking met de Flat-curve, worden lagere toetsen iets vlakker gestemd en hogere
toetsen iets scherper.
OPMERKING
De mate waarin een "stretch"-instelling de werkelijke stemming beïnvloedt, hangt af van het
geselecteerde pianotype. Voor meer informatie, zie de tabel met pianotypes op pagina 43.
0,1
+
12,0
0
Frequency
Frequency
Draai aan
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave