Tweede pagina: toonhoogte en pan voor elk gedeelte
Bewerkingsvolgorde:
Druk op de knop [COMMON]
Draai aan knoppen 1 t/m 6
1NoteShf (Note Shift 1)
2NoteShf (Note Shift 2)
1Detune (Detune 1)
2Detune (Detune 2)
1Pan (Pan 1)
2Pan (Pan 2)
Derde pagina: pitchbend en aanslagsnelheid voor elk gedeelte
Bewerkingsvolgorde:
Druk op de knop [COMMON]
Draai aan knoppen 1 t/m 6
1PBRange
(Pitch Bend Range 1)
2PBRange
(Pitch Bend Range 2)
1VelDepth-Offset
(Velocity Sensitivity Depth 1,
Velocity Sensitivity Offset 1)
2VelDepth-Offset
(Velocity Sensitivity Depth 2,
Velocity Sensitivity Offset 2)
Navigeer naar de tweede pagina met de knoppen [L PAGE] en [PAGE R]
Met deze parameters kunt u de toonhoogte van Part 1 en Part 2 aanpassen, in stappen van een halve noot.
Instelwaarden: -24 tot +24 (halve noten)
Met deze parameters kunt u de toonhoogte van Part 1 en Part 2 fijnregelen, in stappen van 0,1 Hertz.
Instelwaarden: -12,8 tot +12,7 (Hz)
Met deze parameters kunt u de stereopan van respectievelijk Part 1 en Part 2 aanpassen.
Instelwaarden: L63 (uiterst links) tot C (midden) tot R63 (uiterst rechts)
Navigeer naar de derde pagina met de knoppen [L PAGE] en [PAGE R]
Met deze parameters kunt u de mate instellen waarin het pitchbendwiel de toonhoogte van Part 1 en Part 2
wijzigt, in stappen van een halve noot. Bij een instelling van 12, bijvoorbeeld, kan het pitchbendwiel de
toonhoogte wijzigen tussen -12 (d.w.z. een octaaf lager) en +12 (d.w.z. een octaaf hoger).
Instelwaarden: 0 tot 12
Velocity Sensitivity Depth 1 en Velocity Sensitivity Depth 2
Met deze parameters kunt u definiëren hoe de
aanslagsnelheid waarmee de toetsen worden bespeeld
invloed heeft op de MIDI-aanslagsnelheden die werkelijk
worden verzonden van respectievelijk Part 1 of Part 2.
Zoals getoond in de onderstaande grafiek, geldt dat hoe
hoger de ingestelde waarde, hoe groter de mate waarin
MIDI-aanslagsnelheden variëren als reactie op wijzigingen
in de speelsnelheid (d.w.z. des te steiler de helling van
de grafiek). Als een waarde van 0 is ingesteld, worden
de MIDI-aanslagsnelheden niet beïnvloed door de
verschillende speelsnelheden, wat resulteert in een reactie
vergelijkbaar met die van een orgel, waar de speelkracht
praktisch geen effect heeft op het geproduceerde geluid.
Instelwaarden: 0 tot 127
Velocity Sensitivity Offset 1 en Velocity Sensitivity Offset 2
Met deze parameters kunt u alle MIDI-aanslagsnelheden verzonden van respectievelijk Part 1 of Part 2 verhogen
of verlagen. Zoals getoond in de grafiek, wordt 64 afgetrokken van de hier ingestelde waarde om de werkelijk
hoeveelheid te bepalen waarmee de MIDI-aanslagsnelheden worden aangepast. Als de resulterende MIDI-
aanslagsnelheid echter minder is dan 1, wordt een waarde van 1 ingesteld. Als de resulterende MIDI-
aanslagsnelheid hoger is dan 127, wordt een waarde van 127 ingesteld.
Instelwaarden: 0 tot 127
Als Depth (hierboven) = 64 en Offset = 32
127
Werkelijke
resulterende
snelheid
(met invloed op
de toongenerator)
0
64
Speelsnelheid
Als Depth (hierboven) = 64 en Offset = 64
127
Werkelijke
resulterende
snelheid
(met invloed op
de toongenerator)
0
64
Speelsnelheid
Als Offset (onder) is ingesteld op 64
Werkelijke
resulterende
snelheid
(met invloed op de
toongenerator)
Als Depth (hierboven) = 64 en Offset = 96
127
Werkelijke
resulterende
snelheid
(met invloed op de
toongenerator)
127
127
Common-instellingen
Depth = 127
Depth = 64
127
Depth = 32
Depth = 0
0
127
Speelsnelheid
0
64
127
Speelsnelheid
CP1 Gebruikershandleiding
53