Veiligheid
2.10.1
Beheer huiddosis
Bij langdurige interventieprocedures kunnen huiddosisniveaus bij normaal gebruik hoog genoeg zijn om
deterministische effecten te veroorzaken.
Men dient risicobeheer toe te passen om de voordelen en risico's van elke procedure te bepalen.
Dit systeem beschikt over verschillende instelbare verwervingsmodi die elk een verschillende
beeldkwaliteit produceren door een verschillend dosistempo te gebruiken. Gebruik de beste
verwervingsmodus voor de procedure.
2.10.2
Stralingsrichtlijnen
Neem bij het uitvoeren van bestralingen de volgende richtlijnen in acht:
•
Dien geen straling toe wanneer dit niet noodzakelijk is.
•
Dien straling zo kort mogelijk toe.
•
Gebruik waar mogelijk de automatische dosisregeling.
•
Houd zo veel mogelijk afstand tot het bestraalde object/de röntgenbron.
•
Draag een loodschort en andere beschermende kleding indien van toepassing.
•
Gebruik badges om het ontvangen stralingsniveau te bewaken, in overeenstemming met de lokale
regelgeving.
•
Gebruik de laserrichtapparaten in plaats van doorlichting om het interessegebied te bepalen.
•
Gebruik indien mogelijk doorlichting (of roadmap) met een lage dosis of normale dosis in plaats van
hogere dosisniveaus en in plaats van andere acquisitiemodi om de dosis te reduceren.
•
Collimeer zo veel mogelijk m.b.v. de pre-indicatoren (op het LIH-beeld). Raadpleeg
shutteraanpassingen in laatste beeld vasthouden (Pagina 128)
•
Houd de afstand van focuspunt tot huid (object) zo groot mogelijk om de geabsorbeerde dosis te
reduceren.
•
Verwijder alle supplementaire belemmerende objecten uit de primaire straal, met inbegrip van uw
handen.
•
De röntgenbron moet in principe onder de tafel worden geplaatst om blootstelling aan verstrooide
straling te reduceren.
•
Houd rekening met eventuele nadelige effecten van materialen die zich in de röntgenstraal
bevinden, bijvoorbeeld de operatietafel.
•
Plaats het mobiele weergavestation zodanig dat het indicatielampje voor röntgen aan zichtbaar is
voor alle personen en vanuit alle posities in de kamer.
2.10.3
Pediatrische stralingsrichtlijnen
Besteed extra aandacht aan de beeldvorming als de patiënt een andere lengte of omvang heeft dan
een gemiddelde volwassene. Neem bij het uitvoeren van pediatrische bestralingen de volgende
richtlijnen in acht:
•
Alle regels die worden vermeld in
•
Dien geen straling toe wanneer dat niet nodig is. Gebruik zo veel mogelijk non-röntgenapparatuur
(bijv. ultrasound).
•
Verwijder voorwerpen in de bundel die niet nodig zijn om de procedure uit te voeren (bijvoorbeeld
matrassen, kussens, buizen) of die niet radiolucent zijn.
•
Verwijder het afneembare rooster voor zeer kleine of dunne objecten, zie
•
Selecteer de juiste procedure en anatomie of gedetailleerde procedure voor de anatomie (b.v. skelet
- arm).
Zenition 50 Uitgave 1.1 Gebruiksaanwijzing
of minder kan de radioscopie minder dan 0,5 seconden duren vanaf het moment dat
de laborant de knop loslaat (voetschakelaar/handschakelaar).
Stralingsveiligheid (Pagina
22).
25
Stralingsveiligheid
Collimator- en
voor meer informatie.
C-boog (Pagina
Philips 3000 063 93991
52).