Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Schakelen Tussen Gebruikers; Uw Wachtwoord Wijzigen - Philips Zenition 50 Gebruiksaanwijzing

Inhoudsopgave
Bediening
Tips
Standalone-stand mobiel weergavesta-
tion
Systeemvergrendeling
De hoogte aanpassen
5.5.3

Schakelen tussen gebruikers

U kunt tussen gebruikers schakelen zonder de oorspronkelijke gebruiker uit te loggen.
Het is raadzaam om gebruikers tijdelijk te wisselen om specifieke taken uit te voeren. Een voorbeeld:
specifieke delen van de klinische procedure of systeemtaken waarvoor het account van een beheerder
moet worden gebruikt.
Bij het schakelen tussen gebruikers blijft de audit trail voor de procedure behouden door de juiste
verantwoordelijke gebruiker vast te leggen.
1
Open het beheerscherm door op de knop Administration (Beheer) te klikken.
2
Klik op System (Systeem) en selecteer Switch Users (Schakelen tussen gebruikers).
Er wordt een dialoogvenster weergegeven waarin de nieuwe gebruikersnaam en het nieuwe
wachtwoord wordt opgevraagd.
3
Voer de User name (Gebruikersnaam) en het Password (Wachtwoord) in voor de gebruiker
waarnaar u wilt overschakelen.
4
Klik op Cancel (Annuleren) als u het dialoogvenster wilt sluiten zonder tussen gebruikers te
wisselen.
5
Om tussen gebruikers te schakelen klikt u op Switch (Overschakelen).
Het systeem schakelt naar de nieuwe gebruiker en gaat verder.
5.5.4

Uw wachtwoord wijzigen

U kunt uw wachtwoord wijzigen nadat u bent ingelogd.
Als uw systeem wachtwoordcomplexiteit heeft ingeschakeld bij de installatie, moet uw wachtwoord het
volgende bevatten:
Een minimum aantal tekens (neem contact op met de systeembeheerder van het ziekenhuis)
Ten minste één hoofdletter
Ten minste één cijfer
Ten minste één symbool
Zenition 50 Uitgave 1.1 Gebruiksaanwijzing
Het mobiele weergavestation kan worden gebruikt in de standalonemo-
dus (zonder aangesloten C-boog) voor weergave en nabewerking. Het
systeem is zo ontworpen dat patiënten niet per ongeluk kunnen worden
verwisseld. Een van de preventieve maatregelen is dat er telkens bij in-
schakelen van het mobiele weergavestation een nieuw patiëntbestand
wordt gemaakt. Soms moet de C-boog echter tijdens een procedure op-
nieuw worden gepositioneerd of tijdelijk worden verwijderd, waarna er
nieuwe beelden moeten worden toegevoegd aan hetzelfde patiëntbe-
stand. Om dit mogelijk te maken is het systeem zo ontworpen dat de C-
boog kan worden uitgeschakeld en losgekoppeld terwijl het mobiele
weergavestation ingeschakeld blijft. Het statief kan vervolgens opnieuw
worden aangesloten en ingeschakeld. In deze situatie worden de nieuwe
beelden toegevoegd aan het geopende patiëntbestand.
Voor röntgenopnamen en de hoogteverstelling moet de systeemver-
grendeling zijn ingeschakeld (sleutel in I -stand).
De hoogteverstelling kan een paar seconden na het indrukken van een
van de knoppen System on (Systeem aan) worden gebruikt als de sys-
teemvergrendelingssleutel in de I -stand staat.
90
Systeem Aan/Uit
Philips 3000 063 93991
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave