Husqvarna Z248F - Handleiding Zero-Turn Grasmaaier
- 1 Productbeschrijving
- 2 Beoogd gebruik
- 3 Productoverzicht
- 4 Besturingselementen
- 5 Operator Presence Control (OPC)
- 6 Contactsleutel
- 7 Koplampen
- 8 Gashendel
- 9 Chokebediening
- 10 PTO-knop (Power Take-Off)
- 11 Brandstofafsluiter
- 12 Zekeringen
- 13 Urenteller
- 14 Symbolen op het product
- 15 Productschade
-
16
Veiligheid
- 16.1 Veiligheidsdefinities
- 16.2 Algemene veiligheidsinstructies
- 16.3 Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen
- 16.4 Veiligheidsinstructies voor bediening
- 16.5 Veiligheidsinstructies voor bediening op hellingen
- 16.6 Persoonlijke beschermingsmiddelen
- 16.7 Veiligheidsvoorzieningen op het product
- 16.8 Brandstofveiligheid
- 16.9 Vervoerveiligheid
- 16.10 Sleepveiligheid
- 16.11 Batterijveiligheid
- 16.12 Veiligheidsinstructies voor onderhoud
-
17
Bediening
- 17.1 Het product voor het eerst bedienen
- 17.2 Wat u moet doen voordat u het product bedient
- 17.3 Brandstof vullen
- 17.4 De stoel verstellen
- 17.5 De stoel inklappen
- 17.6 De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- 17.7 Het aandrijfsysteem ontkoppelen en inschakelen
- 17.8 Het maaidek in de transportstand of maaihoogte zetten
- 17.9 De maaihoogte instellen
- 17.10 De motor starten
- 17.11 Het product bedienen
- 17.12 De motor uitzetten
- 17.13 Een goed maaresultaat behalen
-
18
Onderhoud
- 18.1 Onderhoudsschema
- 18.2 Onderhoudsschema voor de bediener
- 18.3 Het product reinigen
- 18.4 De motor en de uitlaatdemper reinigen
- 18.5 De accu reinigen
- 18.6 De parkeerrem controleren
- 18.7 De accu opladen
- 18.8 Een noodstart van de motor uitvoeren
- 18.9 De startkabels aansluiten
- 18.10 De startkabels verwijderen
- 18.11 De batterij verwijderen en installeren
- 18.12 De baansnelheid afstellen
- 18.13 Bandenspanning
- 18.14 De voorwielen verwijderen en installeren
- 18.15 De antiscalpeerrollen afstellen
- 18.16 Het parallellisme van het maaidek afstellen
- 18.17 De messen controleren
- 18.18 De messen vervangen
- 18.19 De dekriem verwijderen
- 18.20 De dekriem installeren
- 18.21 Het motoroliepeil controleren
- 18.22 De motorolie vervangen
- 18.23 Smering, algemene informatie
- 18.24 Smeerschema
- 18.25 De voorwielen smeren
- 19 Probleemoplossing
- 20 Transport, opslag en verwijdering
- 21 Technische gegevens
- 22 Service
- 23 Elektrisch schema
- 24 Download handleiding
- 25 In andere talen

Productbeschrijving
Dit product is een zitmaaier. Met de bedieningshendels kan de bestuurder het product besturen en de snelheid van het product aanpassen. Een urenteller geeft aan hoeveel uur het product is gebruikt.
Beoogd gebruik
Het product is uitsluitend gemaakt om gras te maaien op open en vlak terrein. Gebruik het product niet voor andere taken.
Productoverzicht

- Bedieningshendels
- Parkeerrem
- Spoorregeling
- Hefboom maaidek
- Zekeringen
- Bypass-koppeling
- Brandstofafsluiter
- Brandstoftank
- Chokebediening
- Gashendel
- Urenteller
- Contactschakelaar
- PTO-knop
- Typeplaat
Besturingselementen
De richting van het product wordt geregeld door de 2 bedieningshendels. Raadpleeg "Productoverzicht". De bedieningshendels kunnen vanuit een neutrale stand naar voren en naar achteren worden bewogen. Raadpleeg "Het product bedienen".
Operator Presence Control (OPC)
De OPC wordt ingeschakeld wanneer de bestuurder van de stoel opstaat. De motor en de aandrijving naar de messen stoppen als de messen zijn ingeschakeld of de parkeerrem niet is geactiveerd. Raadpleeg "Gebruiksvoorwaarden".
Contactsleutel

De contactsleutel heeft 4 standen:
- Startpositie (A)
- Bedrijfspositie (B)
- Koplampstand (C)
- Stopstand (D)
Koplampen

- Draai de contactschakelaar naar de koplampstand (C) om het product te bedienen met de koplampen aan.
- Draai de contactschakelaar naar de bedrijfspositie (B) om het product te bedienen met de koplampen uit.
Gashendel
De gashendel regelt de snelheid van de motor en de snelheid van de messen als de messen zijn ingeschakeld. De gashendel heeft 2 eindposities, stationair toerental en volgas.

- Stationair toerental (A) - verlaagt het motortoerental.
- Volgas (B) - verhoogt het motortoerental.
Laat de motor niet langer dan nodig stationair draaien (A). Te veel draaien met stationair toerental kan de levensduur van de bougies verkorten.
Chokebediening
De chokebediening wordt gebruikt voor koude starts om meer brandstof naar de motor te voeren. Trek de chokebediening omhoog wanneer u een koude motor start.
Raadpleeg "Productoverzicht" voor de positie van de chokebediening.
PTO-knop (Power Take-Off)
De PTO-knop activeert en deactiveert de PTO-koppeling en het maaidek of andere apparatuur die erop is aangesloten. Er moet aan de juiste startvoorwaarden worden voldaan om de aandrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg "Gebruiksvoorwaarden" voor de juiste startvoorwaarden.
- Trek de PTO-knop uit om de aandrijving naar de messen of andere apparatuur in te schakelen.
![]()
- Duw de PTO-knop naar binnen om de aandrijving naar de messen of andere apparatuur uit te schakelen.
![]()
Brandstofafsluiter
Raadpleeg "Productoverzicht" voor de positie van de brandstofafsluiter.
De brandstofafsluiter is gesloten wanneer het lipje op de knop loodrecht op de brandstofleiding staat.
Zekeringen
De zekeringen bevinden zich in de zekeringkast. De zekeringkast bevindt zich onder de stoel. Kantel de stoel naar voren om toegang te krijgen tot de zekeringkast. Raadpleeg de sticker op de zekeringkast voor de identificatie van de verschillende zekeringen.
Urenteller
Het product heeft een urenteller die aangeeft hoeveel uren de messen zijn ingeschakeld. Raadpleeg "Productoverzicht" voor de positie van de urenteller.

Elke 50 uur verschijnt er 2 uur lang een oliepijlsymbool. Raadpleeg Het controleren van het motoroliepeil
Symbolen op het product
| Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig letsel of de dood veroorzaken bij de bestuurder of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. | |
![]() | Draag een veiligheidsbril. |
![]() | Parkeerrem. |
![]() | Motortoerental – snel. |
![]() | Langzaam. |
![]() | Brandstof. |
![]() | Draag beschermende handschoenen. |
![]() | Stop de motor voor onderhoud. |
![]() | Gebruik het product niet zonder deflector of grasvanger. |
![]() | Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. |
![]() | Zet uw voet hier niet. |
![]() | Neutrale versnelling. |
![]() | Achteruitversnelling. |
![]() | Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies begrijpt voordat u het product gebruikt. |
![]() | Houd een veilige afstand tot het product. |
![]() | Gebruik het product niet op hellingen groter dan 10°. |
![]() | Vervoer geen passagiers. |
![]() | Let op uitgeworpen voorwerpen en ricochets. |
![]() | Houd handen en voeten vrij. |
![]() | Houd handen uit de buurt van draaiende delen. |
![]() | Let op personen en dieren wanneer u het product vooruit bedient. |
![]() | Let op personen en dieren wanneer u het product achteruit bedient. |
![]() | Chokebediening. |
![]() | Lage maaihoogte. |
![]() | Hoge maaihoogte. |
![]() | Blijf uit de buurt van het uitwerpkanaal. |
![]() | Waarschuwing! Accuzuur is corrosief, explosief en brandbaar. |
![]() | Houd lichaamsdelen uit de buurt van draaiende delen. |
![]() | Het typeplaatje toont het serienummer. yyyy is het productiejaar en ww is de productieweek. Het typeplaatje toont het serienummer. yyyy is het productiejaar en ww is de productieweek. |
Opmerking: andere symbolen/stickers op het product verwijzen naar certificeringseisen voor sommige commerciële gebieden.
Productschade
Wij zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product onjuist is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant zijn of niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire heeft dat niet van de fabrikant is of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd bij een erkend servicecentrum of door een erkende instantie.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzichtigheid en opmerkingen worden gebruikt om speciale belangrijke delen van de handleiding aan te duiden.
Wordt gebruikt als er een risico is op letsel of overlijden voor de bestuurder of omstanders als de instructies in de handleiding niet worden opgevolgd.
Wordt gebruikt als er een risico is op schade aan het product, andere materialen of de aangrenzende omgeving als de instructies in de handleiding niet worden opgevolgd.
Opmerking: Wordt gebruikt om meer informatie te geven die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies
Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt
Het niet volgen van voorzichtige bedieningspraktijken kan leiden tot gevaarlijk letsel bij de bestuurder of andere personen. De eigenaar moet deze instructies begrijpen en mag alleen goedgekeurde personen die deze instructies begrijpen de maaier laten bedienen. Elke persoon die de maaier bedient, moet geestelijk en lichamelijk gezond zijn en mag niet onder invloed zijn van geestverruimende middelen.
Dit product kan handen en voeten amputeren en objecten wegslingeren. Het niet naleven van de volgende veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
- Lees, begrijp en volg de instructies en waarschuwingen in dit document, de gebruikershandleiding en op het product, de motor en de hulpstukken.
- Sta alleen bestuurders toe die verantwoordelijk, getraind, vertrouwd zijn met de instructies en fysiek in staat zijn om het product te bedienen.
- Zorg ervoor dat u iemand informeert dat u het product gaat bedienen als er een verwonding of een ongeval gebeurt.
- Vervoer geen passagiers en houd omstanders op afstand.
- Gebruik het product niet onder invloed van alcohol of drugs.
- Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielgewichten of contragewichten.
- Leer hoe u het product en de bedieningselementen veilig kunt gebruiken en leer hoe u het product snel kunt stoppen.
- Leer de veiligheidsstickers herkennen.
- Houd het product schoon om ervoor te zorgen dat u borden en stickers duidelijk kunt lezen.
- Houd er rekening mee dat de bestuurder verantwoordelijk wordt gehouden voor ongevallen waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of in andere goed verlichte omstandigheden. Houd het product op veilige afstand van gaten of andere oneffenheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Laat kinderen of andere personen die niet zijn goedgekeurd voor de bediening van het product, het product niet gebruiken of onderhouden. Plaatselijke wetten kunnen de leeftijd van de gebruiker reguleren.
- Zorg ervoor dat niemand zich in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of het product begint te bewegen.
- Houd het verkeer in de gaten wanneer u in de buurt van een weg maait of een weg oversteekt.
- Gebruik het product niet als u vermoeid bent, onder invloed bent van alcohol of drugs, medicijnen of iets anders dat een negatief effect kan hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
- Breng geen wijzigingen aan aan dit product.
- Gebruik het product niet als het mogelijk is dat andere personen wijzigingen aan het product hebben aangebracht.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen
Kinderen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden door dit product. Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt. Houd kinderen uit de buurt.
- Tragische ongevallen kunnen gebeuren als de bestuurder niet alert is op de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak aangetrokken door het product en de maaiactiviteit. Ga er nooit van uit dat kinderen blijven waar u ze voor het laatst hebt gezien.
- Houd kinderen uit de buurt van het werkgebied en onder het waakzame toezicht van een verantwoordelijke volwassene die niet de bestuurder is.
- Houd een oogje in het zeil en stop het product onmiddellijk als kinderen het werkgebied betreden. Wees zeer voorzichtig in de buurt van hoeken, struiken, bomen of andere objecten die een duidelijk zicht belemmeren.
- Wees uiterst voorzichtig in de buurt van blinde hoeken, struiken, bomen of andere objecten die uw zicht op een kind kunnen blokkeren.
- Kijk voordat en terwijl u het product achteruit beweegt achter u en naar beneden voor kleine kinderen.
- Laat kinderen het product niet bedienen.
- De American Academy of Pediatrics raadt aan dat kinderen minimaal 16 jaar oud moeten zijn voordat ze een zitmaaier bedienen.
- Vervoer geen kinderen, zelfs niet als de messen zijn uitgeschakeld. Kinderen kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of de veilige werking van het product verstoren. Kinderen die in het verleden ritten hebben gekregen, kunnen plotseling in het maaigebied verschijnen voor nog een rit en worden overreden of overreden door het product.
Veiligheidsinstructies voor bediening
Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt.
Raak de motor of het uitlaatsysteem niet aan tijdens of direct na het gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden erg heet tijdens het gebruik. Risico op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd bij het gebruik van het product afstand van struiken en andere objecten.
- Gebruik de motor alleen in goed geventileerde ruimtes. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een dodelijk gif.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Maak het gebied vrij van voorwerpen zoals stenen, speelgoed, draden, enz. die vast kunnen komen te zitten in de messen en worden weggeslingerd.
- Vermijd gaten, sporen, hobbels, rotsen of andere verborgen gevaren. Oneffen terrein kan het product omverwerpen of ervoor zorgen dat de bestuurder zijn evenwicht of voet verliest.
- Steek geen handen of voeten in de buurt van draaiende delen of onder het product. Blijf te allen tijde uit de buurt van de uitwerpopening.
- Gebruik het product niet zonder de volle grasopvangzak, uitwerpbescherming of andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats en in werkende staat.
- Richt het uitwerpmateriaal niet op iemand. Vermijd het uitwerpen van materiaal tegen een muur of obstakel. Materiaal kan terugkaatsen naar de bestuurder. Stop de messen bij het oversteken van grindoppervlakken.
- Laat een draaiend product niet onbeheerd achter. Parkeer altijd op een vlakke ondergrond, ontkoppel het hulpstuk, zet de parkeerrem en stop de motor/motor.
- Maai niet achteruit, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Kijk altijd naar beneden en achterom voor en tijdens het achteruitrijden.
- Verminder de snelheid voordat u afslaat.
- Verminder de snelheid voordat u een hoek omslaat.
- Gegevens tonen aan dat bestuurders van 60 jaar en ouder betrokken zijn bij een groot percentage van letsel gerelateerd aan zitmaaiers. Deze bestuurders moeten beoordelen of ze de zitmaaier veilig genoeg kunnen bedienen om zichzelf en anderen te beschermen tegen letsel.
Veiligheidsinstructies voor bediening op hellingen
Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt.
Hellingen zijn een belangrijke factor bij ongevallen. Bediening op hellingen vereist extra voorzichtigheid.
- Rijd in de door de fabrikant aanbevolen richting op hellingen. Wees voorzichtig bij het bedienen in de buurt van afgronden.
- Vermijd het maaien van nat gras. De banden kunnen grip verliezen.
- Gebruik het product niet onder omstandigheden waarbij de tractie, besturing of stabiliteit in twijfel wordt getrokken. Banden kunnen glijden, zelfs als de wielen zijn gestopt.
- Houd het product altijd in de versnelling wanneer u hellingen afdaalt. Laat de helling niet afrollen.
- Vermijd starten en stoppen op hellingen. Vermijd plotselinge veranderingen in snelheid of richting. Maak bochten langzaam en geleidelijk.
- Als de banden grip verliezen, ontkoppel de messen en ga langzaam rechtdoor de helling af.
- Wees extra voorzichtig bij het bedienen van het product met een grasopvangzak of andere hulpstukken. Ze kunnen de stabiliteit van het product beïnvloeden.
- Het maaien van gras op hellingen vergroot het risico dat u het product niet kunt bedienen en dat het omvalt. Dit kan letsel of de dood veroorzaken. Het is noodzakelijk om het gras zorgvuldig op alle hellingen te maaien. Als u niet achteruit een helling op kunt rijden of als u zich niet veilig voelt, maai het dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai het gras op de helling op en neer, niet van links naar rechts.
- Gebruik het product niet op een ondergrond die meer dan 10° helt.
- Beweeg soepel en langzaam op hellingen.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, gaten en hobbels. Er is een groter risico dat het product omvalt op een ondergrond die niet vlak is. Lang gras kan obstakels verbergen.
- Maai geen gras in de buurt van randen, greppels of oevers. Houd minstens de breedte van de machine verwijderd van deze gevaren. Het product kan plotseling omvallen als een wiel over de rand van een steile helling of een greppel rijdt, of als een rand het begeeft.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gebruikt.
- Gebruik goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen letsel niet volledig voorkomen, maar ze verminderen de mate van letsel als er een ongeval gebeurt. Laat uw dealer u helpen bij het selecteren van de juiste uitrusting.
- Draag altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot blijvende gehoorbeschadiging.
- Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming wanneer u het product bedient of onderhoud of reparaties uitvoert.
- Draag altijd beschermende schoenen of beschermende laarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet op blote voeten.
![Husqvarna - Z248F - Persoonlijke beschermingsmiddelen Persoonlijke beschermingsmiddelen]()
- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld wanneer u de snijapparatuur bevestigt, onderzoekt of reinigt.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere items die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Draag geen korte broek wanneer u het product bedient.
- Houd EHBO-materiaal en een brandblusser bij de hand.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
- Gebruik geen product met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig. Als de veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicevertegenwoordiger.
- Breng geen wijzigingen aan aan de veiligheidsvoorzieningen. Gebruik het product niet als beschermplaten, beschermkappen, veiligheidsschakelaars of andere beschermingsmiddelen niet zijn bevestigd of beschadigd zijn.
De contactschakelaar controleren
- Start en stop de motor om de contactschakelaar te controleren. Zie De motor starten en De motor stoppen.
- Zorg ervoor dat de motor start wanneer u de contactschakelaar in de startpositie draait.
- Zorg ervoor dat de motor onmiddellijk stopt wanneer u de contactschakelaar in de stopstand draait.
Bedrijfsomstandigheden
Deze omstandigheden zijn noodzakelijk om de motor te starten:
- De bedieningshendels staan in de neutrale stand.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- De OPC is ingedrukt.
De motor moet in deze situaties stoppen:
- De parkeerrem is niet ingeschakeld en de gebruiker komt van de stoel af.
- De aandrijving van de messen is ingeschakeld en de gebruiker komt van de stoel af.
Probeer de motor te starten zonder 1 van de voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit.
Parkeerrem
Als de parkeerrem niet werkt, kan het product gaan bewegen en letsel of schade veroorzaken. Zorg ervoor dat de parkeerrem regelmatig wordt onderzocht en afgesteld.
Zie De parkeerrem controleren.
Geluiddemper
Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde of ontbrekende geluiddemper verhoogt het geluidsniveau en het risico op brand.
De geluiddemper houdt het geluidsniveau tot een minimum beperkt en voert de uitlaatgassen weg van de gebruiker.
Onderzoek de geluiddemper regelmatig om er zeker van te zijn dat deze correct is bevestigd en niet beschadigd is.
De geluiddemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor stationair draait. Wees voorzichtig in de buurt van ontvlambare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
De geluiddemper controleren
- Onderzoek de geluiddemper regelmatig om er zeker van te zijn dat deze correct is bevestigd en niet beschadigd is.
Vonkenvanger
Dit product heeft een interne verbrandingsmotor. Gebruik het product niet in de buurt van vegetatie zonder een vonkenvanger die is goedgekeurd door lokale of nationale wetten. Federale wetten zijn van toepassing op federale gronden.
Een vonkenvanger voor de geluiddemper is verkrijgbaar via uw erkende Husqvarna-dealer.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen verhogen het risico op letsel aan bewegende delen en hete oppervlakken. Controleer de beschermkappen voordat u het product gebruikt. Zorg ervoor dat de beschermkappen correct zijn bevestigd en geen scheuren of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde kappen.
Brandstofveiligheid
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
Wees voorzichtig met brandstof. Het is zeer brandbaar en kan letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.
- Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.
- Gebruik alleen een goedgekeurde brandstofcontainer.
- Verwijder de brandstofdop niet en vul geen brandstof bij terwijl de motor draait of heet is.
- Tank niet binnenshuis of in afgesloten ruimtes.
- Plaats na het tanken de gasdop terug en draai deze stevig vast.
- Bewaar het product of de brandstofcontainer niet en tank niet bij in de buurt van open vuur, vonken of waakvlammen, zoals op een boiler of ander apparaat.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Als er brandstof is gemorst, probeer dan niet de motor te starten en vermijd het creëren van een ontstekingsbron totdat de brandstofdampen zijn verdwenen.
- Om brand te helpen voorkomen: houd het product vrij van gras, bladeren of ander vuilophoping; ruim olie- of brandstoflekkages op en verwijder brandstofdoordrenkt afval; laat het product afkoelen voordat u het opbergt.
- Wees extra voorzichtig bij het hanteren van benzine en andere brandstoffen. Ze zijn brandbaar en de dampen zijn explosief.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer brandbaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Laat de motor afkoelen voordat u tankt.
- Vul geen brandstof in de buurt van vonken of open vuur.
- Als er lekken in het brandstofsysteem zijn, start de motor dan niet voordat de lekken zijn gerepareerd.
- Vul niet boven het aanbevolen brandstofniveau. De hitte van de motor en de zon zorgt ervoor dat de brandstof uitzet en de brandstof overloopt als de tank te vol is.
- Bewaar het product en de brandstof op een zodanige manier dat er geen risico is dat brandstoflekkages of dampen schade kunnen veroorzaken.
Vervoerveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig voor het vervoer van het product.
- Het product is zwaar en kan beknellingsletsel veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het op of van een voertuig of aanhangwagen laadt.
- De nationale of lokale regelgeving van een markt kan een limiet stellen aan het transport van het product.
- De bestuurder van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig bevestigen van het product tijdens het transport. Zie "Transport".
Slepen
- Gebruik opritten over de volledige breedte voor het laden en lossen van een product voor transport.
Sleepveiligheid
- Volg de aanbeveling van de fabrikant voor gewichtslimieten voor gesleepte apparatuur en slepen op hellingen.
- Gebruik alleen sleepapparatuur die is goedgekeurd door Husqvarna.
- Gebruik de trekhaak om de apparatuur te bevestigen.
- Zorg ervoor dat er geen andere personen in de buurt van het product zijn wanneer u apparatuur sleept.
- Laat kinderen of anderen niet in of op de gesleepte apparatuur.
- Sleep niet op hellingen of ruw terrein. Het gewicht van de gesleepte apparatuur kan leiden tot verlies van tractie en verlies van controle.
Batterijveiligheid
Een beschadigde batterij kan een explosie veroorzaken en letsel veroorzaken. Als de batterij een vervorming heeft of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna-servicevertegenwoordiger.
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
- Draag een veiligheidsbril als u in de buurt van batterijen bent.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de batterij.
- Houd de batterij buiten bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een ruimte met een goede luchtstroom.
- Houd ontvlambare materialen op een minimale afstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Gooi vervangen batterijen weg. Zie Afvalverwerking.
- Er kunnen explosieve gassen uit de batterij komen. Rook niet in de buurt van de batterij. Houd de batterij uit de buurt van open vuur en vonken.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder de volgende voorwaarden:
- De motor is uit.
- Het product staat op een vlakke ondergrond.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel staat in de stopstand en is verwijderd.
- De messen zijn uitgeschakeld.
- Alle bewegende delen zijn gestopt.
- De ontstekingskabels zijn losgekoppeld van de bougies.
Vloeistof die onder druk ontsnapt, kan voldoende kracht hebben om de huid te penetreren en ernstig letsel te veroorzaken. Als er vloeistof in de huid wordt geïnjecteerd, zoek dan onmiddellijk medische hulp. Houd lichaam en handen uit de buurt van gaatjes of spuitmonden die vloeistof onder hoge druk uitstoten. Als er een lek optreedt, laat het product dan onmiddellijk onderhouden door een opgeleide technicus.
De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en zeer gevaarlijk gas. Laat het product niet draaien in gesloten ruimtes of ruimtes zonder voldoende luchtstroom.
- Houd het product in goede staat. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
Wees voorzichtig bij het onderhouden van messen. Wikkel het/de mes(sen) in of draag handschoenen. Vervang beschadigde messen. Repareer of wijzig mes(sen) niet. - Indien aanwezig, ontkoppel bougiekabel(s) en de negatieve accukabel voordat u reparaties uitvoert.
- Voor de beste prestaties en veiligheid, voer regelmatig onderhoud uit aan het product zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Zie "Onderhoudsschema".
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak de kabels niet aan als de motor aan staat. Voer geen functietest uit op het ontstekingssysteem met uw vingers.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoud uitvoert in de buurt van de motor.
- De messen zijn scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Gebruik windbescherming rond de messen of gebruik beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Start de motor niet als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg ervoor dat alle moeren en bouten correct zijn aangedraaid en dat de apparatuur in goede staat verkeert.
- Wijzig de afstelling van de regulateurs niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg "Technische gegevens" voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd met de apparatuur die door de fabrikant is geleverd of aanbevolen.
Bediening
Voordat u het product bedient, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en te begrijpen.
Het product voor het eerst bedienen
Voordat u het product voor het eerst bedient, moet u dit hoofdstuk lezen en begrijpen.
- Gebruik een lagere gasklepstand en een lagere rijsnelheid wanneer u het product voor het eerst bedient.
- Beweeg de bedieningshendels tijdens de eerste bediening niet naar de volledig voorwaartse of volledig achterwaartse positie.
- Leer hoe u de beweging van het product op een harde ondergrond bedient, bijvoorbeeld beton of asfalt, voordat u het product voor het eerst op een gazon bedient.
Wat u moet doen voordat u het product bedient
Voordat u het product bedient, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en te begrijpen.
Voordat u het product bedient, moet u controleren of er geen stenen of andere voorwerpen in het werkgebied liggen die door de roterende messen kunnen worden weggeslingerd.
- Voer het dagelijkse onderhoud uit. Zie "Onderhoudsschema".
- Zorg ervoor dat er voldoende brandstof in de brandstoftank zit.
- Stel de maaihoogte in. Zie De maaihoogte instellen.
Brandstof vullen
Benzine is zeer brandbaar. Wees voorzichtig en tank buiten, zie "Brandstofveiligheid".
De motor en het uitlaatsysteem worden erg heet tijdens het gebruik. Risico op brandwonden. Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u brandstof in het product vult.
Gebruik de brandstoftank niet als steunvlak.
Een verkeerd type brandstof kan leiden tot schade aan de motor.
De motor draait op benzine met een minimaal octaangetal van 91 RON (87 AKI), niet gemengd met olie. We raden biologisch afbreekbare alkylaatbenzine aan.
- Controleer het brandstofniveau voor elk gebruik en vul bij indien nodig.
- Vul de brandstoftank niet helemaal vol. Vul tot de onderkant van de vulhals van de brandstoftank.
De stoel verstellen
- Til de stoel op en verwijder de stoelverstelknop (A).
- Draai de stoelverstelknop (B) los.
![Husqvarna - Z248F - De stoel verstellen De stoel verstellen]()
- Verplaats de stoel totdat deze in de juiste positie staat.
- Lijn het gat in de stoelplaat voor de stoelverstelknop (A) uit met het gat in de stoel.
- Installeer en draai de stoelverstelknop (A) vast.
- Draai de stoelverstelknop (B) vast.
De stoel inklappen
De stoel kan naar voren worden geklapt om toegang te krijgen tot de accu en de hydrostatische tandwielen.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Duw de stoel naar voren om de stoel naar voren te klappen.
De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
Dit product heeft geen speciale parkeerremhendel. De parkeerrem is geïntegreerd in de 2 bedieningshendels.
- Duw de 2 bedieningshendels tegelijkertijd van de stoel af om de parkeerrem in te schakelen. Raadpleeg "Productoverzicht" voor de locatie van de bedieningshendels.
Opmerking: Het product moet stilstaan wanneer u de parkeerrem inschakelt.
Opmerking: De motor stopt als u de 2 bedieningshendels niet tegelijkertijd van de stoel afduwt.
- Trek de 2 bedieningshendels in de richting van de stoel om de parkeerrem uit te schakelen.
Het aandrijfsysteem ontkoppelen en inschakelen
Ontkoppel of schakel het aandrijfsysteem alleen in wanneer het product op een vlakke ondergrond is geparkeerd.
Als het nodig is om het product met de hand te verplaatsen, met de motor uit, moet het aandrijfsysteem worden ontkoppeld. Het aandrijfsysteem wordt ontkoppeld en ingeschakeld door de bypass-koppeling. De bypass-koppelingen bevinden zich onder de achterste motorbeveiliging.
Volg de onderstaande procedure om het aandrijfsysteem te ontkoppelen.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en zet de motor af.
Laat de motor afkoelen voordat u het aandrijfsysteem ontkoppelt of inschakelt. - Verwijder de contactsleutel.
- Zet het maaidek in de transportstand.
- Zet de bedieningshendels in de neutrale stand.
- Trek de bypass-koppelingen omhoog en uit de sleuven.
![Husqvarna - Z248F - Het aandrijfsysteem ontkoppelen en inschakelen Het aandrijfsysteem ontkoppelen en inschakelen]()
- Schakel het aandrijfsysteem in omgekeerde volgorde in.
Het maaidek in de transportstand of maaihoogte zetten
Het maaidek moet tijdens het transport in de transportstand staan.
- Om het product in de transportstand te zetten, trekt u de maaihoogtehendel in de richting van de stoel en zet u deze in de hoogste maaihoogtepositie.
- Om het product in de maaistand te zetten, stelt u de juiste maaihoogte in. Zie De maaihoogte instellen.
De maaihoogte instellen
- Trek de maaihoogtehendel in de richting van de stoel.
![Husqvarna - Z248F - De maaihoogte instellen De maaihoogte instellen]()
- Stuur de maaihoogtehendel naar de inkeping voor de juiste maaihoogte.
De motor starten
- Ga op de stoel zitten.
- Druk op de PTO button (PTO-knop) om de aandrijving van het maaidek te ontkoppelen.
![]()
- Zet het maaidek in de transportstand. Raadpleeg "Het maaidek in de transportstand of maaihoogte zetten".
- Schakel de parkeerrem in. Raadpleeg "De parkeerrem inschakelen en uitschakelen".
- Verplaats de gasklephendel (A) naar de ½ gasstand.
![Husqvarna - Z248F - De motor starten De motor starten]()
- Als de motor koud is, trekt u de chokehendel (B) omhoog.
- Druk de contactsleutel (C) in en draai deze naar de startpositie.
- Wanneer de motor start, laat u de contactsleutel onmiddellijk los naar de loopstand.
Opmerking: Houd de contactsleutel niet langer dan 5 seconden per keer in de startpositie. Als de motor niet start, wacht u 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Als de motor koud is, duwt u de chokehendel langzaam omlaag.
- Laat de motor 3-5 minuten op ½ gas draaien voordat u vol gas geeft.
- Duw de gasklepbediening naar de volgasstand.
Het product bedienen
- Start de motor. Raadpleeg "De motor starten".
- Schakel de parkeerrem uit. Raadpleeg "De parkeerrem inschakelen en uitschakelen".
- Duw de 2 bedieningshendels voorzichtig naar voren. Het product begint vooruit te bewegen. De voorwaartse snelheid neemt toe naarmate de 2 bedieningshendels verder naar voren worden geduwd.
![Husqvarna - Z248F - Het product bedienen - Stap 1 Het product bedienen - Stap 1]()
- Trek de 2 bedieningshendels voorzichtig naar achteren. Het product begint achteruit te bewegen. De achterwaartse snelheid neemt toe naarmate de 2 bedieningshendels verder naar achteren worden getrokken.
- Zet de 2 bedieningshendels in de neutrale stand om de snelheid te verlagen en het product te stoppen.
- Voer de volgende stappen uit om naar links of rechts te draaien wanneer u in een voorwaartse richting gaat.
- Trek de linker bedieningshendel naar achteren in de richting van de neutrale stand om het product naar links te laten draaien. Hoe meer u de linker bedieningshendel naar achteren trekt, hoe meer het product naar links draait.
![Husqvarna - Z248F - Het product bedienen - Stap 2 Het product bedienen - Stap 2]()
- Trek de rechter bedieningshendel naar achteren in de richting van de neutrale stand om het product naar rechts te laten draaien. Hoe meer u de rechter bedieningshendel naar achteren trekt, hoe meer het product naar rechts draait.
- Trek de linker bedieningshendel naar achteren in de richting van de neutrale stand om het product naar links te laten draaien. Hoe meer u de linker bedieningshendel naar achteren trekt, hoe meer het product naar links draait.
- Voer de volgende stappen uit om een draaicirkel van nul te maken.
- Trek de 2 bedieningshendels naar achteren in de richting van de neutrale stand om de snelheid te verlagen of het product te stoppen.
- Beweeg 1 bedieningshendel iets naar voren en de andere bedieningshendel iets naar achteren om een draaicirkel van nul te maken.
- Laat het maaidek zakken in de maaihoogte. RaadpleegHet maaidek in de transportstand of maaihoogte zetten.
- Trek de PTO button (PTO-knop) omhoog om de aandrijving van de messen in te schakelen.
- Als het nodig is om de maaihoogte tijdens het gebruik aan te passen, raadpleegt u De maaihoogte instellen.
De motor uitzetten
- Beweeg de 2 bedieningshendels naar de neutrale stand om het product te stoppen.
- Schakel de parkeerrem in.
- Duw de PTO button (PTO-knop) omlaag om de aandrijving van de messen uit te schakelen.
- Zet het maaidek in de transportstand.
- Beweeg de gasklepbediening naar de minimale gasklepstand.
- Laat de motor minimaal 1 minuut stationair draaien totdat de motor op de gebruikelijke bedrijfstemperatuur is.
- Draai de contactsleutel naar de stopstand.
- Verwijder de contactsleutel uit het contact wanneer u zich niet in de buurt van het product bevindt.
Een goed maaresultaat behalen
- Voor de beste prestaties, onderhoud het product regelmatig zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Raadpleeg "Onderhoud".
- Maai geen nat gazon. Nat gras kan een slecht maaresultaat geven.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag deze geleidelijk.
- Gebruik vol gas wanneer u het gras maait.
- Beweeg het product met lage snelheid vooruit als het gras hoog en dicht is.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Wanneer u grote oppervlakken maait, beweegt u het product tijdens 1 of 2 rondes rond het werkgebied naar rechts. Deze procedure zorgt ervoor dat de grasafvoer uit de buurt van struiken, hekken en opritten blijft. Na ongeveer 2 rondes rond het werkgebied maait u in de tegenovergestelde richting.
- Wanneer de mulchkit wordt gebruikt, maait u het gras vaker.
- Voor het beste maaresultaat maait u het gras regelmatig.
Onderhoud
Voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, moet u het hoofdstuk over veiligheid lezen en begrijpen.
Onderhoudsschema
* = De instructies worden niet in deze bedieningshandleiding gegeven.
X = De instructies worden in deze bedieningshandleiding gegeven.
O = Raadpleeg de motorhandleiding voor instructies.
Onderhoudsschema voor de bediener
| Onderhoud | Dagelijks onderhoud | Voer minimaal 1 keer per jaar onderhoud uit | Onderhoudsinterval in uren | ||||
| Voor | Na | 25 | 50 | 100 | 300 | ||
| Controleer de parkeerrem. | X | ||||||
| Controleer het niveau van de motorolie. | O | ||||||
| Controleer het veiligheidssysteem. | X | ||||||
| Zorg ervoor dat er geen brandstof- of olielekken zijn van het product. | * | ||||||
| Zorg ervoor dat er geen schade is aan het product. | * | ||||||
| Zorg ervoor dat er geen losse onderdelen zijn. | * | ||||||
| Controleer het maaidek op schade. | * | ||||||
| Controleer het maaidek op afstelling. | X | X | |||||
| Controleer de bandenspanning. | X | X | X | X | X | ||
| Controleer de accuaansluitingen. | X | X | X | X | X | ||
| Controleer de gaskabel. | O | ||||||
| Controleer de zwenkwielen (elke 200 uur). | X | X | |||||
| Controleer de speling van de motorklep.[1] | * | * | |||||
| Reinig de luchtinlaat van de motor.[2] | O | O | |||||
| Reinig de onderkant van het maaidek. | X | ||||||
| Maak schoon rondom de motor. | * | ||||||
| Maak schoon rondom de riemen en de riemschijven. | * | * | * | * | |||
| Controleer de riemen en de riemschijven. | X | X | |||||
| Reinig het schuim voorfilter.[3] | O | O | |||||
| Vervang het schuim voorfilter.[4,5] | O | ||||||
| Reinig de papieren filterpatroon.[6] | O | O | |||||
| Onderzoek de uitlaatdemper en het vonkenvangerscherm. | * | * | * | * | |||
| Start de motor en de messen en luister naar ongewone geluiden. | * | ||||||
| Slijp de messen.[7] | X | X | |||||
| Vervang de messen. | X | X | |||||
| Vervang de bougies. | O | O | |||||
| Vervang de motorolie.[8] | O | O | |||||
| Vervang het motoroliefilter. | O | O | |||||
| Vervang het brandstoffilter. | O | O | |||||
| Vervang het papieren luchtfilter.[9] | O | O | |||||
| Voer de 300-uurs servicebeurt uit.[10] | * | * | |||||
*
1 Moet worden uitgevoerd door een erkend servicebedrijf.
2 In omstandigheden met stof moeten reiniging en vervanging vaker worden uitgevoerd.
3 In omstandigheden met stof moeten reiniging en vervanging vaker worden uitgevoerd.
4 In omstandigheden met stof moeten reiniging en vervanging vaker worden uitgevoerd.
5 Als het product is uitgerust met het schuim voorfilter.
6 In omstandigheden met stof moeten reiniging en vervanging vaker worden uitgevoerd.
7 Moet worden uitgevoerd door een erkend servicebedrijf.
8 Vervang de motorolie na de eerste 8-10 bedrijfsuren. Vervang de motorolie elke 50 uur bij zware belasting of hoge omgevingstemperaturen.
9 In omstandigheden met stof moeten reiniging en vervanging vaker worden uitgevoerd.
10 Moet worden uitgevoerd door een erkend servicebedrijf.
Het product reinigen
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomreiniger. Er kan water in lagers en elektrische verbindingen komen en corrosie veroorzaken, wat schade aan het product veroorzaakt.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder dan het gras of vuil.
- Voordat u met water reinigt, reinigt u met een borstel. Verwijder gras en vuil op en rond de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product schoon te maken. Gebruik geen hoge druk.
- Richt het water niet op elektrische componenten of lagers. Reinigingsmiddel verhoogt meestal de schade.
- Gebruik perslucht om de bovenkant van het maaidek schoon te maken.
- Gebruik een waterslang om onder het maaidek schoon te maken.
- Als het product schoon is, start u het maaidek kort om het resterende water te verwijderen.
De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten die in brandstof of olie zijn gedrenkt op de motor, kunnen het brandgevaar vergroten en het risico dat de motor te heet wordt. Laat de motor afkoelen voordat deze wordt schoongemaakt. Reinig met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandrisico. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water als de uitlaatdemper koud is.
De accu reinigen
Corrosie en vuil op de accu en de terminals kunnen ervoor zorgen dat het vermogen van de accu afneemt.
- Verwijder de accu. Raadpleeg "De accu verwijderen en installeren".
- Spoel de accu met water en laat deze drogen.
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomreiniger. Er kan water in lagers en elektrische verbindingen komen en corrosie veroorzaken, wat schade aan het product veroorzaakt. - Reinig de terminals en de kabeluiteinden van de accukabels met een staalborstel.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een helling met een harde ondergrond.
Opmerking: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
- Schakel de parkeerrem in.
- Als het product begint te bewegen met de parkeerrem ingeschakeld, laat dan een erkend servicebedrijf de parkeerrem afstellen.
- Schakel de parkeerrem uit.
De accu opladen
- Laad de accu op als deze te zwak is om de motor te starten. Raadpleeg "Oplaadtijden accu" voor de oplaadtijden van de accu.
- Gebruik een standaard acculader.
Gebruik geen boostlader of starthulp. Een boostlader of een starthulp veroorzaakt schade aan het elektrische systeem van het product. - Koppel altijd de acculader los voordat u de motor start.
Een noodstart van de motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u startkabels gebruiken om een noodstart uit te voeren. Dit product heeft een 12 V-systeem met negatieve aarde. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12 V-systeem met negatieve aarde hebben.
De startkabels aansluiten
Explosiegevaar vanwege explosief gas dat uit de accu komt. Sluit de negatieve pool van de volledig opgeladen accu niet aan op of in de buurt van de negatieve pool van de zwakke accu.
Gebruik de accu van het product niet om andere voertuigen te starten.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de POSITIEVE accupool (+) op de zwakke accu (A).
![]()
- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de POSITIEVE accupool (+) op de volledig opgeladen accu (B).
Maak geen kortsluiting tussen de uiteinden van de rode kabel en het chassis. - Sluit het ene uiteinde van de zwarte kabel aan op de NEGATIEVE accupool (-) op de volledig opgeladen accu (C).
- Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISAARDE (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
De startkabels verwijderen
Opmerking: Verwijder de startkabels in de omgekeerde volgorde van hoe u ze aansluit.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
De batterij verwijderen en installeren
- Klap de stoel naar voren. Zie "De stoel inklappen".
- Verwijder de bout en de moer van de batterijbeugel en verwijder de batterijbeugel van de batterij.
- Gebruik 2 steeksleutels om de zwarte batterijkabel los te koppelen van de negatieve (–) pool van de batterij.
- Gebruik 2 steeksleutels om de rode batterijkabel los te koppelen van de positieve (+) pool van de batterij.
- Verwijder voorzichtig de batterij uit het product.
- Installeer in omgekeerde volgorde.
De baansnelheid afstellen
Als het product niet recht vooruit beweegt, moet de baansnelheid worden aangepast.
Stel de baansnelheid altijd af in een open ruimte zonder omstanders.
- Controleer de bandenspanning. Zie "Bandenspanning".
- Draai de baanknoppen naar buiten totdat ze gelijk liggen met de moeren. Zie "Productoverzicht" voor de locatie van de baanknoppen.
- Start het product.
- Beweeg de bedieningshendels volledig naar voren en bedien het product op volgas.
- Draai de baanknop aan de rechterkant geleidelijk totdat het product naar rechts begint te bewegen.
- Draai de baanknop aan de linkerkant geleidelijk totdat het product recht vooruit begint te bewegen.
Bandenspanning
Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben. Zie "Technische gegevens"
De voorwielen verwijderen en installeren
- Verwijder de moer en de bout om de voorwielen van de vorken te verwijderen.
- Installeer in omgekeerde volgorde. Draai de moer en bout vast tot 50 ft-lbs / 67,8 Nm.
De antiscalpeerrollen afstellen
De antiscalpeerrollen houden het maaidek in de juiste positie op de grond en voorkomen dat de gazon wordt gescalpeerd in de meeste terreinomstandigheden. De antiscalpeerrollen kunnen in 3 posities worden ingesteld voor verschillende graslengtes:
- Bovenste positie: 1,5–2,5 inch / 38–64 mm gras.
- Middelste positie: 2,5–4 inch / 64–102 mm gras.
- Onderste positie: 4–5 inch / 102–127 mm gras.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en zet de motor uit.
- Verwijder de moer, de bout, de as en de antiscalpeerrol.
![]()
- Installeer de antiscalpeerrol in een van de 3 posities.
Het maaidek kan beschadigd raken als de antiscalpeerrollen onjuist zijn afgesteld. De antiscalpeerrollen moeten ongeveer 1/4 inch / 6,4 mm van de grond verwijderd zijn.
Het parallellisme van het maaidek afstellen
Deze procedure stelt het maaidek in een standaardpositie.
Zorg ervoor dat de bandenspanning correct is. Zie "Bandenspanning".
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Draai de buitenste mespunten om uit te lijnen met de zijkant van het maaidek.
![Husqvarna - Z248F - Het parallellisme van het maaidek afstellen - Stap 1 Het parallellisme van het maaidek afstellen - Stap 1]()
De messen op het maaidek zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken. Gebruik beschermende handschoenen.
- Meet de afstand tussen de grond en de onderkant van de mespunt aan de afvoerkant van het maaidek. Noteer de afstand.
- Meet de afstand tussen de grond en de onderkant van de mespunt aan de kant tegenover de afvoerkant. De afstand moet hetzelfde zijn als de afstand voor de afvoerkant. Als aanpassing noodzakelijk is, past u de 2 voorste bouten aan totdat de 2 afstanden van zijde tot zijde gelijk zijn.
- Draai de 2 buitenste messen om uit te lijnen met de voorkant tot achterkant van het maaidek.
![Husqvarna - Z248F - Het parallellisme van het maaidek afstellen - Stap 3 Het parallellisme van het maaidek afstellen - Stap 3]()
- Stel de 2 achterste moeren af totdat de achterste mespunten 1/8–3/8 inch / 3,2-9,5 mm hoger zijn ingesteld aan de achterkant dan aan de voorste mespunten.
- Meet de afstanden opnieuw om er zeker van te zijn dat het maaidek correct is afgesteld.
De messen controleren
Beschadigde of onjuist uitgebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat een erkende serviceagent u helpen bij het slijpen en balanceren van stompe messen.
- Bekijk de messen om te zien of ze beschadigd zijn en of het nodig is om ze te slijpen.
De messen vervangen
- Verwijder de mesbout.
- Monteer het nieuwe mes met de zijde zonder stempels in de richting van het maaidek.
Een onjuist mes type kan ervoor zorgen dat er voorwerpen uit het maaidek worden geworpen en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen goedgekeurde messen. - Bevestig de mesbout. Draai de bout vast tot 60-81 Nm.
De dekriem verwijderen
Parkeer het product op een vlakke ondergrond en activeer de parkeerrem voordat u deze taak uitvoert.
- Zet het maaidek in de laagste stand.
- Verwijder de 2 riembeschermers.
- Verwijder vuil en ongewenste materialen rond de maaierhuizen en het oppervlak van het maaidek.
- Noteer de positie van de riemgeleider.
- Draai de moer op de riemgeleider los.
- Duw de spanarm naar binnen om de spanning op de dekriem te verminderen en verwijder de dekriem voorzichtig van de riemschijven.
- Verwijder de dekriem van de elektrische koppeling op de motoras.
De dekriem installeren
- Plaats de dekriem rond de elektrische koppelingsschijf op de motoras.
- Plaats de dekriem rond de riemschijven op het maaidek.
Opmerking: Raadpleeg de routingsticker op het maaidek wanneer u de dekriem installeert.
- Duw de spanarm naar binnen totdat u de dekriem rond de stationaire spanrol kunt plaatsen en houd deze daar vast.
- Plaats de dekriem voorzichtig rond de stationaire spanrol en laat de spanarm langzaam terug in positie zakken.
- Zorg ervoor dat de riemgeleiding overeenkomt met de riemgeleiding die wordt weergegeven op de riemgeleidingssticker.
- Zorg ervoor dat de dekriem niet is gedraaid.
- Plaats de riemgeleider in de juiste positie en draai de moer vast.
Opmerking: Raadpleeg de notitie die u hebt gemaakt toen u de riemgeleider verwijderde.
- Installeer de 2 riembeschermers.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en zet de motor uit.
- Trek het bedieningskussen open om toegang te krijgen tot de motor.
- Draai de peilstok los en trek hem eruit.
- Reinig de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok in het gat voor de peilstok en draai hem vast.
- Draai de peilstok los en trek hem eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil moet zich tussen de markeringen op de peilstok bevinden. Als het peil in de buurt van de ADD-markering ligt, vul dan olie bij tot de FULL-markering.
- Vul de olie bij via het gat voor de peilstok. Vul de olie langzaam bij.
Opmerking: Raadpleeg "Technische gegevens" voor de soorten motorolie die Husqvarna aanbeveelt. Meng geen verschillende soorten olie.
- Draai de peilstok volledig vast voordat u de motor start.
De motorolie vervangen
Als de motor koud is, start de motor dan 1–2 minuten voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en sneller afgetapt.
Laat de motor niet langer dan 1–2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt erg heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.
Als u motorolie op uw lichaam morst, reinig dan met water en zeep.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en zet de motor uit.
- Activeer de parkeerrem. Zie De parkeerrem activeren en deactiveren.
- Verwijder al het vuil rond de dop van de olietank.
- Verwijder de dop van de olietank en de peilstok.
- Installeer de olieaftapbuis (A) op de olieaftapkraan (B).
![Husqvarna - Z248F - De motorolie vervangen De motorolie vervangen]()
- Plaats een container onder de motor om de motorolie op te vangen.
- Draai de olieaftapkraan tegen de klok in om de olieaftapkraan te openen. Gebruik een steeksleutel van 10 mm.
- Als alle motorolie is afgetapt, draait u de olieaftapkraan met de klok mee om deze te sluiten. Gebruik een steeksleutel van 10 mm.
- Gebruik de steeksleutel van 10 mm om de olieaftapkraan voorzichtig dicht te draaien. Draai niet te vast aan.
Oefen niet te veel kracht uit bij het vastdraaien van de olieaftapkraan. - Verwijder de olieaftapbuis van de olieaftapkraan.
- Vul met nieuwe olie en controleer het motoroliepeil. Zie Het motoroliepeil controleren.
- Installeer de dop van de olietank en de peilstok.
Opmerking: Raadpleeg "Afvalverwerking" voor een veilige verwijdering van gebruikte motorolie.
Smering, algemene informatie
- Verwijder de contactsleutel om onbedoelde bewegingen tijdens het smeren te voorkomen.
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
- Gebruik olie wanneer u smeert met een oliekan.
- Wanneer u smeert met vet, gebruik dan een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder ongewenst vet na het smeren.
- Smeer 2 keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Mors geen smeermiddel op de aandrijfriemen of de groeven van de riemschijven. Als u morst, reinig dan met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de riemschijf niet voldoende is nadat u met alcohol hebt gereinigd, vervang dan de aandrijfriem.
Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen.
Smeerschema

| Zie | Smering | Interval | |||
| Dagelijks | Elke 25 uur | Elke 50 uur | Elke 200 uur | ||
| A | Smeer de smeernippel op de scharnieras met een vetspuit. | X | |||
| B | Controleer het oliepeil. | X | |||
| C | Vervang het oliefilter. | X | |||
Gebruik altijd vet van goede kwaliteit. Gebruik altijd de aanbevolen olie, zie "Technische gegevens".
De voorwielen smeren
- Smeer de nippel (A) met een vetspuit totdat er vet uit de bovenste ring komt.
- Smeer het scharnierlager van de voorwielen (B) met een vetspuit totdat er vet uit komt.
Probleemoplossing
Probleemoplossingsschema
Als u geen oplossing voor uw problemen kunt vinden in deze bedieningshandleiding, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicevertegenwoordiger.
| Probleem | Oorzaak |
| Motor start niet. | De aandrijving van de messen is ingeschakeld. Raadpleeg de PTO-knop (Power TakeOff). |
| De bedieningshendels zijn niet in de buitenste stand vergrendeld. | |
| De accu is te zwak. Zie De accu opladen. | |
| Er zit vuil in de carburateur of de brandstofleiding. | |
| De brandstofafsluiter is gesloten of in de verkeerde stand. | |
| Het brandstoffilter of de brandstofleiding is verstopt. | |
| Het ontstekingssysteem is beschadigd. | |
| De startmotor draait de motor niet rond. | De accu is te zwak. Zie De accu opladen. |
| De verbinding bij de kabelconnectoren op de accupolen is slecht. Zie "De accu reinigen". | |
| Er is een zekering doorgebrand. Zie "Zekeringen". | |
| De OPC werkt niet correct. Zie Operator Presence Control (OPC). | |
| De motor loopt niet soepel. | De carburateur is verkeerd afgesteld. |
| Het brandstoffilter of de brandstofsproeier is verstopt. | |
| De gashandel staat in de stand Koude start. | |
| De terugslagklep op de brandstoftankdop is verstopt. | |
| De brandstoftank is bijna leeg. | |
| De bougie is beschadigd. | |
| Verkeerde brandstofmengsel of brandstoftype. | |
| Er zit water in de brandstof. | |
| Het luchtfilter is verstopt. | |
| De motor heeft blijkbaar geen vermogen. | Het luchtfilter is verstopt. |
| De bougie is beschadigd. | |
| De carburateur is verkeerd afgesteld. | |
| Er zit lucht in het hydraulisch systeem. | |
| Er is trilling in het product. | De messen zitten los. Zie De messen controleren. |
| Een of meer messen zijn niet in balans. Zie De messen controleren. | |
| De motor zit los. | |
| De motor wordt te heet. | Het luchtfilter of de koelribben zijn verstopt. |
| Er is overbelasting in de motor. | |
| De luchtstroom rond de motor is niet voldoende. | |
| De regelaar van het motortoerental is beschadigd. | |
| Het oliepeil is te laag. | |
| Er zit vuil in de brandstofleiding. | |
| De bougie is beschadigd. | |
| De accu laadt niet op. | De verbinding bij de kabelconnectoren op de accupolen is slecht. Zie "De accu reinigen". |
| De laadkabel is losgekoppeld. | |
| Het product beweegt langzaam, met een onregelmatige snelheid of helemaal niet. | De bypass-koppelingen zijn ingeschakeld. |
| De aandrijfriem op de transmissie zit los of is beschadigd. | |
| Er zit lucht in het hydraulisch systeem. | |
| De aandrijving van de messen schakelt niet in. | De aandrijfriem op het maaidek zit los. |
| Het contact van de elektromagnetische koppeling zit los. | |
| De aandrijving van het mes is beschadigd of zit los van de kabelconnectoren. | |
| Er is een zekering doorgebrand. | |
| De transaxle lekt olie. | De afdichtingen, behuizing of pakkingen zijn beschadigd. |
| Er zit lucht in het hydraulisch systeem. | |
| Het snijresultaat is onbevredigend. | De bandenspanning is verschillend aan de rechter- en linkerzijde. Zie "Bandenspanning". |
| De messen zijn beschadigd. | |
| De ophanging van het maaidek is niet waterpas. | |
| De messen zijn bot. Zie "De messen controleren". | |
| Het product wordt met een te hoge voorwaartse of achterwaartse snelheid bediend. Zie "Voor een goed snijresultaat". | |
| Het gras is lang. Zie "Voor een goed snijresultaat". | |
| Er is grasverstopping in het maaidek. Zie "Het product reinigen". |
Transport, opslag en verwijdering
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel veroorzaken door beknelling. Wees voorzichtig wanneer u het op een voertuig of aanhanger laadt of eraf haalt.
- Laad het product achterwaarts op goedgekeurde oprijplaten met een maximale werkhoek van 10°. Til het product niet op.
- Gebruik een goedgekeurde aanhanger voor het transport van het product.
- Zorg ervoor dat u de lokale verkeersregels kent voordat u het product in een aanhanger of op de weg vervoert.
- Stop de brandstoftoevoer van het product.
- Vergrendel het product met goedgekeurde apparaten, zoals riemen. Gebruik sjorpunten op het product. De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens het transport te vergrendelen.
Het product slepen
Voordat u het product sleept, moet u het veiligheidshoofdstuk lezen en begrijpen. Zie "Veilig slepen".
- Wees voorzichtig wanneer u het product sleept.
- Bedien het product langzaam wanneer u het product sleept.
- De remafstand wordt groter wanneer u het product sleept. Zorg ervoor dat u de snelheid op tijd verlaagt.
- Maak voor een veilige bediening ruime bochten.
- Sleep niet in de buurt van greppels, open water en andere gevaarlijke gebieden.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het einde van het seizoen en voor meer dan 30 dagen opslag. Als u 30 dagen of langer brandstof in de brandstoftank bewaart, kunnen plakkerige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de motorfunctie.
Voeg een stabilisator toe om plakkerige deeltjes tijdens de opslag te voorkomen. Als alkylaatbenzine wordt gebruikt, is een stabilisator niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, stap dan niet over op alkylaatbenzine. Dit kan ervoor zorgen dat gevoelige rubberen onderdelen hard worden. Voeg stabilisator toe aan de brandstof in de tank of in de container die voor opslag wordt gebruikt. Gebruik altijd de mengverhoudingen die door de fabrikant worden gegeven. Voeg de stabilisator toe en laat de motor minimaal 10 minuten draaien, totdat de brandstof in de carburateur stroomt.
Bewaar het product met brandstof in de tank niet in een ruimte binnenshuis of op locaties met een slechte luchtstroom. Brandgevaar als brandstofdampen in de buurt komen van open vuur, vonken of controlelampjes in bijvoorbeeld boilers, warmwatertanks en wasdrogers.
Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het brandrisico te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u het opbergt.
- Reinig het product, zie "Het product reinigen".
- Verwijder ongewenste materialen van de koelventilator.
- Repareer lakschade om corrosie te voorkomen.
- Onderzoek het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai losse schroeven en moeren vast.
- Verwijder de accu. Maak deze schoon, laad hem op en houd hem koel tijdens de opslag.
- Vervang de motorolie en gooi de afgewerkte olie weg.
- Maak de brandstoftank leeg. Start de motor en laat hem draaien totdat er geen brandstof meer in de carburateur zit.
Opmerking: Maak de brandstoftank en carburateur niet leeg als er een stabilisator is toegevoegd.
- Verwijder de bougies en doe ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras handmatig om de olie aan te brengen en plaats de bougies terug.
- Smeer alle smeernippels, verbindingen en assen.
- Bewaar het product in een schone en droge ruimte en leg er een afdekking op voor meer bescherming.
Verwijdering
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet op de grond worden weggegooid. Gooi gebruikte chemicaliën altijd weg bij een servicecentrum of een geschikte afvoerlocatie.
- Wanneer het product versleten is, stuur het dan naar de dealer of naar een geschikte recyclinglocatie.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen een negatief effect hebben op het milieu. Houd u aan de plaatselijke recyclingvereisten en toepasselijke voorschriften.
- Gooi de accu niet bij het huisvuil.
- Stuur de accu naar een Husqvarna-servicevertegenwoordiger of gooi hem weg op een afvoerlocatie voor gebruikte accu's.
Technische gegevens
| Z248F | |||
| Motor | |||
| Merk / Model | Kawasaki/FR730V | ||
| Nominaal motorvermogen, pk / kW[8] | 24 / 17.9 | ||
| Cilinderinhoud, cm3 | 726 | ||
| Max. motortoerental, rpm | 3500 ± 100 | ||
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij, max. 10% ethanol, max. 15% MTBE | 87 | ||
| Tankinhoud, gallons / l | 3.5 / 13.3 | ||
| Olie | Klasse SF, SG, SH, SJ of SL SAE40, SAE30, SAE20W-50, SAE10W-40, SAE10W-30, SAE5W-20 | ||
| Olievolume, incl. filter, oz. / l | 70.4 / 2.1 | ||
| Olievolume, excl. filter, oz. / l | 60.8 / 1.8 | ||
| Smeersysteem | Druk met oliefilter | ||
| Koelsysteem | Luchtgekoeld | ||
| Luchtfilter | Standaard | ||
| Dynamo, V. amp. @ 3600 rpm | 12 V 15 amp @ 3600 rpm | ||
| Startmotor | Elektrische start 12 V | ||
| Afmetingen | |||
| Lengte, in. / cm | 75 / 191 | ||
| Breedte, in. / cm | 43.75 / 111 | ||
| Breedte inclusief opstaande uitworp, in. / cm | 50 / 127 | ||
| Breedte inclusief neerwaartse uitworp, in. / cm | 60 / 152.4 | ||
| Hoogte, mm | 40 / 102 | ||
| Gewicht, met lege tanks, lb / kg | 581 / 263.5 | ||
| Max. helling, graden ° | 10 | ||
| Snijbreedte, in. / cm | 48 / 122 | ||
| Snijhoogte, in. / cm | 1.5 - 4 / 3.8 - 10.2 | ||
| Maaidek | |||
| Dekconstructie | Vervaardigd | ||
| Aantal messen | 3 | ||
| Lengte mes, in. / cm | 16.5 / 41.9 | ||
| Mesaanschakeling | Elektromagnetische koppeling | ||
| Productiviteit, acres/h / m2/h | 2.5 / 10.117,1 | ||
| Banden | |||
| Bandenspanning, achter – voor, kPa / PSI / bar | 103 / 15 / 1 | ||
| Voorste zwenkbanden, in. | 11 x 6-5 | ||
| Achterbanden, gazon pneumatisch, in. | 18 x 9.5-8 | ||
| Anti-scalpeerrol | 3 verstelbaar | ||
| Transmissie | |||
| Transmissie | Hydrostatische transaxles | ||
| Besturing | Dubbele hendels, met schuimgreep | ||
| Maximale snelheid vooruit, mph / kmh | 6.5 / 10.5 | ||
| Maximale snelheid achteruit, mph / kmh | 3.5 / 5.6 | ||
| Remmen | Mechanische parkeerrem | ||
| Elektrisch systeem | |||
| Type | 12 V | ||
| Accu | 28 A | ||
| Bougie | NGK BPR4ES | ||
| Elektrodeafstand, in. / mm | 0.030 / 0.76 | ||
| Aanhaalmoment bougie, lb-ft / Nm | 16 / 22 | ||
Oplaadtijden van de accu
| STD-accu | Laadtoestand | Geschatte oplaadtijd tot volledige lading bij 80°F / 26°C[12] | |||
| Maximale snelheid bij: | |||||
| 50 ampère | 30 ampère | 20 ampère | 10 ampère | ||
| 12.6 V | 100% | Volledig opgeladen | |||
| 12.4 V | 75% | 20 min | 35 min | 48 min | 90 min |
| 12.2 V | 50% | 45 min | 75 min | 95 min | 180 min |
| 12.0 V | 25% | 65 min | 115 min | 145 min | 280 min |
| 11.8 V | 0% | 85 min | 150 min | 195 min | 370 min |
11 Het vermogen zoals aangegeven door de motorfabrikant is het gemiddelde bruto vermogen bij het gespecificeerde toerental van een typische productiemotor voor het motormodel, gemeten met behulp van SAE-normen voor bruto motorvermogen. Raadpleeg de motorspecificaties van de motorfabrikant.
12 De oplaadtijd van de accu kan verschillen vanwege de accucapaciteit, de toestand, de leeftijd, de temperatuur en de efficiëntie van de oplader.
Service
Laat jaarlijks een controle uitvoeren bij een erkend servicecentrum om ervoor te zorgen dat het product veilig en optimaal functioneert tijdens het hoogseizoen. De beste tijd om het product te laten onderhouden of reviseren is in het laagseizoen.
Wanneer u een bestelling voor de reserveonderdelen verzendt, geef dan informatie over het aankoopjaar, het model, het type en het serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Elektrisch schema


Download handleiding
Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.
Download Husqvarna Z248F - Handleiding Zero-Turn Grasmaaier










































