Stroombegrenzing
De stroombegrenzing gebruikt de RMS stroom die
door de gebruiker wordt ingevoerd. Wanneer een
zone overgaat van 0,0% naar een gevraagd
vermogen dat groter is dan 0,0%, verhoogt de
software het uitgangsvermogen stapsgewijs met
0,1% per wisselstroomcyclus totdat een
stroombegrenzing gedetecteerd wordt. De software
gaat door met het stapsgewijs verhogen resp.
verlagen met 0,1% per wisselstroomcyclus,
gebaseerd op de stroombegrenzing, totdat het
doelvermogen bereikt is. Tijdens normaal bedrijf
(nadat het oorspronkelijk ingestelde doelvermogen
bereikt is) leidt een gedetecteerde
stroombegrenzing tot stapsgewijze verlaging met
0,1% vermogen per wisselstroomcyclus totdat de
stroombegrenzing niet langer actief is. De software
gaat door met het stapsgewijs verhogen resp.
verlagen met 0,1% per wisselstroomcyclus,
gebaseerd op de stroombegrenzing, totdat het
doelvermogen opnieuw bereikt wordt.
Stroombegrenzing is beschikbaar op typen die uitgerust
zijn met elementdiagnosesoftware,
(P_ _ 1 - _ _ _ _ - _ _ _ _ ).
Stroombegrenzing is niet beschikbaar op 3-fasige 2-benige
uitvoeringen.
Stroombegrenzing blijft beschikbaar tijdens bedrijf met
fasehoekregeling.
Instellen van inductieve belasting
De stroom fasehoekregeling Belasting. Deze functie wordt
gebruikt voor de verbetering van de stroommeting bij
fasehoekaansturing over een transformator of andere
inductieve belasting.
De instelling moet uitgevoerd wordenn met een echte
RMS stroommeter bij actieve fasehoekregeling met een
gevraagd vermogen van 5 tot 50% in de bedoelde zone.
Opmerking: Wanneer men een inductieve belasting vraagt terwijl
de belasting niet langer inductief is, is de stroomuitlezing niet
accuraat. Gebruik de parameter [`Clr] in de [Indf] prompt
voor het verwijderen van de inductieve factor.
Watlow Power Series
Setuppagina:
• Ga naar de setuppagina door de toetsen ±¬ twee
seconden ingedrukt te houden.
[ a lgo]
• Wanneer het display
[ ` set]
[ O pt1]
wordt weergegeven.
[ ` set]
[`Off]
Druk op ® totdat
[`CLi]
Gebruik de ÓÎ toetsen om de stroombegrenzing in te
schakelen.
• Druk op ® totdat [Cl`a] in het onderste display
verschijnt. Met de ÓÎ toetsen kunt u de richtwaarde
instellen voor de gewenste stroombegrenzing.
Opmerking: Herhaal deze procedure voor elke zone die u wilt
configureren.
Figuur 5.5 — Stroombegrenzing.
Setuppagina
• Ga naar de setuppagina door de toetsen ±¬ twee
seconden ingedrukt te houden.
[ a lgo]
• Wanneer het display
[ ` set]
[ O pt1]
wordt weergegeven.
[ ` set]
Druk op ® totdat
[idle]
[Indf]
Met de ÓÎ toetsen kunt u in het bovenste display
[`req] selecteren.
• Druk op ® totdat [1CuR] in het onderste display
verschijnt. De bovenste display geeft de door het
systeem berekende stroom aan zonder de inductieve
factor. U kunt de werkelijke door een echte RMS meter
gemeten stroom uitlezen; gebruik de ÓÎ toetsen totdat
deze waarde wordt weergegeven.
• Druk op ¬ totdat [Indf] in het onderste display
verschijnt. Met de ÓÎ toetsen kunt u in het bovenste
display [`ACt] selecteren. Na vijf seconden geeft de
prompt [idle] aan als de instelling geslaagd is en
[`Err] bij een foutconditie.
• Selecteer [`Clr] om terug te keren naar gebruik
zonder inductieve belastingsfactor.
Besturingsmethoden en -functies
aangeeft, druk dan op Î totdat
wordt weergegeven.
aangeeft, druk dan op Î totdat
wordt weergegeven.
5. 5