Storingen opheffen
Alle units
Indicatie
Mogelijke oorzaak
Geen led-
• Geen voeding op spanningsregelaar.
display
• Display niet correct geplaatst.
• Verbogen of gebroken pennen.
• Unit functioneert niet of slecht.
Display
• Systeemfout
geblokkeerd
• Systeemfout (probleem niet gevonden)
• Systeemfout niet weergegeven
• Alarm
• Alarm (probleem niet gevonden)
Element werkt
• Element of voedingskabel is niet
niet
aangesloten.
• Zekering defect.
• [`set] > [algo] is ingesteld op [`OFF].
• Foutieve invoerbedrading.
• Netstroom niet aangesloten of
uitgeschakeld of te lage spanning.
Spanningsregelaar geeft aan [`alr]
[line] (Line Loss Alarm).
• Interne storing (hoofdprintplaat, open
thryristor, poortschakeling buiten
werking, ader aan voeding en <LM>
aansluiting, printplaat voedings- en
netspanningsmonitor niet correct op
thyristor geplaatst).
Element
• Invoerspanning netvoeding te laag.
werkt slechts
gedeeltelijk
Geheel of
• Kortgesloten thyristor.
gedeeltelijk
oncontroleer-
baar
verwarming.
I
A. 2
Bijlage
Correctie
• Zorg dat de unit aangesloten en de voeding
ingeschakeld is.
• Zorg dat het display vlak gemonteerd is.
• Maak het display los en controleer de aansluitpennen;
zo nodig repareren of vervangen.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Noteer de fout en probeer de oorzaak van de fout te
vinden.
• Noteer de fout en schakel de spanningsregelaar
vervolgens aan en uit. Kunt u het probleem niet
oplossen, neem dan voor technische assistentie contact
op met de fabriek.
• Schakel de spanningsregelaar aan en uit. Kunt u het
probleem niet oplossen, neem dan voor technische
assistentie contact op met de fabriek of stuur de unit
voor reparatie naar de fabriek terug.
• Noteer het alarm en probeer de oorzaak van het alarm
te vinden.
• Noteer het alarm en schakel de spanningsregelaar
vervolgens aan en uit. Kunt u het probleem niet
oplossen, neem dan voor technische assistentie contact
op met de fabriek.
• Controleer de voeding of de voedingskabel; sluit deze
zo nodig aan.
• Controleer de zekeringen en vervang deze zo nodig.
• Selecteer het correcte rekenschema voor
vermogensregeling.
• Controleer de invoerbedrading en zorg dat deze correct
aangesloten is. (zie pagina 4 en 5 voor bedrading). U
kunt de invoer controleren met de [In``] parameter
in de displayprogrammalus. Voer een test uit met het
toetsenpaneel door de uitvoer met % te verhogen en de
temperatuur te controleren. Wees voorzichting voor
oververhitting van de systeemdelen.
• Zorg dat de netvoeding is aangesloten en op de juiste
spanning staat.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Zorg dat de netvoeding is aangesloten en op de juiste
spanning staat.
• Stuur de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
• Wanneer op de spanningsregelaar diagnosesoftware
voor elementen geïnstalleerd is, veroorzaakt een
kortgesloten thryristor een foutconditie waardoor de
overige goede thyristors uitgeschakeld worden. Stuur
de unit voor reparatie terug naar de fabriek.
Wanneer op de spanningsregelaar geen
diagnosesoftware voor elementen geïnstalleerd is,
terwijl het uitgangsvermogen (%) [`Out] [``)0]
aangeeft en er voeding op het element staat, is de
thyristor kortgesloten; stuur de unit voor reparatie
terug naar de fabriek.
Watlow Power Series