Storingen opheffen bij alarmsignalen en foutcondities
Alarm / Foutconditie
[`err] Foutconditie
[shrt] 'Onjuiste
systeemconfiguratie'
[ ` err]
Foutconditie 'Defect
analoog-naar-digitaal'
[``Ad]
[`err]
Foutconditie
'Controlegetal'
[`Che]
[`err]
Foutconditie
'Ram-geheugen'
[ram]
[`err]
Foutconditie
'Te
hoge temperatuur'
[``Ot]
[`err] Foutconditie 'Halve
[HCyl]
cyclus leidingverlies'
[`err]
Foutconditie
'Fasedraaiing'
[p | rOt]
Controleren en vervangen van zekeringen
Zorg dat alle hoogspanning uitgeschakeld is. Schuif de
dekplaat van de zekeringen naar beneden. Meet met
gebruikmaking van een weerstandsmeter de gelijkstroom-
weerstand van de zekering om te bepalen of deze open is.
(Typische gelijkstroomweerstand is minder dan 1 ohm.)
Als de zekering open is, vervang deze dan door het
verwijderen van de oude zekering met gebruikmaking van
een 13mm (.5 in.) socket en een kruiskopschroevendraaier
nr. 3. Laat de borgringen niet van de bouten vallen. Als ze
in de kast gevallen zijn, schud ze er dan voorzichtig uit.
De bout heeft twee borgringen. De onderste machineschroef
heeft twee of drie borgringen afhankelijk van de
afmetingen van de thyristor in de unit. Het is van belang
dat de borgringen in dezelfde volgorde worden
teruggeplaatst als die waarin zij verwijderd werden.
Zorg dat u de zekering zo plaatst dat de richting ervan
overeenkomt met de afbeelding die afgedrukt op de
printplaat.
Nadat u de nieuwe zekering (Ferraz, Bussman...) in de unit
geplaatst hebt, spant u de bout aan tot 4,95 Nm. De schroef
als volgt: Uitvoeringen PXX-F20X-XXXX en PXX-N20X-
XXXX aanspannen tot 2,93 Nm. Uitvoeringen PXX-F25X-
XXXX, PXX-N25X-XXXX, PXX-F30X-XXXX en PXX-N30X-
XXXX aanspannen tot 4,95 Nm. Sluit de afdekplaat voor de
zekeringen. Wanneer de unit van de wand genomen is, moet
u het de opnieuw aansluiten van de draden rekening
houden met alle aanspanningsspecificaties. De unit is nu
klaar om weer in bedrijf gesteld te worden. U kunt de
voeding voor de spanningsregelaar en de aansluitingen van
lijn/belasting weer inschakelen.
I
A .6
Bijlage
Eventuele alarm- of foutcondities
Foutconditie 'Ongeldige hardwareconfiguratie'.
Foutconditie 'Defect analoog-naar-digitaal'.
Foutconditie 'Ongeldig controlegetal in niet-vluchtig geheugen'.
Deze foutconditie doet zich voor bij detectie van een defect Ram-geheugen.
Foutconditie treedt op wanneer de temperatuur van het koelblok hoger is dan de standaard
uitschakeltemperatuur [`sdÇ].
Foutconditie treedt op wanner een belastingverlies van een halve cyclus gedetecteerd wordt
gedurende vijf achtereenvolgens herhaalde zonestartpogingen.
Foutconditie treedt op bij een driefasig systeem met een [3L`d] belasting onder
fasehoekregeling wanneer de fasemodulatie niet correct is.
(vervolg)
Power Series
Solid State Power Control
Figuur A.6 — Plaats zekeringen
Afdekplaat voor
zekeringen
Watlow Power Series