6. Controleren of de op het apparaat weergegeven waarden voor
Resultaat
Er is een pulsoxymetriesensor is aangesloten.
6.9.2 Pulsoxymetrie-monitoring uitvoeren
Voorwaarde
•
•
•
1. Bij verkeerde patiëntengroep: andere patiëntengroep kiezen
2. Indien nodig: met functietoets Monitor de Monitor-modus
3. Indien nodig: met weergavetoets
•
De pulsoxymetriesensor moet om de 4 uur worden
gecontroleerd en indien nodig opnieuw worden
gepositioneerd.
•
Bij verandering van de huid moet de pulsoxymetriesensor
opnieuw worden gepositioneerd.
de zuurstofsaturatie aannemelijk zijn.
Het apparaat is ingeschakeld
pagina
122).
Er is een patiëntengroep gekozen
kiezen", pagina
124).
Er is een pulsoxymetriesensor aangesloten
"6.9.1 Pulsoxymetrie-monitoring voorbereiden", pagina
(zie "6.4 Patiëntengroep kiezen", pagina
kiezen.
parameterweergave en curveweergave.
(zie "6.1 Apparaat inschakelen",
(zie "6.4 Patiëntengroep
124).
omschakelen tussen
MEDUCORE Standard
6 Bediening
(zie
164).
2
NL
169