Storingen in comfort
In de meeste gevallen merkt de F130 een storing op (een
storing kan leiden tot een verstoring van het comfort) en
geeft dit met alarmen en aanwijzingen voor actie aan op het
display.
Infomenu
Alle meetwaarden van de warmtepomp zijn samengebracht
onder menu 3.1 in het menusysteem van de warmtepomp.
Vaak vindt u de oorzaak van de storing een stuk eenvoudiger
door even naar de waarden in dit menu te kijken. Zie het
helpmenu of de gebruikershandleiding voor meer informatie
over menu 3.1.
Alarm beheren
alarm 291
laadpomp
alarm resetten
nee
In geval van een alarm is er een storing opgetreden, die
wordt aangegeven door een alarmsymbool op het display.
ALARM
In geval van een alarm is er een storing opgetreden, die de
F130 niet zelf kan verhelpen. Op het display ziet u wat voor
soort alarm het is en kunt u het alarm resetten.
alarm resetten Veelal is het voldoende om "alarm resetten"
te selecteren om het probleem dat het alarm heeft veroor-
zaakt, te herstellen. Als de oorzaak van het alarm blijft be-
staan, verschijnt het alarm opnieuw. Als het alarm verdwijnt
en zich vervolgens herhaalt, zie dan het hoofdstuk over het
oplossen van problemen (pagina 32).
Problemen oplossen
Indien de bedrijfsstoring niet wordt weergegeven op het
display, kunt u de volgende adviezen opvolgen:
BASISHANDELINGEN
Controleer eerst de volgende zaken:
•
Controleren of de voedingskabel is aangesloten op de
F130.
•
Groeps- en hoofdzekeringen van de woning.
•
De aardlekschakelaar van de woning.
32
Hoofdstuk 9 | Storingen in comfort
ja
LAGE WARMTAPWATERTEMPERATUUR OF
GEBREK AAN WARMTAPWATER
•
Groot warmtapwaterverbruik.
–
Wacht totdat het warmtapwater is verwarmd. U kunt
een tijdelijk vergrote warmtapwatercapaciteit (tijdelijk
in luxe) activeren in menu 2.1.
•
Te lage warmtapwaterinstelling.
–
Open menu 2.2 - "comfortstand" en selecteer een hogere
comfortstand.
•
Filter verstopt (installatie met omgevingslucht)
–
Reinig of vervang het filter.
•
Geringe of geen ventilatie (afvoerluchtinstallatie)
–
Zie de sectie "Geringe of geen ventilatie".
WEINIG OF GEEN VENTILATIE
(AFVOERLUCHTINSTALLATIE)
•
Filter (HQ12) verstopt.
–
Reinig of vervang het filter.
•
De ventilatie is niet ingeregeld.
–
Vraag om/implementeer ventilatie-inregeling.
•
Afvoerluchtapparaat geblokkeerd of te veel gesmoord.
–
Controleer en reinig de afvoerluchtinstallaties.
•
Ventilatorsnelheid in verminderde modus.
–
Open menu 1 - "ventilatie" en selecteer "normaal"
HOGE OF STORENDE VENTILATIE
(AFVOERLUCHTINSTALLATIE)
•
Filter (HQ12) verstopt.
–
Reinig of vervang het filter.
•
De ventilatie is niet ingeregeld.
–
Vraag om/implementeer ventilatie-inregeling.
•
Ventilatorsnelheid in gedwongen modus.
–
Open menu 1 - "ventilatie" en selecteer "normaal"
DE COMPRESSOR START NIET
•
Er is geen vraag naar warmtapwater.
–
De warmtepomp vraagt niet om warmtapwater.
•
De warmtepomp ontdooit.
–
De compressor start, als ontdooien klaar is.
BORRELEND GELUID
•
Niet genoeg water in het waterslot.
–
Vul het waterslot bij met water.
•
Gesmoord waterslot.
–
Controleer de condenswaterslang en stel deze af.
NIBE F130