Modes van de finisher
De Finisher-W1 en Rugnieteenheid-W2 bieden de volgende afwerkinstellingen.
VOORZICHTIG
• Plaats geen andere voorwerpen dat uitgevoerd papier in de bladen van de finisher. U
voorkomt hiermee de kans op beschadiging van de bladen.
• Plaats geen voorwerpen onder de bladen van de finisher, omdat dit de bladen kan
beschadigen.
3
BELANGRIJK
De volgende typen papier worden uitgevoerd naar het middelste opvangblad van de machine en niet
naar het opvangblad van de finisher:
- 320 mm x 450 mm (SRA3) papier, transparanten, etiketten, calqueerpapier, tabbladpapier, Washi
(Japans papier) en enveloppen.
OPMERKING
Als de Sorteren of Groeperen mode is ingesteld, bewegen de opvangbladen omlaag terwijl de stapel
papier toeneemt in aantal en dikte. Zodra het uitvoerblad de max. capaciteit heeft bereikt, worden de
volgende afdrukken automatisch via het volgende beschikbare blad uitgevoerd. Indien alle beschikbare
bladen de max. capaciteit hebben bereikt, stopt het afdrukken tijdelijk. Verwijder al het uitgevoerde
papier van de bladen. De bladen bewegen weer omhoog en het afdrukken wordt hervat.
Sorteren mode
De afdrukken worden automatisch per set en op paginavolgorde gerangschikt. De sets met gesorteerde
afdrukken kunnen worden verschoven door op [Verschuiven] te drukken.
Groeperen mode
Alle afdrukken van hetzelfde origineel worden gegroepeerd. De sets met gegroepeerde afdrukken
kunnen worden verschoven door op [Verschuiven] te drukken.
3-24
Finisher-W1/Rugnieteenheid-W2/Ponseenheid-AG1