1
Druk op
[Standaard instellingen]
2
Selecteer de functie waar u bladen A, B en C aan wilt toewijzen
op [OK].
De optionele Rugnieteenheid-W2 is aangesloten.
[Kopiëren] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten.
Voor de CLC5151/CLC4040:
[Printer] verschijnt alleen als de optionele Kleuren Netwerk Printereenheid is geïnstalleerd.
[Ontvangen] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten en de Kleuren Universele Verzendkit is ingeschakeld.
[Fax] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten en de Super G3 Faxkaart is geïnstalleerd.
[Ontvangen/Fax] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten, de Kleuren Universele Verzendkit is ingeschakeld en de optionele Super G3
Faxkaart is geïnstalleerd.
Voor de iR C4580i/iR C4080i:
[Ontvangen/Fax] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten en de Super G3 Faxkaart is geïnstalleerd.
[Ontvangen] verschijnt alleen als de optionele Kleurenscanner-E1 of Kleurenscanner-F1 is
aangesloten en de Super G3 Faxkaart niet is geïnstalleerd.
[Overige] wordt gebruikt voor het aangeven van een blad voor afgedrukte rapporten.
Indien u een uitvoerblad voor slechts één functie wilt gebruiken, selecteert u alleen die functie.
[Bladtoewijzing].
Standaard instellingen aangeven
druk
4
4-39