1
Druk op
[Systeeminstellingen]
afleverinstellingen]
<Ontvangstinstellingen>.
2
Selecteer [Aan] of [Uit] naast de functie die u wilt beperken
[Gereed].
De details van elk item worden onderstaand getoond.
[Aan]: De machine is beperkt en zal de geselecteerde apparaatinformatie niet bijwerken.
[Uit]:
De machine is niet beperkt en zal de geselecteerde apparaatinformatie bijwerken.
OPMERKING
• Voordat u de instelling <Extra functies instelwaarde>, <Afd. ID> of <Adresboek> uitschakelt, is
het nodig een standaard toets in te stellen bij Netwerkinstellingen (via het scherm Extra
functies). (Raadpleeg Hoofdstuk 3 "TCP/IP Netwerk" in de Netwerkhandleiding.)
• Wijzigingen zijn alleen van kracht als u de machine opnieuw start (de hoofdschakelaar UIT en
daarna weer AAN zetten). Voor meer informatie over het opnieuw opstarten (de hoofdschakelaar
UIT en weer AAN zetten) van de machine, raadpleegt u "Hoofdschakelaar en schakelaar voor
bedieningspaneel" op pag. 1-16.
[Apparaatinformatie
[Ontvangstbeperking voor elke functie] onder
Aangeven van Apparaatinformatie afleverinstellingen
druk op
6
6-55