Instellingen voor de systeembeheerder
aangeven
U kunt voor de Systeembeheerder een ID en wachtwoord instellen. Zodra het ID
systeembeheerder/wachtwoord is ingesteld, kunnen beperkingen worden aangegeven met
betrekking tot het opslaan of wijzigen van de systeeminstellingen.
BELANGRIJK
• Door een optionele Kaartlezer-D1 aan te sluiten, wist u het opgeslagen ID van de systeembeheerder en
het systeemwachtwoord.
• Afhankelijk van de login service die wordt gebruikt, zullen, als Afdeling ID beheer is uitgeschakeld en
geen ID systeembeheerder of wachtwoord is aangegeven, alle gebruikers van de machine wellicht
worden beschouwd als de beheerder. Dit zelfs zonder authentificatie.
• Als u gebruikersauthentificatie uitvoert met de SDL of SSO login service, dan is de Systeeminstellingen
mode op de volgende manier beperkt:
- Gebruikers die zijn geregistreerd als algemene gebruiker kunnen geen Systeeminstellingen wijzigen,
ongeacht de instelling bij ID systeembeheerder.
- Gebruikers die zijn geregistreerd als een Administrator kunnen de systeeminstellingen wijzigen door
de juiste ID systeembeheerder en systeemwachtwoord in te voeren of ze vooraf bij hun
gebruikersgegevens op te slaan.
OPMERKING
• Als de optionele Kaartlezer-D1 is aangesloten, kunnen de nummers 1 - 1.000 niet worden gebruikt voor
het ID van de systeembeheerder. De nummers 1 tot 1.000 zijn standaard gereserveerd voor
controlekaarten.
• Voor meer informatie over het invoeren van tekens, raadpleegt u "Invoeren van tekens via het touch
panel display" op pag. 2-27.
• Het max. aantal cijfers dat u voor het ID systeembeheerder en het systeemwachtwoord kunt opslaan is
zeven. Indien u voor deze instellingen minder dan zeven cijfers invoert, slaat de machine de instellingen
op met voorafgaande nullen.
- Voorbeeld: Als <321> is ingevoerd, dan wordt <0000321> opgeslagen.
Instellingen voor de systeembeheerder aangeven
6
6-3