4
Stel de gewenste scaninstellingen in.
Als u het zoompercentage wilt wijzigen, drukt u op [Zoompercentage]. (Raadpleeg Hoofdstuk 3
"Basisfuncties voor kopiëren en gebruik van postbus" in de Kopieer- en Postbushandleiding.)
Als u de scanbelichting wilt wijzigen, drukt u op [ ] of [ ]. (Raadpleeg Hoofdstuk 3
"Basisfuncties voor kopiëren en gebruik van postbus" in de Kopieer- en Postbushandleiding.)
Als u de beeldkwaliteit voor het scannen wilt selecteren, selecteert u het type origineel uit de
keuzelijst Type origineel. (Raadpleeg Hoofdstuk 3 "Basisfuncties voor kopiëren en gebruik van
postbus" in de Kopieer- en Postbushandleiding.)
Als u afbeeldingen wilt omwisselen, het contrast wilt aanpassen of de automatische belichting
voor kopiëren/scannen wilt instellen, drukt u op [Speciale functies] en stelt u daarna elke functie
in. (Raadpleeg Hoofdstuk 4 "Speciale kopieer- en postbusfuncties" in de Kopieer- en
postbushandleiding.)
Als u een naam wilt toewijzen aan het afbeeldingsformulir, drukt u op [Formuliernaam]
een naam in
druk op [OK].
OPMERKING
• Voor meer informatie over het invoeren van tekens, raadpleegt u "Invoeren van tekens via het
touch panel display" op pag. 2-27.
• Als u op [OK] drukt zonder tekens in te voeren, zal de machine het afbeeldingsformulier
automatisch een naam geven die bestaat uit het jaar, de maand, de dag en het tijdstip waarop
het afbeeldingsformulier werd opgeslagen.
5
Plaats het origineel met het afbeeldingsformulier op de glasplaat
druk op
.
Standaard instellingen aangeven
voer
4
4-43