Pagina 1
Form No. 3355-130 Rev A Z597-D Z Master® met een 62 of 72 maaidek met achteruitworp Modelnr.: 74280TE—Serienr. 260000001 og højere Modelnr.: 74281TE—Serienr. 260000001 og højere Registreer uw product op www.Toro.com Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL)
Als u service, originele Toro-onderdelen of Inhoud aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende Service Dealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd Inleiding ............. 2 het modelnummer en het serienummer van het Veiligheid ............4 product te vermelden.
Pagina 3
Maaihoogte instellen......27 Drijfriemen afstellen......51 Hefmechanisme bedienen....27 Aandrijfriem van pomp Antiscalpeerrollen afstellen....27 vervangen......52 Bestuurdersstoel instellen ....29 Riem van wisselstroomdynamo Bestuurdersstoel ontgrende- vervangen en len........29 spannen......53 Machine met de hand duwen ....30 Onderhoud bedieningsysteem ....53 Transport van de machine....
Veiligheid worden gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het verliezen van de controle zijn: Deze machine voldoet ten minste aan de Europese ◊ onvoldoende grip van de wielen, in het normen, van kracht op het moment van produktie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker bijzonder op nat gras;...
bouten altijd als complete set om een goede • Gebruik de machine nooit als schermen, balans te behouden. afdekplaten of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken. • Let op dat bij machines met meer maaimessen • Verander de instellingen van de motor niet andere messen kunnen gaan draaien doordat en voorkom overbelasting van de motor.
• Laat de motor afkoelen voordat u de van de accu. maaimachine in een afgesloten ruimte stalt. • Gebruik altijd originele Toro onderdelen zodat • Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing de originele standaarden worden gehandhaafd. en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig •...
Trillingsniveau • Nooit starten of stoppen op een helling. Als de wielen grip verliezen, moet u de maaimessen uitschakelen en de heuvel langzaam afrijden. Hand-arm • U kunt de stabiliteit verbeteren door Deze machine heeft een maximaal trillingsniveau wielgewichten of contragewichten te gebruiken van 1,26 m/s op de handen en armen, gebaseerd overeenkomstig de aanwijzingen van de...
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet 93-7824 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Blijf op veilige afstand.
Pagina 10
107-1866 1. Kans op slippen, omkiepen en verlies van controle over de machine, steile hellingen – Gebruik de machine niet in de buurt van steile hellingen, hellingen van meer dan 99-8939 15 graden, of water; blijf op een veilige afstand van steile hellingen;...
Pagina 11
107-3961 1. Maaihoogte in millimeters 107-3069 1. Waarschuwing – Er is geen omkiepbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. 2. Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkiept, moet u de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde positie houden en de veiligheidsgordel omdoen.
Pagina 12
107-3963 1. Handen of voeten 2. Handen of voeten kunnen 3. De machine kan voorwerpen 4. Voordat u de motor start, kunnen worden worden gesneden/geampu- uitwerpen – Houd moet u gras en vuil onder de gesneden/geamputeerd, teerd, maaimes – Verwijder omstanders op een veilige drijfriemen en poelies van maaimes –...
Pagina 13
107-7705 107-3968 1. Uitschakelen 3. Parkeerrem 2. Inschakelen 107-3969 107-7706 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Ledematen kunnen bekneld raken, maaimachine – Stel de 1. Gebruikershandleiding 3. Ononderbroken toon geeft parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het lezen.
Pagina 14
1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het opladen van de accu; bevat lood; niet weggooien. Gebruikershandleiding lezen. Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. 110-5609 1. Lees de Gebruikershandleiding. 110-5593 1.
Pagina 15
110-5724 7. Temperatuur 1. Waarschuwing Water in brandstof 2. Motor – Voorgloeien 8. Elektriciteit (volt) 3. Motor – Afzetten 9. Langzaam 4. Motor – Lopen 10. Snel 5. Motor – Starten 11. Continu snelheidsregeling 6. Aftakasschakelaar 107-3967 1. Snel 3. Neutraalstand 5.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 4 1. Contactschakelaar 6. Brandstoftankdop 2. Gashendel 7. Voltmeter 3. Indicatielampje van 8. Temperatuurmeter gloeibougie motorkoelvloeistof 4. Aftakasschakelaar 9. Waarschuwingslampje water in brandstof 5. Urenteller Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest.
Pagina 17
raakt. Zie Onderhoud van het koelsysteem in Onderhoud koelsysteem, blz. 47. Voltmeter De voltmeter registreert het vermogen van het opladingssysteem (Figuur 4).
Gebruiksaanwij- zing Opmerking: Determine the left and right sides of the machine from the normal operating position. Brandstof bijvullen De motor loopt op schone verse dieselbrandstof met een octaangetal van minimaal 40. Koop niet meer brandstof dan u in 30 dagen kunt opmaken, zodat u verzekerd bent van verse brandstof.
Brandstoftank vullen 1. Motor afzetten en parkeerrem in werking In bepaalde omstandigheden is brandstof stellen. uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand 2. Omgeving van beide brandstoftankdoppen of explosie van brandstof kan brandwonden reinigen en doppen afnemen. Beide bij u of anderen en materiële schade brandstoftanks vullen tot 6–13 mm vanaf de veroorzaken.
Er is geen omkiepbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. • Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Rij langzaam en voorzichtig. • Klap de rolbeugel omhoog zodra de ruimte dit toelaat.
4. Om de rolbeugel omhoog te klappen, moet u de R-pennen losmaken en de twee pennen verwijderen (Figuur 7). Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u 5. Klap de rolbeugel omhoog, plaats de twee de macht over de machine verliest.
Werking van de akoestische waarschuwingssignalen Deze machine is voorzien van een akoestisch signaal om de gebruiker te waarschuwen dat hij de motor moet afzetten, omdat er anders schade kan ontstaan aan de motor. Figuur 8 1. Veilige zone – gebruik de 3.
4. Schakel de aftakas uit (Figuur 12). 5. Zet de gashendel in de middelste stand De kans bestaat dat de parkeerrem de (Figuur 12). machine niet in stilstaande toestand 6. Draai het contactsleuteltje naar rechts op houdt als deze op een helling is Lopen (Figuur 12).
Motor afzetten 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking (Figuur 15). 2. Zet de gashendel halverwege tussen Langzaam en Snel (Figuur 14). 3. Laat de motor 60 seconden stationair draaien. 4.
Het Veiligheidssysteem Aftakas inschakelen 1. Een koude motor moet u 5 tot 10 minuten warm laten worden voordat u de aftakas inschakelt. Niet-aangesloten of beschadigde 2. Neem plaats op de bestuurdersstoel en interlockschakelaars kunnen onverwachte zet de schakelhendels van de tractie in de gevolgen hebben op de werking van neutraalstand.
en zet de schakelhendels in de vergrendelde Om in een rechte lijn te rijden, moet u neutraalstand. Start nu de motor. Als de motor gelijkmatige druk uitoefenen op beide loopt, moet u de parkeerrem vrijzetten en de schakelhendels (Figuur 16). aftakas inschakelen.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, moet u de schakelhendels in de neutraalstand zetten in de vergrendelde stand, de aftakas uitschakelen, en het contactsleuteltje op Uit draaien om de motor af te zetten. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen;...
Pagina 28
tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten. 3. Nadat u de maaihoogte hebt ingesteld, moet u de flensmoer, de lagerbus, het afstandsstuk en de bout verwijderen om de rollen in te stellen (Figuur 19, Figuur 20 en Figuur 21). Opmerking: De twee middelste rollen hebben geen afstandsstuk (Figuur 20).
Bestuurdersstoel instellen rugleuning in een positie die voor u het meest comfortabel is. De bestuurdersstoel verstellen Om de rugleuning te verstellen, draait u de knop U kunt de stoel naar voren en naar achteren onder de rechter armsteun in een van beide verschuiven.
De machine zal niet rijden als de omloopkleppen niet zijn ingedraaid. Figuur 24 1. Stoelvergrendeling 3. Stoel 2. Brandstoftankdop Machine met de hand duwen Figuur 25 Belangrijk: U moet de machine altijd met 1. Zijkant bedieningspaneel 3. Hydraulische pompen 2. Omloopklep de hand duwen.
U mag de snelheid niet abrupt verhogen als u de machine de hellingbaan oprijdt en ook niet abrupt verlagen als u de machine de hellingbaan afrijdt. Deelname aan het wegverkeer zonder In beide gevallen bestaat de kans dat de machine richtingaanwijzers, verlichting, dan achteroverkiept.
1. Hef het maaidek op in de transportstand. 2. Verwijder de pen van de beugel (Figuur 27). Figuur 27 1. Z Stand 4. Pen van beugel 2. Sluiting 5. Onderkant van gleuf 3. Beugel Figuur 26 3. Zet de vergrendeling omhoog. Draai het 1.
machine vrij van ongemaaid gras te houden, zodat lucht kan worden aangezogen. De kans bestaat dat de parkeerrem Wanneer u een gazon voor de eerste de machine niet houdt als deze op de keer maait Z Stand staat; hierdoor kan lichamelijk letsel of schade aan eigendommen Laat het gras iets langer dan normaal, om te ontstaan.
Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is. Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel TORO-mes.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure • Peil van de koelvloeistof controleren. Na de eerste 8 • Drijfriemen afstellen. bedrijfsuren • Hydraulische vloeistof controleren. Na de eerste 25 • Hydraulische lter vervangen en hydraulische vloeistof verversen. bedrijfsuren • De motorolie verversen. Na de eerste 50 •...
Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
De armen van de spanpoelie Belangrijk: Controleer elke week of de assen smeren van het maaidek overvloedig zijn gesmeerd. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels 1. Smeer de arm van de spanpoelie van de in de vergrendelde neutraalstand en stel de koelventilator (Figuur 32).
Belangrijk: Probeer nooit een Veiligheidsfilter: Vervang dit om de 600 bedrijfsuren. veiligheidsfilter te reinigen. Als het veiligheidsfilter vuil is, betekent dit dat het Opmerking: U moet de filters vaker een voorfilter is beschadigd, en moet u beide onderhoudsbeurt geven als de machine wordt filters vervangen.
Filters monteren Motoroliepeil controleren Belangrijk: U mag de motor nooit laten Opmerking: Controleer het oliepeil als de lopen zonder dat beide luchtfilters zijn motor koud is. gemonteerd, omdat anders de motor schade 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels kan oplopen.
Motorolie bijvullen 1. Kantel de stoel naar voren en verwijder het frontpaneel van de motor (Figuur 38). Figuur 38 1. Frontpaneel van motor 2. Knop 2. Verwijder de vuldop en de peilstok (Figuur 39). Figuur 37 1. Oliepeilstok 3. Rechterkant van machine 2.
Belangrijk: Vul de olie zeer langzaam Opmerking: U moet het oliefilter op de bij en zorg ervoor dat de vulopening niet juiste wijze afvoeren. Verwerk dit volgens de verstopt raakt (Figuur 40). Al u te snel plaatselijk geldende voorschriften. olie bijvult of de opening verstopt raakt, 3.
1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels draai het filter vervolgens nog eens 1/3 slag in de vergrendelde neutraalstand en stel de (Figuur 43). parkeerrem in werking. 9. Plaats de aftapplug met een nieuwe O-ring en 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje sluit de sensorkabel aan.
Accu verwijderen Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, die lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,265). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0°C. 1. Zorg ervoor dat de vuldoppen op de accu zijn geplaatst. Laad de accu 10 tot 15 minuten op bij 25 tot 30 A of 30 minuten bij 10-6 A.
Onderhoud 1. Om toegang te krijgen tot de hoofdzekering, moet u de stoel ontgrendelen en naar aandrijfsysteem voren kantelen. Om toegang te krijgen tot de zekeringen van de ventilator en de De sporing afstellen wisselstroomdynamo, zet u de stoel omhoog en klapt u de motorkap naar voren.
De gleufmoer moet worden aangedraaid met een torsie van 170 Nm. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten.
Onderhoud koelsysteem 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. Onderhoud van het 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje koelsysteem en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten.
Belangrijk: Alvorens de motor te starten, Type vloeistof: mengsel dat half uit antivries/DexCool® met verlengde levensduur en dient u het gras te verwijderen van de half uit water bestaat behuizing van de aandrijfriem van de pomp. Vaker controleren als de machine Inhoud van koelsysteem: 3,8 l wordt gebruikt in droge omstandigheden.
5. Stel de parkeerrem in werking, hendel omhoog. Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen, schroeiplekken of andere schade. Vervang 6. Meet de afstand tussen de veerbeugel en de beschadigde riemen. stelmoer onder de veerbeugel. De lengte tussen de ringen moet 5-8 mm zijn (Figuur 53). Drijfriem van maaidek 7.
Pagina 50
Figuur 54 1. Drijfriemkap 3. Schroef 2. Sluiting 4. Plaats de lip in de sleuf...
Figuur 56 1. Achterpaneel van motor 4. Trek aan de veerbelaste spanpoelie om de riem te ontspannen (Figuur 57). Figuur 55 5. Verwijder de versleten drijfriem. 1. Drie boven elkaar 3. Aspoelie van maaidek geplaatste poelies 6. Plaats de nieuwe drijfriem rond de 2.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten. Opmerking: Meet alleen de spiraalveren. 3. Meet de lengte van de veer. Controleer of de veerwindingen op de veerbelaste spanpoelie onderstaande lengte hebben (Figuur 58 en Figuur 59).
Riem van wisselstroomdy- 3. Draai de bouten van de wisselstroomdynamo namo vervangen en spannen vast. 4. Controleer nogmaals de speling van de riem en Controleer de riem van de wisselstroomdynamo stel zo nodig de riem af. om de 50 bedrijfsuren op slijtage. 5.
Opmerking: Als u achterwaartse druk blijft 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de uitoefenen op de hendel, zal de pen op het parkeerrem in werking. einde van de gleuf blijven en zal de stelbout de hendel in de juiste positie kunnen brengen.
Pagina 55
Controleer het peil van de hydraulische vloeistof: • voordat de motor voor de eerste keer wordt gestart. • na de eerste 8 bedrijfsuren. • om de 25 bedrijfsuren. Opmerking: De hydraulische vloeistof kunt u op twee manieren controleren. Als de vloeistof warm is en als de vloeistof koud is.
Pagina 56
• na de eerste 25 bedrijfsuren. 9. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen. • na de eerste 25 bedrijfsuren jaarlijks. Zet de motor af en controleer op olielekkages. Gebruik een zomerfilter bij temperaturen boven Als een of beide wielen niet willen draaien, zie 0°C Hydraulisch systeem ontluchten.
en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt. Opmerking: Houd de omgeving van het hydraulische systeem vrij van aangekoekt gras en rommel. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
Pagina 58
Een mechanische of hydraulische krik kan een machine niet altijd dragen. Als de machine dan valt, kan dit ernstig letsel veroorzaken. • Plaats de machine altijd op een kriksteun. • Gebruik nooit een hydraulische krik. Laat de motor lopen zodat u de Figuur 69 schakelhendels kunt afstellen.
Onderhoud van het 5. Zet de gashendel op Snel. Het wiel moet stil blijven staan of iets achteruit kruipen. Indien maaidek nodig opnieuw afstellen. 6. Draai de borgmoeren op de kogelverbindingen Maaidek horizontaal stellen vast (Figuur 70). in drie standen Belangrijk: Er zijn slechts 3 meetstanden nodig om het maaidek horizontaal te stellen.
4. Zet het linker maaimes in de schuinstand (Figuur 71). 5. Meet het linkermes bij punt C (Figuur 71). Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand van het maaimes. 6. Noteer deze afstand. Deze afstand moet ongeveer 79 tot 82 mm bedragen. Figuur 72 1.
Toro-mes. Om het slijpen en voorkant van elke veer (Figuur 74). Als u de vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra moer rechtsom draait, wordt de veer korter;...
Controleer de messen om de 8 bedrijfsuren. Voor controle en onderhoud van de maaimessen Parkeer de maaimachine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. Draai het contactsleuteltje op Uit. Verwijder het sleuteltje. De maaimessen controleren 1.
TORO-messen gebruiken. Gebruik ter vervanging nooit messen van andere fabrikanten omdat dit in strijd kan zijn met de veiligheidsnormen. Figuur 78 1. Mes 2. Mesbalans Contact met een scherp mes kan ernstig letsel veroorzaken.
Reiniging Onderkant van het maaidek reinigen Verwijder elke dag het aangekoekte gras aan de onderkant van het maaidek. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurderspositie te verlaten.
Stalling 12. Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze worden voorbereid op stalling. De machine wordt als volgt voorbereid Reiniging en stalling op stalling: 1. Schakel de aftakas uit, stel de parkeerrem in A. Voeg een stabilizer/conditioner op werking en draai het contactsleuteltje op UIT.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Mogelijke oorzaak Remedie Startmotor draait niet. 1. De aftakas is 1. Aftakas uitschakelen. ingeschakeld. 2. Parkeerrem niet in 2. De parkeerrem in werking gesteld. werking stellen. 3. Bestuurder zit niet op de 3. Plaats nemen op de stoel.
Pagina 67
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie Motor raakt oververhit. 1. Motor overbelast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Oliepeil in carter te laag. 2. Het carter bijvullen met olie. 3. De koelribben en 3. De koelribben luchtkanalen boven en luchtkanalen de motor zijn verstopt. ontstoppen.
Pagina 68
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie Onregelmatige maaihoogte. 1. Maaimes(sen) bot. 1. Mes(sen) slijpen. 2. Maaimes(sen) verbogen 2. Nieuwe maaimes(sen) of niet in balans. monteren. 3. Het maaidek staat niet 3. Maai dek horizontaal horizontaal. stellen en in de correcte schuinstand stellen. 4.