Als een condensaatopvangtank wordt gebruikt:
Sluit de verpakking niet af.
Vermijd dat het uiteinde van de drainagebuis zich onder het
waterniveau bevindt.
4.13 Elektrische aansluitingen
4.13.1 Voorlopige waarschuwingen
Alle elektrische werkzaamheden moeten worden uitgevoerd
door gekwalificeerd personeel dat voldoet aan de noodzake-
lijke wettelijke vereisten, getraind is en op de hoogte is van
de risico's.
Alle aansluitingen moeten worden uitgevoerd in overeen-
stemming met de relevante voorschriften van het land van
installatie.
Voordat u werkzaamheden uitvoert, moet u ervoor zorgen
dat de stroomtoevoer is uitgeschakeld.
Referenties:
• Raadpleeg voor de aansluitingen de aansluitschema's in
deze handleiding, met name het gedeelte over het voe-
dingsaansluitblok.
Bij gebruik van lozing in de riolering:
Het afvoersysteem moet een geschikte sifon bevatten om te
voorkomen dat er ongewenste lucht in het vacuümsysteem
komt. De sifon voorkomt ook het binnendringen van geurtjes
of insecten.
De sifon moet voorzien zijn van een dop aan de onderkant
of moet in elk geval snel gedemonteerd kunnen worden om
schoon te maken.
In het geval van gratis kwijting:
Als er geen opvang is, zal er condens op de vloer neerslaan.
Bij temperaturen onder het vriespunt kan dit bevriezen en
een gevaar vormen: zorg voor geschikte barrières om te voor-
komen dat mensen het gebied naderen.
4.12.3 Isolatie condensafvoer
Bij gebruik van de condensafvoerbuis moet de buis bekleed zijn
met anticondensisolatie voor het gedeelte binnen het gebouw en
de muur.
De isolatie moet tot aan de aansluiting voor de condensaf-
voer op de unit worden aangebracht.
Voordat u de airconditioner aansluit, moet u ervoor zorgen
dat
• de waarden van de voedingsspanning en -frequentie over-
eenkomen met de waarden die op het typeplaatje van het
apparaat staan vermeld
• de voedingskabel is voorzien van een effectieve aardaan-
sluiting en is correct gedimensioneerd voor de maximale
absorptie van de airconditioner (minimale kabeldoorsnede
van 1,5 mm²)
• het gebruikte stopcontact compatibel is met de meegele-
verde stekker
Het is verplicht:
• sluit het apparaat aan op een effectief aardingssysteem
• voorzien in een omnipolaire stroomonderbreker met een
contactopeningsafstand van 3 mm of meer die volledige
uitschakeling mogelijk maakt onder omstandigheden van
overspanningscategorie III
4. montAGE
3%
300 mm
23