a Druk de klemmen samen.
b Verwijder de borstelafdekking.
c Verwijder de borstel.
d Verwijder het borstellager.
2. Nieuwe borstel inbouwen.
Afbeelding R
a Steek het borstellager op.
b Plaats de borstel.
c Plaats de borstelafdekking en druk omlaag tot het
hoorbaar vastklikt.
De zijborstel vervangen
We raden aan om de filter na 3 tot 6 maanden te vervan-
gen.
1. Draai de schoonmaakrobot ondersteboven.
Feil har oftest enkle årsaker som du selv kan utbedre
ved hjelp av følgende oversikt. I tvilstilfeller, eller ved
Fout
Accu wordt niet opgela-
den
De schoonmaakrobot
keert niet terug naar het
oplaadstation
De reinigingsrobot
maakt ongewone gelui-
den
De reinigingsrobot gaat
niet verder met reinigen
Bistand ved feil
Oorzaak
Oplaadcontacten vuil.
Omgevingstemperatuur onder 0 °C of
boven 35 °C.
De batterij is volledig ontladen.
De schoonmaakrobot is te ver verwijderd
van het oplaadstation.
Niet genoeg ruimte rond het oplaadstati-
on.
Er zijn te veel obstakels rond het oplaad-
station.
Een vreemd voorwerp kan vastzitten in
de borstel, de zijborstel of een wiel.
De reinigingsrobot staat in de modus
"Niet storen".
De reinigingsrobot wordt handmatig op-
geladen of werd in het oplaadstation ge-
plaatst.
Nederlands
2. Verwijder de zijborstel.
Afbeelding S
3. Installeer de nieuwe zijborstel.
Afbeelding T
Batterij vervangen
De batterij heeft het einde van haar levensduur bereikt
als de reinigingsrobot na een korte reinigingswerking
voortdurend naar het station rijdt om op te laden.
1. Schakel de reinigingsrobot uit, zie hoofdstuk De
schoonmaakrobot uitschakelen.
2. Stuur de reinigingsrobot naar de klantenservice.
Neem de voorschriften voor het verzenden van lithi-
um-ionbatterijen in acht, zie hoofdstuk Transport.
driftsforstyrrelser som ikke er nevnt her, kan du kontakte
vår autoriserte kundeservice.
Remedie
1. De oplaadcontacten op zowel het oplaad-
station als de reinigingsrobot schoonvegen
met een droge doek.
1. Gebruik reinigingsrobots bij temperaturen
boven 0 °C en onder 35 °C.
1. Plaats de schoonmaakrobot handmatig op
het oplaadstation en laat hem volledig op.
1. Plaats de schoonmaakrobot dichter bij het
oplaadstation.
2. Plaats de schoonmaakrobot rechtstreeks
op het oplaadstation.
1. Zorg voor voldoende ruimte rond het op-
laadstation, zie hoofdstuk. Het oplaadstati-
on instellen
1. Plaats het oplaadstation in een meer open
ruimte, zie hoofdstuk. Het oplaadstation in-
stellen
1. Schakel de reinigingsrobot uit.
2. Verwijder het vreemde voorwerp.
1. Zorg ervoor dat de reinigingsrobot niet in
de modus "Niet storen" staat.
1. Wacht tot de reinigingsrobot volledig is op-
geladen.
51