Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Sharp UD-P16 Gebruikershandleiding pagina 117

Inhoudsopgave
Beschikbare talen
  • NL

Beschikbare talen

  • DUTCH, pagina 113
De ventilatorsnelheid instellen
Om de snelheid van de ventilator te regelen, drukt u op de FAN-knop.
Er zijn twee ventilatorsnelheden, namelijk laag of hoog; elke keer dat de
FAN-knop wordt ingedrukt, wisselt de snelheid van de ventilator tussen
deze twee snelheden. Let op: de ventilatorsnelheid kan niet worden
ingesteld in de wasmodus.
Zwenken
Om de luchtuitlaatklep continu te openen en te sluiten, drukt u op de
knop SWING. Als u nogmaals op de knop SWING drukt, dan wordt deze
functie uitgeschakeld.
Vergrendelingsfunctie
Om onbedoelde bediening van het apparaat te voorkomen, kunt u het
toetsenbord vergrendelen.
Geheugenfunctie
1. Als u het apparaat uitschakelt via de AAN/UIT-knop, dan hervat het
apparaat bij het opnieuw inschakelen de functie die het apparaat
uitvoerde toen u het apparaat uitschakelde. Let op: als u de timer
hebt ingesteld of als het apparaat vergrendeld is, dan worden deze
instellingen niet opgeslagen.
2. Als de netvoeding onderbroken wordt terwijl het apparaat in
werking is, dan start het apparaat niet automatisch wanneer de
netvoeding opnieuw wordt aangesloten. Als de netvoeding weer
wordt ingeschakeld, dan moet u op de AAN/UIT-knop drukken om de
werking te hervatten. Het apparaat start op in de initiële modus.
Automatische stopfunctie bij een vol
waterreservoir
Als het waterreservoir vol is, dan stopt het apparaat met werken. De
luchtuitlaatklep wordt gesloten en er klinkt een zoemer. Om het apparaat
te resetten, verwijdert u het waterreservoir, giet u dit leeg en plaatst u
het terug. Als u het lege waterreservoir terug in het apparaat plaatst, dan
start het apparaat opnieuw op. Let op: het duurt ca. 3 minuten alvorens
de compressor begint te werken.
Automatische ontdooiing
Als u het apparaat in een omgeving met lage temperaturen gebruikt,
dan kan de interne verdamper door vorst worden bedekt. Om ervoor
te zorgen dat het apparaat normaal werkt, beschikt het over een
automatische ontdooiingsfunctie. Als de interne sensor een temperatuur
van ≤-1 °C detecteert, dan schakelt het apparaat over op de automatische
ontdooiingsfunctie. Dat betekent dat het apparaat gedurende 30
minuten continu in de ontvochtigingsmodus werkt. Vervolgens start het
apparaat de ontdooicyclus. Hierbij gaat het indicatielampje ONTDOOIEN
branden, stopt de compressor en gaat de ventilator op hoge snelheid
draaien.
Als de temperatuur van de verdamper ≥2 °C is en het apparaat
gedurende 10 minuten in de ontdooiingsfunctie heeft gestaan,
dan wordt de automatische ontdooiingsfunctie uitgeschakeld en
de compressor aangezet. Op dat moment begint het apparaat te
ontvochtigen en gaat het indicatielampje ONTDOOIEN uit.
Als in de ontdooiingsmodus de temperatuur van de verdamper
gedurende twee minuten ≥0 °C is, dan wordt de ontdooiingsfunctie
geannuleerd.
Beveiligingsfunctie van de compressor
Als er een probleem is met het apparaat waardoor de compressor stopt,
dan wordt de compressor gedurende 3 minuten uitgeschakeld. Normaal
herstart de compressor na 3 minuten. Indien dit niet het geval is, dan
trekt u de stekker uit het stopcontact en probeert u het een uur later
opnieuw. Als de compressor nog steeds niet start, neem dan contact op
met de klantenservice voor ondersteuning.
Beveiligingsfunctie hoge/lage
temperatuur
Als het apparaat detecteert dat de omgevingstemperatuur buiten het
normale bedrijfsbereik van 1°C tot 39°C ligt, wordt het uitgeschakeld
en knippert de foutcode C2 op het display. Wanneer het normale
bedrijfsbereik is bereikt, haalt u de stekker van het apparaat 30 seconden
uit het stopcontact, sluit u de stekker weer in en schakelt u het apparaat
in.
Beveiligingsfunctie lage vochtigheid
Als het apparaat een lage luchtvochtigheid van <30% detecteert, dan
verschijnt LO op het display. Het apparaat stopt met ontvochtigen en de
ventilator draait op de laagste snelheid.
Als de luchtvochtigheid hoger is dan 80 %, dan verschijnt HI op het
display aan en blijft het apparaat ontvochtigen.
Schakelfunctie ventilatorsnelheid bij
hoge temperatuur
Als het apparaat ontvochtigt in een omgeving met hoge temperaturen
en de ventilatorsnelheid is ingesteld op laag, dan schakelt het
apparaat automatisch over op de hoge snelheid. Deze functie
voorkomt overbelasting van de compressor. Als de temperatuur van de
omgevingslucht daalt, dan schakelt de ventilatorsnelheid terug naar de
lage snelheid.
Foutcodes
Er zijn een aantal foutcodes die op het display kunnen verschijnen.
Deze luiden als volgt. Als de foutcode wordt weergegeven, dan gaat
deze knipperen. Als één van deze foutcodes verschijnt, bel dan voor de
klantenservice voor ondersteuning.
C1 – Geeft aan dat er iets fout is met de temperatuursensor van de
verdamper. In deze toestand stopt het apparaat met werken.
C2 – Geeft aan dat er iets fout is met de temperatuursensor voor de
omgevingslucht. In deze toestand stopt het apparaat met werken.
C8 – De temperatuur van de verdamper wordt om de 8 minuten
gecontroleerd. Indien deze gedurende 5 opeenvolgende controles
binnen ≤3 °C van de temperatuur van de omgevingslucht ligt, dan wordt
het apparaat uitgeschakeld en verschijnt de foutcode C8.
Continue waterafvoer
Als een continue waterafvoer noodzakelijk zou zijn, dan is dit mogelijk
door een buis met een binnendiameter van 15 mm aan te sluiten op
de afvoeropening aan de achterkant van het apparaat. Als deze buis
geïnstalleerd is, dan loopt het water via de buis weg en komt het niet in
NL
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Ud-p164Ud-p20Ud-p204

Inhoudsopgave