ontvlambare stoffen, hoge temperaturen en vocht.
Stop de werking als het apparaat nat wordt.
Gebruik het apparaat niet onmiddellijk na een overgang van een koude naar
een warme of vochtige omgeving.
Bedien de knoppen op het bedieningspaneel NIET met scherp gereedschap of
voorwerpen.
Desinfecteer het apparaat niet met stoomdesinfectie bij hoge temperatuur of
hoge druk. Meer informatie over reiniging en desinfectie is te vinden in het
betreffende hoofdstuk.
Dompel het apparaat NIET onder in vloeistoffen. Wanneer u het apparaat
reinigt, veegt u het oppervlak af met medische alcohol en een zachte doek.
Spuit GEEN vloeistoffen rechtstreeks op het apparaat.
Als u het apparaat met water reinigt, moet de watertemperatuur lager zijn
dan 60°C.
Te dunne of te koude vingers kunnen de nauwkeurigheid van de meting
beïnvloeden. Gebruik de sensor op een dikkere vinger, zoals de duim of
middelvinger, of warm de vinger op.
Gebruik het apparaat niet op baby's of kleine kinderen.
Het apparaat kan gebruikt worden bij volwassenen en kinderen. (Het gewicht
moet tussen 15 kg en 110 kg liggen).
Het is misschien niet mogelijk om het apparaat bij alle patiënten te gebruiken.
Stop het gebruik als er geen stabiele meetwaarden worden verkregen.
De gegevens worden binnen een periode van minder dan 5 seconden
bijgewerkt. Deze periode kan variëren afhankelijk van de individuele hartslag.
Lees de meetwaarden pas af zodra de curve op het scherm gelijkmatig en
stabiel is. Deze meetwaarde is de optimale waarde en de curve op dit moment
is de standaard.
Als er tijdens het meetproces abnormale omstandigheden op het scherm
verschijnen, haal dan de vinger van de sensor en steek hem er weer in om
weer een normale meting te krijgen.
Het apparaat heeft een levensduur van ongeveer 3 jaar vanaf de datum van
het eerste gebruik.
De band die aan het apparaat bevestigd is, is gemaakt van niet-allergeen
materiaal. Als u allergisch reageert op de band, gebruik deze dan niet meer.
Zorg er ook voor dat de band correct wordt gebruikt en draag hem niet om je
nek om persoonlijk letsel te voorkomen.
Het apparaat geeft aan dat de batterij bijna leeg is, maar heeft geen
alarmfunctie. Vervang de batterij zodra deze leeg is.
Het apparaat heeft geen alarmfunctie. Gebruik het apparaat niet in situaties
waar een alarm vereist is.
De batterijen moeten worden verwijderd als het apparaat langer dan een
59
NL