2
2
= ( π⋅ i+2)/ π
= ( π⋅ i+1)/(2 π
Dus
c
= 1/3, c
, c
).
0
1
2
De Fourier-reeks met drie elementen wordt als volgt geschreven:
2
2
g(t) ≈ Re[(1/3) + ( π⋅ i+2)/ π
⋅ exp(i ⋅π⋅ t)+ ( π⋅ i+1)/(2 π
) ⋅ exp(2 ⋅ i ⋅π⋅ t)].
Referentie
Raadpleeg hoofdstuk 16 in de gebruikshandleiding van de rekenmachine
voor meer definities, toepassingen en oefeningen met betrekking tot het
oplossen van differentiaalvergelijkingen d.m.v. Laplace-transformaties,
Fourier-reeksen en -transformaties alsmede numerieke en grafische
methodes.
Blz. 14-7