V Voorzorgsmaatregelen voor het aansluiten
o Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact
nadat alle andere aansluitingen zijn voltooid.
o Lees de handleidingen van de apparatuur waarmee u
aansluitingen tot stand brengt zorgvuldig en volg de
instructies op bij het realiseren van de aansluitingen.
LET OP
o Controleer de impedantie van uw luidsprekers. Sluit
speakers aan met een impedantie van 4 Ω tot 8 Ω. Als
er luidsprekers met een andere impedantie worden
gebruikt kan het beveiligingscircuit in werking treden,
waardoor er geen geluid meer wordt weergegeven.
o De rode luidsprekeraansluitingen zijn positief (+) en de
zwarte luidsprekeraansluitingen zijn negatief (−). Meestal
is de +-draad van de luidsprekerkabel gemarkeerd om
deze te kunnen onderscheiden van de − draad van de
kabel. Verbind deze gemarkeerde draad met de rode +
aansluiting en de niet gemarkeerde draad met de zwarte
− aansluiting.
o Als het uiteinde van de gestripte luidsprekerkabelkernen
contact maakt met een andere kabel of aansluiting, kan
er kortsluiting ontstaan.
Zorg altijd dat luidsprekerkabels geen kortsluiting kun-
nen veroorzaken.
o Om brom en ruis te voorkomen mogen de signaalkabels
niet samen met de voedingskabels of andere kabels
worden gebundeld.
Luidsprekers aansluiten
1
Draai de aansluitingsdop tegen de klok in
om deze los te maken.
o De luidsprekeraansluitingsdoppen kunnen niet
helemaal van het apparaat worden verwijderd.
58
Luidsprekers aansluiten
Aansluiten met bananenpluggen
Aansluitingen kunnen ook worden gerealiseerd met in de
handel verkrijgbare bananenpluggen. Sluit de luidspreker-
kabels eerst op de bananenpluggen aan en steek de plug
daarna in de aansluiting.
Mededeling over het Europese model
Conform de Europese veiligheidsreguleringen is
het aansluiten van bananenstekkers op aanslui-
tingen van Europese modellen niet toegestaan.
De openingen waarin de bananenstekkers zou-
den kunnen worden geplugd zijn afgedekt met
zwarte doppen.
Sluit luidsprekers aan met gestripte draden of
vorkkabelschoenen.
Als een zwarte dop eventueel losraakt van de
aansluiting, plaats deze dan op zijn oorspronke-
lijke positie terug.
2
Steek de draad in de aansluiting en draai
de aansluitingsdop met de klok mee om
deze goed vast te maken.
o Zorg dat alleen de gestripte kern van de draad
zich in de aansluiting bevindt en niet de isolatie.
3
Controleer of de kabel goed is vastge-
maakt, door er voorzichtig aan te trekken.
o Zorg dat de doppen tijdens gebruik aangedraaid zijn.
o Lees aandachtig de instructies voor de bananenpluggen
die u gebruikt.