Onderhoud
aandrijfsysteem
Onderhoud van de banden,
wielen en ophanging
De banden controleren
Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren
Ongelukken tijdens werkzaamheden, zoals een botsing tegen
een trottoirband, kunnen een band of een velg beschadigen
en tevens de wieluitlijning verstoren. Daarom moet u na een
ongeluk de conditie van de banden controleren.
Controleer de bandenspanning regelmatig. Als de banden niet
op de juiste spanning zijn, zullen deze vroegtijdig slijten.
Figuur 63
toont een voorbeeld van slijtage aan een band
veroorzaakt door een te lage bandenspanning.
Figuur 63
1. Te lage bandenspanning
Figuur 64
toont een voorbeeld van slijtage aan een band
veroorzaakt door een te hoge bandenspanning.
Figuur 64
1. Te hoge bandenspanning
Torsie van wielmoeren controleren
Onderhoudsinterval: Na de eerste 2 bedrijfsuren
Na de eerste 10 bedrijfsuren
Om de 200 bedrijfsuren
WAARSCHUWING
Indien de wielmoeren niet steeds zijn aangedraaid
met de correcte torsie, kan dit leiden tot defecten
of verlies van het wiel, waardoor lichamelijk letsel
kan worden veroorzaakt.
De torsie van de moeren van de voorwielen en
achterwielen moet 109 tot 122 N·m bedragen. Haal
de moeren aan na 1 tot 4 bedrijfsuren en nog eens
na 10 bedrijfsuren. Haal de wielmoeren hierna om
de 200 bedrijfsuren aan.
Uitlijning van de voorwielen controleren
Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks
(houd hierbij de kortste periode aan)
1. Zorg ervoor dat de banden recht naar voren wijzen.
2. Meet de afstand hart-op-hart van het toespoor (ter
hoogte van de assen) aan de voorzijde en de achterzijde
van de stuurwielen
Opmerking: De afstand moet aan de voorzijde
van het wiel tussen 0 ± 3 mm groter zijn dan aan de
achterzijde van de band.
Belangrijk: Controleer de afstand op consistente
locaties op het wiel. Het voertuig moet zich op
een horizontale ondergrond bevinden en de wielen
moeten recht naar voren wijzen.
1. Voorzijde van voertuig
2. 0 ± 3 mm van voorzijde tot
achterzijde van band
3. Draai het wiel 90 graden en voer de meting opnieuw uit.
Opmerking: De afstand moet aan de voorzijde
van het wiel tussen 0 ± 3 mm groter zijn dan aan de
achterzijde van de band.
4. U past de hart-tot-hart afstand als volgt aan:
49
(Figuur
65).
Figuur 65
3. Afstand hart-tot-hart