De aanwijzingen in de bijhorende documentatie moeten in acht worden genomen. Waarmerk Alle benamingen die zijn voorzien van het symbool ®, zijn geregistreerde merken van de Siemens AG. De overige benamingen in dit document kunnen merken zijn waarvan het gebruik door derden voor eigen doeleinden de rechten van de eigenaar kan schenden.
Pagina 129
Inhoudsopgave Inleiding ..............................7 Doel van deze documentatie ....................7 Historie ............................7 Gebruiksdoel ..........................8 Toepassingsgebied ........................8 Productiedatum ........................11 Gekwalificeerd personeel voor toepassingen in Ex-zones ............. 12 Levering ..........................12 Transport en opslag ........................ 13 Aanwijzingen bij de garantie ....................13 Veiligheidsaanwijzingen ........................
Pagina 130
Inhoudsopgave Wandapparaat........................32 4.5.1 Specifieke veiligheidsaanwijzingen voor het apparaat ............32 4.5.2 Wandapparaat installeren ...................... 33 Aansluiten ............................. 35 Gasaansluitingen ........................35 5.1.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen ..................35 5.1.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen ...... 36 5.1.3 Aansluitaanwijzingen ......................36 5.1.4 Plaatsing van de gasaansluitingen in het inschuifapparaat ...........
Pagina 131
Inhoudsopgave Bedienen .............................. 77 Local User Interface (LUI) ....................... 77 Menustructuur ......................... 81 7.2.1 Hoofdmenu ..........................81 7.2.2 Onderliggende menu’s ......................82 Reparatie en onderhoud........................87 Algemene veiligheidsaanwijzingen ..................87 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen ...... 89 Analysator onderhouden ......................91 Demonteren en verwijderen ........................
Pagina 132
Inhoudsopgave Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Inleiding Doel van deze documentatie Deze beknopte bedrijfshandleiding is een samenvatting van de wezenlijke kenmerken, functies en veiligheidsaanwijzingen en bevat alle informatie die nodig is voor een veilig gebruik van het apparaat. Dit zijn aanwijzingen voor montage, aansluiting, inbedrijfstelling, bedrijf, onderhoud, demontage en buitenbedrijfstelling van het apparaat. De beknopte bedrijfshandleiding richt zich tot gekwalificeerd personeel, dat werd geschoold en geïnstrueerd over werkzaamheden aan het apparaat op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen en over mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag.
Meer informatie vindt u in de bedrijfshandleidingen, zie 'Bibliografie (Pagina 119)'. Toepassingsgebied Deze beknopte bedrijfshandleiding beschrijft de SIPROCESS GA700-apparaten, die toegelaten zijn voor het gebruik in explosieve zones. De handleiding heeft betrekking op inschuif- en wandapparaten met de door de fabrikant af fabriek vast ingebouwde analysemodules, die afhankelijk van meettaak en lokale omstandigheden worden ingezet.
Pagina 135
Inleiding 1.4 Toepassingsgebied Opmerking Speciale voorwaarden Neem ook absoluut de speciale voorwaarden in acht, die in de hieronder vermelde certificaten beschreven zijn. Deze voorwaarden hebben met name betrekking op de volgende thema's: • Toepassingsgebieden • Vereisten voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen •...
Pagina 136
Inleiding 1.4 Toepassingsgebied Tabel 1- 1 SIPROCESS GA700-Ex-apparaten met analysemodules Apparaat- MLFB-nummer Beschermingswijze ATEX en IECEx- variant certificaten 7MB3000-xxxxx-xxCx Inschuifapparaat: II 2/3G Ex ec db ic nA nC op is IIC T4 Gb/Gc (voor 7MB301x-2xxxx-xxAx BVS 18 ATEX E 084 X...
Inleiding 1.5 Productiedatum Productiedatum Bouwjaar De productiedatum is gecodeerd in het serienummer/fabricaatnummer (zie typeplaatje). In de volgende tabel kunt u meer vinden over codering: Productiejaar Sleutel Maand Sleutel 1950, 1970, 1990, 2010 Januari 1951, 1971, 1991, 2011 Februari 1952, 1972, 1992, 2012 Maart 1953, 1973, 1993, 2013 April...
Inleiding 1.6 Gekwalificeerd personeel voor toepassingen in Ex-zones Gekwalificeerd personeel voor toepassingen in Ex-zones Personen die het apparaat op plaatsen installeren, aansluiten, in bedrijf stellen, bedienen, onderhouden en demonteren in gebieden waar ontploffingsgevaar kan heersen, moeten over de volgende kwalificaties beschikken: ●...
Alle verplichtingen van Siemens volgen uit het betreffende koopcontract, dat ook de volledige en uitsluitend geldige regeling van de aansprakelijkheid bevat. De in het koopcontract vastgelegde bepalingen voor aansprakelijkheid bij gebreken worden door de uiteenzettingen in dit document uitgebreid noch beperkt.
Pagina 140
Inleiding 1.9 Aanwijzingen bij de garantie Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
● Canadian Electrical Code (Canadese elektriciteitscode) (CEC) (Canada) Andere bepalingen voor toepassingen op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, zijn bijvoorbeeld: ● IEC 60079-14 (internationaal) ● EN 60079-14 (EU) Meer informatie vindt u onder: Certificaten (https://support.industry.siemens.com/cs/ww/en/ps/17731/cert) Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
• Schroeven van de behuizingsopeningen (met uitzondering van de schroeven voor de deur van het wandapparaat) niet losdraaien. • Neem voor het repareren, ombouwen of aanpassen van het apparaat contact op met de plaatselijke SIEMENS-vestiging. Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Veiligheidsaanwijzingen 2.3 Gebruik in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst Gebruik in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst WAARSCHUWING Ongeschikt apparaat voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Explosiegevaar • Gebruik uitsluitend apparaten die voor gebruik op de beoogde plaats waar ontploffingsgevaar kan heersen, toegelaten en overeenkomstig gemarkeerd zijn. WAARSCHUWING Gebruik buiten toegestane spanningsgrenzen Ontploffingsgevaar...
Veiligheidsaanwijzingen 2.3 Gebruik in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst Opmerking Verontreinigingsklasse bij gebruik van de beschermingswijze tegen ontsteking Ex e Wanneer de beschermingswijze tegen ontsteking Ex e wordt gebruikt, mag het apparaat alleen worden gebruikt in een omgeving met ten minste verontreinigingsklasse 2 (conform IEC 60664-1).
Veiligheidsaanwijzingen 2.4 Algemene bepalingen betreffende explosiebeveiliging Algemene bepalingen betreffende explosiebeveiliging 2.4.1 Interne explosiebeveiliging De interne explosiebeveiliging heeft betrekking op het meetgastraject (Containment System, "CS") in de analysator en de ontstekingsbeveiliging van het procesgas. Hierbij doen zich verschillende gevallen voor: Tabel 2- 1 Interne explosiebeveiliging: differentiatie Meetgas Maatregelen...
Veiligheidsaanwijzingen 2.4 Algemene bepalingen betreffende explosiebeveiliging De maximaal toegestane meetgasdruk in de analysator hangt af van de ingevoerde soort gas. Zorg ervoor dat er geen hogere absolute meetgasdrukken optreden dan aangegeven in de technische gegevens van de desbetreffende apparaatuitvoering. De exacte gegevens over de condities van de meetgasingang vindt u in het hoofdstuk 'Technische gegevens voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (Pagina 110)'.
Veiligheidsaanwijzingen 2.4 Algemene bepalingen betreffende explosiebeveiliging 2.4.2.3 Beschermingswijze Ex t en Ex ec WAARSCHUWING Ontploffingsgevaar De apparaten die met beschermingswijzen Ex t "Stofbescherming door behuizing" of Ex ec "Verhoogde veiligheid" worden bediend, zijn niet ontworpen voor het invoeren van brandbare tot incidenteel ontvlambare gasmengsels. Anders bestaat er ontploffingsgevaar. Daarom geldt: •...
Pagina 148
Veiligheidsaanwijzingen 2.4 Algemene bepalingen betreffende explosiebeveiliging Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Bij oudere apparaten kunnen de omschakeltijden tot 10 seconden en de veilige bedrijfstoestand tot 100 seconden duren. Let als u SIPROCESS GA700-apparaten in kritische processen inzet op de volgende aanwijzingen: ● Bewaak de grenswaarden extern via de besturing.
Algemene aanwijzingen 3.3 Meten van hoge concentraties zuurstof Meten van hoge concentraties zuurstof WAARSCHUWING Meting van gasmengsels met een hoog zuurstofgehalte Explosiegevaar Het invoeren van onbrandbare gasmengsels met een zuurstofgehalte van meer dan 21% kan leiden tot de ophoping van zuurstof in verhoogde concentratie in de behuizing. Er bestaat explosiegevaar.
Opmerking Compatibiliteit van materialen Siemens kan u ondersteunen bij de keuze van de componenten van de analysator die door de meetstof worden bevochtigd. De verantwoordelijkheid voor de keuze ligt echter volledig bij de exploitant van het apparaat. Siemens aanvaardt geen aansprakelijkheid voor fouten of falen op grond van incompatibiliteit van materialen.
Pagina 152
Installeren 4.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Overschrijding van de maximaal toegestane bedrijfsdruk Gevaar voor letsel en vergiftiging. De maximaal toegestane bedrijfsdruk hangt van de apparaatuitvoering af. Indien de maximaal toegestane bedrijfsdruk overschreden wordt, kan het apparaat beschadigd worden. Hete, giftige en agressieve meetstoffen kunnen vrijkomen. •...
Installeren 4.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen LET OP Directe bestraling door de zon Beschadiging van het apparaat Door inwerking van UV-straling kan het apparaat oververhit raken en kunnen materialen broos worden. • Bescherm het apparaat tegen directe bestraling door de zon. •...
Installeren 4.3 Installatieaanwijzingen GEVAAR Invoeren van brandbare of incidenteel ontvlambare media in OXYMAT 7 Ontploffingsgevaar Het invoeren van brandbare en/of incidenteel ontvlambare media in OXYMAT 7 kan ontploffingen veroorzaken. • Bouw in het meet- en referentiegaskanaal direct aan het apparaat geschikte vlamdovers WAARSCHUWING Losse leidingen dan wel open spoelgasaansluitingen aan het wandapparaat (bedrijf met beschermingswijzen Ex t en Ex ec)
Installeren 4.3 Installatieaanwijzingen Opmerking Weerbestendige installatie Installeer het apparaat op een plaats, waar het beschermd is tegen: • Directe warmte- en zonnestraling • Mechanische beschadiging • Schokken • Vervuiling • Binnendringen van stof • Corrosieve media • Vochtigheid • Sterke en snelle temperatuurschommelingen •...
Installeren 4.4 Inschuifapparaat Inschuifapparaat 4.4.1 Specifieke veiligheidsaanwijzingen voor het apparaat WAARSCHUWING Ontploffingsgevaar door ondeskundige installatie • Bouw de apparaten alleen in schakelkast-/behuizingstypen in die voldoen aan de eisen van EN/IEC 60079-15 en overeenkomstig toegelaten zijn. • Bij invoering van brandbare gassen is een luchtverversing met tenminste het 5-voudige volume van de behuizing per uur, maar ten minste 164 l/h vereist.
Installeren 4.4 Inschuifapparaat 4.4.2 Inschuifapparaat installeren Maattekening De volgende afbeelding toont de afmetingen van het inschuifapparaat en de afstand van de bevestigingsboorgaten aan de bevestigingshoeken. De afmetingen zijn in mm aangegeven. Afbeelding 4-1 Maattekening Werkwijze 1. Plaats het inschuifapparaat in de schakelkast of de behuizing. 2.
Installeren 4.5 Wandapparaat Wandapparaat 4.5.1 Specifieke veiligheidsaanwijzingen voor het apparaat WAARSCHUWING Open kabelopening of verkeerde kabelwartel Ontploffingsgevaar op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. • Sluit de kabelopeningen voor de elektrische aansluitingen af. Gebruik hiervoor uitsluitend kabelwartels of afsluitstoppen die voor de desbetreffende beschermingswijze toegelaten zijn.
Installeren 4.5 Wandapparaat 4.5.2 Wandapparaat installeren Maattekening De volgende afbeelding toont de afmetingen van het wandapparaat en de afstand van de bevestigingsboorgaten. De afmetingen zijn in mm aangegeven. Afbeelding 4-2 Boormal en zijaanzicht Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Pagina 160
Installeren 4.5 Wandapparaat Afbeelding 4-3 Afmetingen bij open wandapparaat Werkwijze 1. Boor vier gaten in de wand. De afmetingen voor de boorgaten vindt u in de boortekening. 2. Steek de pluggen in de gaten. 3. Plaats het wandapparaat tegen de wand en bevestig het met bouten. Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Aansluiten Gasaansluitingen 5.1.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Invoeren van toxische, agressieve of brandbare gassen Het beperkt vrijkomen van giftige of agressieve gassen kan bij het invoeren ervan niet met absolute zekerheid worden voorkomen. • Controleer voor het invoeren van toxische, agressieve of brandbare gassen de buisverbindingen op dichtheid.
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen 5.1.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen GEVAAR Invoeren van brandbare of incidenteel ontvlambare media in OXYMAT 7 Ontploffingsgevaar Het invoeren van brandbare en/of incidenteel ontvlambare media in OXYMAT 7 kan ontploffingen veroorzaken. • Bouw in het meet- en referentiegaskanaal direct aan het apparaat geschikte vlamdovers WAARSCHUWING Losse leidingen dan wel open spoelgasaansluitingen aan het wandapparaat (bedrijf met beschermingswijzen Ex t en Ex ec)
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen Zuivering van het meetgas Om het vervuilen van de door meetgas doorstroomde delen te voorkomen, moet het meetgas voldoende worden gezuiverd overeenkomstig de meettaak. Wij adviseren u hiervoor de volgende minimumconfiguratie: ● Apparaat voor gasmonsterneming met filter ●...
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen 5.1.4 Plaatsing van de gasaansluitingen in het inschuifapparaat Bij het inschuifapparaat bevinden de gasaansluitingen zich aan de achterzijde van het apparaat. De volgende afbeelding toont exemplarisch de achterzijde van het inschuifapparaat met gasaansluitingen van een OXYMAT 7 en een CALOMAT 7. ①...
Pagina 165
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen ① Spoelgasingang ② Spoelgasuitgang ③ Inbouwlocatie analysemodule 2: ULTRAMAT 7 Gasaansluitingen: Meetgasingang Meetgasuitgang Referentiegasuitgang Referentiegasingang Atmosferische druksensor ④ Inbouwlocatie analysemodule 1: OXYMAT 7 Gasaansluitingen: Meetgasingang Meetgasuitgang niet bezet Referentiegasingang Afbeelding 5-2 Wandapparaat: Gasaansluitingen aan het voorbeeld combinatiebedrijf OXYMAT 7 / ULTRAMAT 7, onderzijde apparaat Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen Wandapparaat met sterk verwarmde analysemodules De volgende afbeelding toont de onderzijde van het wandapparaat met gasaansluitingen van een OXYMAT 7 in sterk verwarmde uitvoering. ① Spoelgasingang ② Spoelgasuitgang ③ Referentiegasingang ④ Meetgasingang ⑤ Meetgasuitgang Afbeelding 5-3 Wandapparaat: Gasaansluitingen van een sterk verwarmde OXYMAT 7, onderzijde apparaat De volgende afbeelding toont de onderzijde van het wandapparaat met gasaansluitingen van een ULTRAMAT 7 in sterk verwarmde uitvoering.
Pagina 167
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen ① Spoelgasingang ② Spoelgasuitgang ③ Inbouwlocatie analysemodule 1: ULTRAMAT 7 sterk verwarmd Meetgasingang Meetgasuitgang Referentiegasuitgang Referentiegasingang Afbeelding 5-4 Wandapparaat: Gasaansluitingen van een sterk verwarmde ULTRAMAT 7, onderzijde apparaat Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen 5.1.5.2 Spoelgasaansluitingen Overzicht ① Spoelgasingang ② Spoelgasuitgang Afbeelding 5-5 Spoelgasaansluitingen Uitvoering van de gasaansluitingen Afmetingen van spoelgasaansluitstukken Doorsnede buiten 12 mm Lengte Zonder sluitkappen 28 mm Met sluitkappen 41 mm - Ex px-, Ex py, dan wel Ex pz-veiligheidsvoorziening selecteren Als u het wandapparaat met beveiligingsklasse Ex px, Ex py dan wel Ex pz bedient, moet u een Ex p-veiligheidsvoorziening op het apparaat aansluiten.
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen Minimale eisen Over het algemeen kan elke Ex px-, Ex py- of Ex pz-veiligheidsvoorziening worden gebruikt, die over een monstertestverklaring volgens ATEX beschikt. Deze veiligheidsvoorziening moet ten minste de volgende eigenschappen bezitten: ● Veiligheidsniveau voor de bewaking: –...
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen 5.1.6.2 Apparaat met analysemodules in standaarduitvoering Werkwijze 1. Verbind de gasleidingen via geschikte klemringkoppelingen met de bijbehorende gasingangen en -uitgangen. Let bij het vastdraaien van de wartelmoeren aan de gasaansluitstukken op een correcte contramoer om een dicht gaskanaal tot stand te brengen. 2.
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen 5.1.6.4 Apparaat met een ULTRAMAT 7-analysemodule in sterk verwarmde uitvoering Overzicht ① ⑦ Buisverlengstuk (2 stuks) Externe isolatie - schuifregelaar ② ⑧ Kabelwartels klemringwartels 6 mm (4 stuks) Externe isolatie - behuizing achterkant ③ ⑨ Gasaansluitingen voor meet- en referentiegas Kabelwartels klemringwartels 6 mm (2 stuks) ④...
Aansluiten 5.1 Gasaansluitingen Werkwijze ② 1. Draai de wartelmoeren van de kabelwartels los en schroef deze vast aan de ③ gasingangen en -uitgangen . Let bij het vastdraaien van de wartelmoeren aan de gasaansluitstukken op een correcte contramoer. ② 2. Draai de wartelmoeren van de kabelwartels aan de vrije uiteinden van de ①...
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen Houd er rekening mee dat de referentiegasdruk altijd 2 bar ± 0,1 bar boven de meetgasdruk ligt. Elektrische aansluitingen 5.2.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Ondeskundige elektrische aansluiting Gevaar voor elektrische schok • Sluit het apparaat aan op het stroomnet volgens de technische gegevens. De informatie voor een vakkundige elektrische aansluiting vindt u in het hoofdstuk 'Technische gegevens (Pagina 95)'.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen 5.2.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Aansluiten van het apparaat onder spanning Explosiegevaar in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst. • Sluit de apparaten in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst, enkel in spanningsvrije toestand aan. Uitzonderingen: •...
Pagina 175
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen WAARSCHUWING Ontbrekende potentiaalvereffening Ontploffingsgevaar Bij ontbrekende potentiaalvereffening bestaat ontploffingsgevaar op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen door vereffeningsstroom of ontstekingsvonken. • Zorg ervoor dat voor het apparaat een potentiaalvereffening aanwezig is. Uitzondering: Bij apparaten met beschermingswijze intrinsieke veiligheid 'Ex i' kan de aansluiting van de potentiaalvereffening achterwege blijven.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen VOORZICHTIG Bescherming voor het gebruik in zone 2 Het gebruik van het apparaat zonder bescherming kan lichamelijk letsel en/of materiële schade en schade aan de omgeving veroorzaken. • Voorzie het apparaat inclusief elektrische aansluitingen en frontplaat voor gebruik in zone 2 van een geschikte bescherming die voldoet aan de vereiste IP- beschermingsgraad en mechanische beschermingsgraad.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen Opmerking Verbetering van de storingsongevoeligheid • Leg signaalkabels gescheiden van kabels met spanningen > 60 V. • Gebruik kabels met gevlochten aders. • Monteer het apparaat en leg de kabels ervan op afstand van sterke elektromagnetische velden.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen 5.2.5.2 Signaal- en Ethernet-kabels aansluiten Opmerking Signaalkabels leggen Leg de signaalkabels gescheiden van de netvoedingskabels. Overzicht ① Stekkernummers ② Voedingseenheid: Koude-apparaatstekker met bevestigingshoek ③ Verwerkingsmodule, ethernet met vergrendeling en D-Dub 37-polig (vrouwelijk), digitale ingangen en digitale uitgangen ④...
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen Werkwijze 1. Steek de signaalkabels in de bijbehorende contrastekkers aan de achterzijde van het apparaat volgens het aansluitschema. 2. Schroef de signaalkabels vast om te voorkomen dat ze uit het apparaat vallen. 3. Bevestig de Ethernet-kabel met een kabelbinder aan de meegeleverde Ethernet- trekontlasting.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen Werkwijze ④ 1. Sluit de aders van de aansluitkabel op de koude-apparaatstekker aan. Let op een correcte net- of randaardeaansluiting! Bevestig de schroeven in de koude-apparaatstekker met een draaimoment van: – 0,5 Nm bij de aansluitklemmen –...
Pagina 181
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen LET OP Kabelwartels bij het wandapparaat • Stem de diameters van de kabels af op de klemgedeeltes van de kabelwartels. • Controleer na installatie of de kabels goed vastzitten en of de afdichtingen goed zitten. Opmerking Klemgedeeltes van de kabelwartels Gebruik kabels die afgestemd zijn op de klemgedeeltes van de kabelwartels: •...
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen 5.2.6.2 Signaalkabels aansluiten Overzicht ① Bouten deur ② Afschermplaat ③ Kabelwartels voor signaalleidingen (7 stuks) ④ Kabelwartel netadapter Afbeelding 5-9 Wandapparaat, signaalkabels aansluiten Werkwijze ① 1. Draai de zes schroeven los en open de deur van het wandapparaat. ②...
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen ③ 4. Draai de wartelmoer van de desbetreffende kabelwartel aan de onderzijde van het wandapparaat los. ③ 5. Voer de signaalkabel door deze kabelwartel 6. Steek de gestripte aders van de signaalkabel in het klemmenblok volgens de klembezetting.
Pagina 184
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen 2. Voorbereide kabelwartel aan het apparaat bevestigen: ⑥ Plaat met kabelwartels ⑦ Positie kabelwartel Ethernet-kabel (onderzijde apparaat) Afbeelding 5-11 Ethernet-kabel: Positie van de kabelwartel ⑦ ⑥ – Bevestig de Ethernet-kabel in de kabelwartel aan de plaat Ethernet-kabel aansluiten 1.
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen 5.2.6.4 Stroomvoorziening aansluiten Overzicht ① ④ Voedingseenheid Afschermplaat ② ⑤ Koude-apparaatstekker Kabelwartel netadapter ③ ⑥ Bouten deur Potentiaalvereffening Afbeelding 5-12 Wandapparaat, stroomvoorziening aansluiten Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Pagina 186
Aansluiten 5.2 Elektrische aansluitingen Opmerking Toepassing met beveiligingsklasse Ex py of Ex ec Bij werking met beveiligingsklasse Ex py of Ex ec moet de vaste bevestiging van de koude- apparaatstekker aan de voedingseenheid worden vastgezet met een bevestigingshoek die aan de behuizing van het apparaat is bevestigd. Werkwijze ③...
Neem de veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding in acht. Neem in geval van twijfel contact op met uw SIEMENS-contactpersoon. • Let bij toxische, agressieve en/of brandbare gassen op de geschiktheid van de onderdelen/componenten.
In gebruik nemen 6.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Vergiftigingsgevaar door vrijkomend gas Ondichte gaskanalen leiden tot concentraties van het meetgas in het apparaat. • Controleer of de schroefkoppelingen aan de gasaansluitingen goed vastzitten. Draai indien nodig de schroefkoppelingen aan met een geschikte steeksleutel. Let daarbij op een onberispelijk vastschroeven van de contramoer.
Pagina 189
In gebruik nemen 6.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Verlies van de explosiebeveiliging Explosiegevaar in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst, door geopend of niet naar behoren gesloten apparaat. • Sluit het apparaat zoals in hoofdstuk "Installeren (Pagina 25)" beschreven. WAARSCHUWING Schokken op de plaats van installatie Explosiegevaar...
Pagina 190
In gebruik nemen 6.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Stof in de behuizing met inwendige overdruk beschermingswijze Ex p Ontploffingsgevaar De ontvlambare omgeving met stof in het inwendige van de behuizing met inwendige overdruk kan een explosie veroorzaken. Alvorens toe te passen op plaatsen met stof waar ontploffingsgevaar kan heersen in zones 21 en 22: •...
• Bij veranderingen van de meetgasdruk neemt u contact op met de Service (Pagina 122). • Laat het drukschakelpunt van de drukschakelaar referentiegas aanpassen door een Siemens-monteur of door een voor deze situatie geschoolde persoon. Opmerking Omgevingstemperatuur Let erop dat de omgevingstemperatuur tijdens het bedrijf in het toegestane bereik ligt.
In gebruik nemen 6.4 Voorwaarden voor de inbedrijfstelling Veiligheidsvoorziening voor overdrukomhulsel in zone 2 Een ongeschikte veiligheidsvoorziening voor het overdrukomhulsel in zone 2 kan tot explosiegevaar in explosiegevaarlijke gebieden leiden. Neem daarom de volgende aanwijzingen in acht: ● Wanneer u geen brandbare gassen of gas-/luchtmengsels (meetgassen) in het apparaat brengt, dan gebruikt u in zone 2 de beschermingswijze 'Vereenvoudigd overdrukomhulsel Ex pz'.
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren Gaskanalen op dichtheid controleren 6.5.1 In het algemeen over afdichting Overdrukomhulsel Ex p De analysatoren mogen alleen worden gebruikt op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, wanneer vóór de inbedrijfstelling alle vereiste gastoevoer- en afvoerleidingen aangesloten zijn en met 1,5 maal de maximaal toelaatbare bedrijfsdruk op dichtheid en sterkte gecontroleerd zijn.
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren Testopbouw voor controle op dichtheid bij analysemodules in standaarduitvoering Ter controle van de dichtheid adviseren wij de hierna geschetste testopbouw: ① Afsluiter ② Drukregelaar ③ Manometer (relatieve druk) Meetgasingang Meetgasuitgang OXYMAT 7 / ULTRAMAT 7: Sluitstoppen vastschroeven OXYMAT 7 / ULTRAMAT 7: Sluitstoppen vastschroeven Afbeelding 6-2 Aanbevolen testopbouw voor de dichtheidscontrole...
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren Testopbouw voor controle op dichtheid bij OXYMAT 7 sterk verwarmd Ter controle van de dichtheid adviseren wij de volgende testopbouw: ① Afsluiter ② Drukregelaar ③ Manometer (relatieve druk) Meetgasingang Meetgasuitgang Sluitstoppen vastschroeven Afbeelding 6-4 Aanbevolen testopbouw voor de dichtheidscontrole bij OXYMAT 7 sterk verwarmd Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering...
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren 6.5.4 Aanbevolen testopbouw voor de ULTRAMAT 7 in sterk verwarmde uitvoering Plaatsing van de gasaansluitingen aan de ULTRAMAT 7 sterk verwarmd in het wandapparaat De volgende afbeelding laat de gasaansluitingen van een sterk verwarmde ULTRAMAT 7 zien: Meetgasingang Meetgasuitgang...
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren Testopbouw voor controle op dichtheid bij ULTRAMAT 7 sterk verwarmd Ter controle van de dichtheid adviseren wij de volgende testopbouw: ① Afsluiter ② Drukregelaar ③ Manometer (relatieve druk) Meetgasingang Meetgasuitgang Sluitstoppen vastschroeven Sluitstoppen vastschroeven Afbeelding 6-6 Aanbevolen testopbouw voor de dichtheidscontrole bij ULTRAMAT 7 sterk verwarmd...
In gebruik nemen 6.5 Gaskanalen op dichtheid controleren 6.5.6 ULTRAMAT 7 op dichtheid controleren Opmerking Controlewaarden De controlewaarden werden vastgelegd onder de aanname, dat het totale volume van het gaskanaal in de analysemodule en in de verbindingsleiding naar de drukmeter 80 ml bedraagt.
In gebruik nemen 6.6 Apparaat in gebruik nemen Apparaat in gebruik nemen Werkwijze Starten ① Productidentificatie ② Versiestand van de firmware van het apparaat ③ Weergave van de voortgang Afbeelding 6-7 Startscherm (splash screen) Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Pagina 200
In gebruik nemen 6.6 Apparaat in gebruik nemen 1. Apparaat met spanning voeden: Informatie over de voedingsspanning van het apparaat vindt u in het hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen (Pagina 47)' en in de specifieke documentatie (Pagina 119) van het apparaat. Het bootproces begint. Het apparaat toont op het display als eerste het startscherm (splash screen).
Pagina 201
In gebruik nemen 6.6 Apparaat in gebruik nemen Instellen Opmerking Bedieningsmogelijkheden In het kader van de eerste inbedrijfstelling kunnen twee procedures gebruikt worden. U kunt met het menu '[1] Snelle start' het apparaat met de vereenvoudigde procedure in bedrijf stellen of de hieronder beschreven gedetailleerde werkwijze kiezen. Informatie over de vereenvoudigde procedure 'Snelle start' vindt u in het hoofdstuk 'Tabel 11-1 Literatuur 1 - bedieningshandboeken LUI (Pagina 119)'.
Bedienen Local User Interface (LUI) Bedieningselementen De LUI (Local User Interface) van de SIPROCESS GA700-apparaten omvat de volgende bedieningselementen: ① ④ Local User Interface Cijferblok ② ⑤ Display Cursor- en commandotoetsen ③ ⑥ Toetsen voor speciale functies HELP- en UNDO-toets...
Pagina 204
Bedienen 7.1 Local User Interface (LUI) Schermen/weergaven De toegang tot de functies van het apparaat of zijn componenten wordt gestructureerd door de schermen. Op het display worden steeds slechts die bedieningsmogelijkheden getoond die aan de uitrusting van uw apparaat beantwoorden. Hoofdscherm Dit scherm bevat de meetwaardeweergave van alle componenten, de uitgebreide meetwaardeweergave, de proceswaardeweergave en de lijst met actuele meldingen.
Bedienen 7.1 Local User Interface (LUI) Voor de navigatie relevante toetsen Tabel 7- 1 Functies van de voor de navigatie relevante toetsen Toetsen Functie Navigeren naar bovenliggende schermen/menu’s. Met de toets <MEAS> keert u terug naar het meetwaardescherm in de selectiemodus, resp. naar het hoofdscherm. Navigeren binnen een scherm/menu.
Pagina 206
Bedienen 7.1 Local User Interface (LUI) Om detailinformatie bij de actuele meldingen in het hoofdscherm op te roepen, gaat u als volgt te werk: 1. Eventueel hoofdscherm oproepen: – Druk hiervoor op de toets <MEAS>. – Volg de op het display weergegeven instructies. 2.
Bedienen 7.2 Menustructuur Gebruikersniveau Beschrijving Expert Aanvullend op Standard: met Expert-pincode schrijftoegang tot parameters die '2222' uitwerkingen op de projectering van het apparaat hebben. Instellen van hogere apparaatfuncties en toekenning van pincodes voor de gebruikersniveaus Standard en Expert. Service Aanvullend op Expert: met Service-pincode schrijftoegang tot parameters, met diagnostisch en herstellend effect, die voor het behoud van het goede functioneren van het apparaat dienen.
Bedienen 7.2 Menustructuur 7.2.2 Onderliggende menu’s Menu [1] Snelle start Afbeelding 7-4 Overzicht menu [1] Snelle start In dit menu voert u een vereenvoudigde startprocedure uit. Stel het apparaat overeenkomstig de instructies uit hoofdstuk In gebruik nemen (Pagina 61) in werking. Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Bedienen 7.2 Menustructuur Menu [2] Instellingen Afbeelding 7-5 Overzicht menu [2] Instellingen In dit menu of de daarin aanwezige submenu's past u de geselecteerde component aan de concrete toepassingsvoorwaarden aan. De inhoud van het menu [2.20] Service wordt alleen in de leesmodus weergegeven. Instellingen zijn alleen door servicepersoneel mogelijk.
Bedienen 7.2 Menustructuur Menu [3] Onderhoud en diagnose Afbeelding 7-6 Overzicht menu [3] Onderhoud en diagnose In dit menu roept u onderhouds- en diagnoserelevante submenu's op. De inhoud van het menu [3.20] Service-trace is zichtbaar, maar kan enkel met het overeenkomstige autorisatieniveau ingesteld worden (servicepersoneel).
Bedienen 7.2 Menustructuur Menu [5] Veiligheid Afbeelding 7-8 Overzicht menu [5] Veiligheid In dit menu voert u veiligheidsrelevante instellingen uit. Pincodes van de betreffende hogere rechtenniveaus verlenen ook steeds de autorisatie voor wijzigingen op lagere autorisatieniveaus. Menu [6] Language Afbeelding 7-9 Overzicht menu [6] Language In dit menu selecteert u de weergavetaal.
Pagina 212
Bedienen 7.2 Menustructuur Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Reparatie en onderhoud Algemene veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Gevaarlijke spanning aan het open apparaat Gevaar voor elektrische schok Als de behuizing geopend wordt of componenten van de behuizing verwijderd, bestaat er gevaar op een elektrische schok. • Alvorens de behuizing te openen of behuizingsdelen te verwijderen het apparaat altijd eerst spanningsvrij schakelen en nog 10 minuten wachten.
Pagina 214
Reparatie en onderhoud 8.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING Gevaar door onder druk staande gasleidingen Gevaar voor letsel bij onderhoudswerkzaamheden Bij het openen van de gasleidingen kunnen hete, giftige of agressieve meetgassen vrijkomen. Voorkom alvorens het apparaat te openen of uit te bouwen dat gas vrijkomt. •...
Reparatie en onderhoud 8.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen LET OP Vocht dat het apparaat binnendringt Schade aan het apparaat. • Garandeer bij het verrichten van reinigings- en onderhoudswerkzaamheden dat er geen vocht het apparaat binnendringt. Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Ongeoorloofd toebehoren en ongeoorloofde vervangingsonderdelen...
Pagina 216
Reparatie en onderhoud 8.2 Veiligheidsaanwijzingen voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen WAARSCHUWING Open behuizing Explosiegevaar in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst, door hete onderdelen en/of opgeladen condensatoren binnenin het apparaat. Ga bij het openen van het apparaat in een gebied waar ontploffingsgevaar heerst, als volgt te werk: 1.
Reparatie en onderhoud 8.3 Analysator onderhouden Analysator onderhouden Na reparatie laat u het apparaat door een Ex-expert controleren, voordat het apparaat weer in gebruik genomen wordt. De Ex-expert stelt vast of het apparaat weer voldoet aan de voor de explosiebeveiliging belangrijke kenmerken en eisen, en stelt hiervoor een certificaat op en/of voorziet het bedrijfsmiddel van een keurmerk.
Pagina 218
Reparatie en onderhoud 8.3 Analysator onderhouden Apparaten in explosiebeveiligde uitvoering Beknopte bedieningshandleiding, 11/2019, A5E35134270-04...
Demonteren en verwijderen Demontage WAARSCHUWING Verkeerde demontage Door verkeerde demontage kunnen de volgende gevaren ontstaan: - Letsel door elektrische schok - Bij aansluiting op het proces gevaar door uitstromende meetstoffen - Explosiegevaar in gebieden waar ontploffingsgevaar heerst Neem voor een deskundige demontage het volgende in acht: •...
Demonteren en verwijderen 9.2 Informatie over hergebruik (recycling) Informatie over hergebruik (recycling) Dit product is afkomstig van een milieubewuste fabrikant en voldoet aan de richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE). Dit product kan stoffen bevatten die bij een onvakkundige afvalverwerking (vuilstorten, verbrandingsinstallaties) potentieel schadelijk voor het milieu zijn.
De technische gegevens voor algemene toepassingen vindt u in de bedrijfshandleidingen en in het hoofdstuk 'Algemene technische gegevens (Pagina 95)'. Als u SIPROCESS GA700-apparaten gebruikt op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, dan gelden bovendien, dan wel alternatief de gegevens van het hoofdstuk 'Technische gegevens voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (Pagina 110)'.
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 9 Wandbehuizing: Optiemodules Optiemodules Optiemodule 1.1 12 digitale uitgangen, met wisselcontacten, belastbaarheid: AC/DC 24 V/1,7 A (totale belasting van alle 12 relaisuitgangen bij continubedrijf max. 244 W), potentiaalvrij, niet vonkend 8 digitale ingangen, ontworpen voor 24 V, potentiaalvrij, vrij parametreerbaar Optiemodule 2.1 6 analoge uitgangen 0/4 ...
Pagina 226
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Algemeen OXYMAT 7 OXYMAT 7 sterk verwarmd Elektrische veiligheid conform DIN EN 61010-1 Max. EMC-fout bij werking met een 1,0% volgens EN 61326-1 (2013) en/of twee OXYMAT 7 / ULTRAMAT 7 De sterk verwarmde uitvoering van de analysemodule is niet bedoeld voor inbouw in het inschuifapparaat. Tabel 10- 12 OXYMAT 7: Meetbereiken Meetbereiken OXYMAT 7...
Pagina 227
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 14 OXYMAT 7: Temperatuur meetkamer en gaskanaal Temperatuur meetkamer en OXYMAT 7 OXYMAT 7 sterk verwarmd gaskanaal Gaskanaal 5 K boven omgevingstemperatuur 72 ... 130 °C, instelbaar Meetkamer 72 °C 72 ... 130 °C, instelbaar De sterk verwarmde uitvoering van de analysemodule is niet bedoeld voor inbouw in het inschuifapparaat.
Pagina 228
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 17 OXYMAT 7: Beïnvloedingsfactoren Beïnvloedingsfactoren Omgevingstemperatuur Afwijking in het nulpunt ≤ 0,5% van het kleinste meetbereik/10 K dan wel ≤ 50 vpm O /10 K De betreffende hoogste waarde geldt Afwijking bij compensatiegas ≤...
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 19 OXYMAT 7: Gasaansluitingen Gasaansluitingen met leidingen Aansluiting voor buis met ∅ 6 mm Tabel 10- 20 OXYMAT 7: Delen die met meetgas in aanraking komen Materialen van delen die met OXYMAT 7 OXYMAT 7 sterk verwarmd meetgas in aanraking komen Meetkamer...
Pagina 231
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 24 ULTRAMAT 7: Temperatuur meetkamer en gaskanaal Temperatuur meetkamer en ULTRAMAT 7 ULTRAMAT 7 sterk verwarmd gaskanaal Gaskanaal 5 K boven omgevingstemperatuur ≥ 60 °C bij T = 5 °C ≥ 65 °C bij T = 20 °C Meetkamer 5 K boven omgevingstemperatuur...
Pagina 232
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Beïnvloedingsfactoren Meetgasdebiet ≤ 1% van de actuele meetbereikeindwaarde/ 0,1 l/min debietverandering Voedingsspanning ≤ 0,1% van het actuele meetbereik DC 24 V (-5%/+10%) Tabel 10- 28 ULTRAMAT 7: Elektrische uitgangen Elektrische uitgangen Analoge stroomuitgang 0 ... 20 mA max.
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens 10.2.6 Technische gegevens CALOMAT 7 Tabel 10- 32 CALOMAT 7: Algemene technische gegevens Algemeen Voor gegevens over het kleinste meetbereik zie moduleplaat Vermogensopname < 20 W Gewicht ca. 3 kg Elektrische veiligheid conform DIN EN 61010-1 Max.
Pagina 234
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Tabel 10- 36 CALOMAT 7: Tijdresponsie Tijdresponsie Opwarmtijd bij kamertemperatuur < 30 min (max. nauwkeurigheid na 2 h) Responsie Weergavevertr Standaardmodule < 2,5 s aging T Module met geïntegreerde < 3,5 s vlamdover Dode tijd (T ) bij 1 l/min <...
Pagina 235
Technische gegevens 10.2 Algemene technische gegevens Beïnvloedingsfactoren Begeleidende gassen (dwarsgassen) De gevoeligheid voor dwarsgas is afhankelijk van de applicatie en moet behalve bij de applicatie hoogovengas / convertergas / houtvergassing (vooraf ingesteld) individueel worden bepaald. Voedingsspanning ≤ ± 0,1% van de karakteristiekeindwaarde (schommelingen van de voedingsspanning van het basisapparaat...
Niet onder het dauwpunt bij opslag en gebruik Toegestane bedrijfshoogte 2 000 m boven NAP Na controle van afzonderlijke situatie ook hoger. Wend u eventueel tot uw Siemens-partner. Tabel 10- 43 Elektrische aansluitgegevens voor wand- en inschuifapparaat Elektrische aansluitgegevens Alle apparaten, alle ontstekingsklassen, indien niet anders vermeld Voedingsstroomkring AC 85 ...
Pagina 237
Technische gegevens 10.3 Technische gegevens voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Tabel 10- 44 Meetgasingangsvoorwaarden voor OXYMAT 7 Meetgasingangsvoorwaarden voor OXYMAT 7 Type apparaat Wandapparaat Wandapparaat Inschuifapparaat Beschermingswijze Ex px/py Ex pz, Ex ec, Ex tc Ex ec Gassoort Brandbare gassen tot Niet-brandbare gassen...
Pagina 238
Technische gegevens 10.3 Technische gegevens voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Tabel 10- 46 Condities meetgasingang voor CALOMAT 7 Condities meetgasingang voor CALOMAT 7 Type apparaat Wandapparaat Wandapparaat Inschuifapparaat Beschermingswijze Ex py Ex pz, Ex ec, Ex tc Ex ec Gassoort Brandbare gassen tot...
Aardingsaansluiting ① Spoelgasaansluiting 2,5 ... 5 bar (rel.) ② Aansluiting naar de Ex p-behuizing (SIPROCESS GA700); leidingdiameter 8 mm, max. lengte 10 m ③ Aansluiting van de Ex p-behuizing (SIPROCESS GA700); leidingdiameter 8 mm, max. lengte 10 m ④ Aansluiting netkabel; zekering 16 A ⑤...
Het hieronder afgebeelde aansluitschema heeft bij wijze van voorbeeld betrekking op het beschermingssysteem met inwendige overdruk 'F870S-HD' van de firma Gönnheimer Elektronik GmbH: Neem als u een veiligheidsvoorziening van andere fabrikanten gebruikt eventueel contact op met uw SIEMENS-servicepartner. A.1.2 Aansluitschema's WAARSCHUWING...
Bijlage A A.1 Ex px-veiligheidsvoorziening A.1.2.1 Veiligheidsvoorziening Ex p Pneumatische aansluitingen van de Ex p-besturing (voorbeeld) Ex p-besturing F870S Netaansluiting Ex-vermogensrelais SR853 Analysemodule 1 (AM1) Ex-interfacerelais SR852, 16-polig Analysemodule 2 (AM2) Proportionele klep Vlamdovers Drukregelaar voor spoelgas met Signaalkabelaansluiting manometer ①...
Bijlage A A.1 Ex px-veiligheidsvoorziening Elektrische aansluitingen van de Ex p-besturing met periferie (voorbeeld) Afbeelding A-3 Elektrische aansluitingen van een Ex p-veiligheidsvoorziening, Gönnheimer Elektronica GmbH Ex-powerrelais SR853 Aansluitingen Netkabel N Netkabel L Veiligheidsaarddraad PE 8, 9; 10, 11 Dubbel gezekerde vermogenscontacten om het analyseapparaat los te schakelen van het net (vereist om hoge pieken van de inschakelstroom op te vangen)
Netaansluiting L 23, 24 Netaansluiting PE 28, 30 na 29, 31 Dubbel gezekerde contacten voor het vrijschakelen van bouwstenen met netspanning als scheidingsrelais en Ex-vermogensrelais SIPROCESS GA700 Aansluiting Gegevensinterface, communicatie-interface (bijv. Ethernet) A.1.3 Technische gegevens Spoeleenheid bestaand uit: FS870S met SVP2...
Verdere ondersteuning Bij vragen over het gebruik van de in het handboek beschreven producten waar u hier geen antwoord op vindt, richt u zich tot uw Siemens-contactpersoon in de voor u bevoegde vertegenwoordigingen en filialen. Onze contactpersonen vindt u onder: Partner (https://www.automation.siemens.com/partner)