Figuur 21
1. Behuizing onderste sensor 3. Sensor
2. Grote moer
3.
Plaats de instelplug op de sensor
Belangrijk:
Zorg ervoor dat de pijl onder de
zijdelingse T uitgelijnd is met de inkeping
aan de bovenrand van de sensor
Figuur 22
1. Zijdelingse T
(programmeerplug)
2. Pijlen uitgelijnd
(programmeerplug)
g035748
(Figuur
22).
(Figuur
22).
g017158
3. Inkeping (sensor)
4. Sensor
4.
Herhaal stap
spuitboom aan de andere kant van de machine.
De kabelboom en de bovenste
behuizing monteren
1.
Sluit de ronde connector met 4 contacten van
de sensorkabelboom aan op de stekker met 4
pinnen van de sensor
1. Stekker met 4 pinnen
(sensor)
2.
Leid de sensorkabelboom langs de voorkant van
de buitenste spuitboom, door de steunklem naar
de kabelboomconnector met 4 contacten voor
de egalisatieset van de ultrasone spuitboom –
aan de voorzijde van het verdeelstuk van de
hefcilinder
(Figuur
1. Connector met 4 contacten
(kabelboom – egalisatieset
ultrasone spuitboom)
2. Stekker met 4 pinnen
(sensorkabelboom)
12
1
tot en met
3
voor de buitenste
(Figuur
23).
Figuur 23
2. Ronder connector
met 4 contacten
(sensorkabelboom)
24).
Figuur 24
3. Steunklem
4. Kabelbinder
g035753
g035752