Ingebouwde hulpfunctie
Druk op de meting waar u een markering wenst
Druk op de gewenste markering in de beschikbare lijst (3).
De logtabel toont vervolgens de geselecteerde meting met de gewenste markering (4).
Door de gebruiker gespecificeerde markeringen
Door de gebruiker gespecificeerde markeringen worden ingesteld met de markering 'Aan-
gepast'. Druk op de gewenste meting in de log en druk op
weergegeven lijst markeringen. Gebruik het weergegeven toetsenbord om de gegevenspunt
van de markering aan te passen. Gegevenspunt is een kleine weergave op de cursor. Het
toont de datum, tijd en aangepaste markeringsinformatie op de huidige cursorpositie.
Meetpunt op nul zetten
Desgewenst kan elk meetpunt op nul worden gezet met behulp van de "op nul instellen" mar-
kering
.
Opmerking
Slechts één meetpunt kan op nul worden gezet met behulp van de "op nul instellen" mar-
kering.
Druk in de log op de meting waar de "op nul instellen" markering moet worden toegepast (1).
Druk op
(2)
om het punt op nul te zetten.
204
(1)
en druk op
. Druk op 'Aangepast' in de
(2).
Versie:2.3