Ingebouwde hulpfunctie
IntelliPOINT meting
In deze modus wordt de as die de laser ondersteunt naar de positie gedraaid waar de laser-
straal het midden van de sensorlens raakt. De meting wordt gedaan wanneer de laserstraal
het middendeel van de detector raakt.
Wacht na centreren van de laserstraal totdat de meting is gestabiliseerd door de naald in het
groene gedeelte te centreren.
Opmerking
Om de naald te centreren, moeten zowel de laser als de sensor in dezelfde draaihoek
staan.
De letter 'M' verschijnt onder
Tik op 'M' om het meetpunt te nemen.
Draai de as die één van de meetkoppen (bijvoorbeeld sensor) ondersteunt naar de volgende
positie en draai vervolgens de as die de andere kop ondersteunt (bijvoorbeeld laser) totdat de
naald in het centrale blauwe gedeelte van de naaldindicator op het scherm (1) staat. Wanneer
de naald in de blauwe sector staat, en de stabilisatietijd van de waarde is bereikt, verschijnt
de 'M' (2). Tik op 'M' om het meetpunt te nemen.
Opmerking
Metingen worden mogelijk automatisch uitgevoerd zonder dat u op M hoeft te tikken na
het stabiliseren als de auto-functie is ingeschakeld in de standaardinstellingen.
62
1
zoals te zien op het onderstaande scherm.
Versie:2.3