Componenten monteren
Steunen monteren
Monteer de steunen aan beide kanten van de koppeling op de assen of op de vaste kop-
pelingsnaven, en beide op dezelfde rotatiepositie.
Let op de volgende om de hoogst mogelijke meetnauwkeurigheid te verkrijgen en om schade
aan de apparatuur te voorkomen:
OPGELET
Zorg ervoor dat de steunen stevig op de montageoppervlakken passen! Gebruik geen
zelfvervaardigde montagesteunen en wijzig de oorspronkelijke beugelconfiguratie die
door PRÜFTECHNIK is geleverd niet (gebruik bijvoorbeeld geen steunpalen langer dan
die bij de steun meegeleverd).
Kies de kortste steunpalen waarmee de laserstraal nog steeds boven de koppeling kan
l
komen. Plaats de steunpalen in de steun.
Zet ze vast door de inbusschroeven aan de zijkant van het steunframe vast te draaien.
l
Plaats de steun op de as of koppeling, wikkel de ketting rond de schacht en breng deze
l
via de andere zijde van de steun naar binnen: wanneer de as kleiner is dan de breedte
van het steunframe, plaatst de ketting dan via de binnenzijde van de steun zoals in het
diagram; als de as groter is dan de breedte van de steun, plaatst de ketting dan van bui-
tenaf in het frame.
Zet de ketting losjes op de ankerpin.
l
Draai de vleugelschroef van de steun vast om het geheel op de as vast te zetten.
l
Klem het losse uiteinde van de ketting weer op de ketting.
l
De steun moet nu stevig op de as zitten. Druk of trek de steun niet om te controleren, hierdoor
kan de montage losraken.
Om de steunen te verwijderen, maakt u de vleugelschroef los en verwijdert u de ketting van
de ankerpin.
Monteren van sensor en laser
Monteer de laser op de steunpalen van de steun op de as van de rechtermachine (meestal
beweegbare machine) en de laser op de steunpalen van de steun op de as van de lin-
kermachine (meestal referentiemachine) – gezien vanaf de normale werkpositie. Controleer
het volgende voor het monteren van de sensor en de laser:
Voor sensALIGN 7 sensor en laser — De gele klemhendels moeten in de geopende positie
touch
Ingebouwde hulpfunctie
31