IntelliPASS meting
In deze modus wordt de as die de laser ondersteunt gedraaid, zodat de laserstraal de sen-
sorlens raakt als hij deze passeert. Metingen worden gedaan wanneer de laserstraal door het
middendeel van de detector gaat.
Centreer de laserstraal. Een knipperende M (1) geeft aan dat de meting kan worden uit-
l
gevoerd.
Tik op M of
l
Draai de as die één van de meetkoppen (bijvoorbeeld laser) ondersteunt naar de vol-
l
gende positie en draai vervolgens de as die de andere kop ondersteunt (bijvoorbeeld sen-
sor) langzaam voorbij de tegenoverliggende kop. De meting wordt automatisch
genomen zodra de laserstraal de sensordetector raakt en passeert.
Opmerking
touch
om het eerste meetpunt te nemen.
Ingebouwde hulpfunctie
69