9
Instellingen van het servicemenu
Servicefunctie
2.2H
Warmwatersysteem
(alleen GB072-24)
2.2J
Boilervoorrang (alleen GB072-24)
2.3b
Tijdsinterval voor uit- en weer inscha-
kelen van de brander
2.3C
Temperatuurinterval voor uit- en weer
inschakelen van de brander
2.3F
Duur warm houden
2.4F
Sifonvulprogramma
2.5F
Inspectieinterval instellen
2.7b
3-wegklep in middenpositie zetten
Tabel 13 Menu 2
38
Mogelijke instellingen
Na aansluiting van een boilertemperatuurvoeler op de verwarmingsketel moet de boiler worden
geactiveerd.
Mogelijke instellingen zijn:
• 0: geen boiler aangesloten
• 8: boiler aangesloten.
Basisinstelling is 0.
Mogelijke instellingen zijn:
• 0: er bestaat boilervoorrang. Eerst wordt de boiler verwarmd tot de ingestelde temperatuur.
Daarna gaat de ketel over in verwarmingsbedrijf.
• 1: bij warmtevraag door de boiler schakelt de ketel iedere tien minuten om tussen verwar-
mingsbedrijf en boilerbedrijf.
Basisinstelling is 0.
Bij aansluiting van een weersafhankelijk regelsysteem is geen instelling op de ketel nodig. Het re-
gelsysteem optimaliseert deze instelling
Het tijdsinterval bepaalt de minimale wachttijd tussen uit- en weer inschakelen van de brander.
Instelbereik: 3 tot 45 minuten.
Basisinstelling is 10 minuten.
Bij aansluiting van een weersafhankelijk regelsysteem is geen instelling op de ketel nodig. Het re-
gelsysteem optimaliseert deze instelling
Het temperatuurinterval bepaalt, met hoeveel de aanvoertemperatuur onder de gewenste aan-
voertemperatuur moet afnemen, om deze daling als warmtevraag te interpreteren. Deze kan in
stappen van 1 K worden ingesteld.
Het temperatuurinterval kan tussen 0 tot 30 K worden ingesteld.
Basisinstelling is 6 K.
De duur van het warm houden geeft aan, hoe lang het CV-bedrijf na een tapwaterafname geblok-
keerd blijft.
De duur van het warm houden kan van 0 tot 30 minuten worden ingesteld.
Basisinstelling is 1 minuut.
Het sifonvulprogramma zorgt ervoor dat de condenswatersifon na de installatie of na langdurige
stilstand van het toestel gevuld wordt.
Het sifonvulprogramma wordt geactiveerd, wanneer:
• het toestel wordt ingeschakeld met de hoofdschakelaar,
• de brander minimaal 28 dagen niet in bedrijf was.
• er wordt overgeschakeld van zomer- en winterstand
Bij de volgende warmtevraag voor verwarmings- of boilerbedrijf wordt de ketel gedurende 15 mi-
nuten op laag warmtevermogen gehouden. Het sifonvulprogramma blijft net zolang actief, tot de
15 minuten op laag warmtevermogen zijn afgelopen.
Mogelijke instellingen zijn:
• 1: sifonvulprogramma met laagste ingestelde verwarmingsvermogen.
• 0: sifonprogramma is uitgeschakeld (alleen voor onderhoudsdoeleinden).
Basisinstelling is 1.
Zolang het sifonvulprogramma actief is, knippert het symbool
▶ Na het onderhoud de servicefunctie weer op 1 zetten.
Wanneer deze functie op het regelsysteem (bijv. bedieningseenheid RC35) is ingesteld, wordt
deze servicefunctie niet getoond.
Mogelijke instellingen zijn:
• 0: niet actief
• 1 - 72: 1 tot 72 maanden
Na afloop van deze periode toont het display de benodigde inspectie.
Basisinstelling is 0.
Na opslaan van de waarde 1 gaat de 3-wegklep naar de middenpositie. Daarmee wordt het volle-
dig aftappen van het systeem en de eenvoudige demontage van de motor gewaarborgd.
Na 15 minuten wordt automatisch weer de waarde 0 opgeslagen.
De middenpositie van de 3-wegklep wordt niet getoond.
.
Product Name – 6720646355 (2021/01)